Getuigenissen
“De mooie tijd met mijn drie mannen koester ik, het hartzeer heb ik losgelaten. Alleen zo overwint de liefde.”
Door Diny Thomas

Nicole was net 21 toen haar eerste liefde, Jos, overleed. 26 jaar later stierf haar tweede man, Karel. En nóg later haar derde partner, Leo. Maar ondanks het immense verdriet, ging haar hart nooit op slot.

Als je meermaals de liefde verliest, dan begin je te twijfelen of het je wel gegund is. Na het overlijden van mijn eerste man, Jos, wist ik dat ik nog te jong was om een leven lang alleen te zijn. Maar na de dood van Karel, mijn tweede levensgezel, hoefde het niet meer.

Oud zeer kwam weer naar boven, bovenop het nieuwe immense verdriet. Maar tegelijk was ik dankbaar dat ik al twéé keer echte liefde had gekend, in al haar glorie, terwijl sommigen zo’n liefde nooit vinden. Misschien is dat wel de reden dat ik daarna nóg twee keer een grote liefde heb mogen ervaren. Ik ben de mooie momenten altijd blijven koesteren, heb het hartzeer dúrven loslaten. Alleen zo kan liefde gedijen.

21 en al weduwe…

Als ik aan mijn eerste man, Jos, denk, dan zie ik mezelf weer staan in de bloemfabriek in Turnhout. Daar sloeg de vonk tussen ons over. Niet echt romantisch, al waren de jaren die we samen hebben gehad dat zeker wel.

Ik was net geen negentien op de dag dat ik met hem trouwde, en niet veel later keken we al uit naar ons eerste kindje, Patrick. Maar een lang leven samen was niet voor ons weggelegd. In 1971 werd hij aan brug vier in Beerse gevonden. (stilte) Wat er die dag precies is gebeurd, weet ik nog altijd niet. Was het een ongeluk, of niet? Wat ik wel wist, was dat Jos niet had gewild dat ik alleen zou blijven.

Ik was nog maar eenentwintig, te jong om alleen te blijven. En ik kan met zekerheid zeggen dat hij wilde dat onze zoon groot zou worden in een warm nest. Een jaar nadat Jos overleed, kwam ik Karel tegen in het dorpscafé Brouwershuis. Ze zeggen weleens dat je het voelt als de ware voor je staat, en sinds die avond ben ik daar helemaal van overtuigd. Liefde op het eerste gezicht, dat was het. Nog meer toen ik hem vertelde over Jos en Patrick. Sommige mannen zouden meteen gevlucht zijn, maar Karel niet.

Ze zeggen weleens dat je het voelt als de ware voor je staat, en sindsdie avond ben ik daar helemaal van overtuigd

Ik herinner me nog goed dat zijn vader, toen hij over mij en Patrick hoorde, zei: ‘Als hij die kleine één keer op z’n schoot heeft, is hij verkocht.’ En gelijk had hij. Vanaf het moment dat die twee elkaar zagen, waren het twee handen op één buik. Karel vaderde over Patrick alsof het zijn eigen kind was, en Patrick keek op naar hem alsof het zijn vader was.

Na een tijdje noemde hij hem zelfs papa. De eerste keer was dat natuurlijk schrikken. Wat gingen de ouders van Jos wel niet denken? Maar zij beseften maar al te goed dat Patrick geen enkele herinnering had aan zijn echte papa, en dat hij een vaderfiguur nodig had. Al wilden ze wel dat we hem ooit zouden vertellen over Jos.

Die dag kwam er na zijn plechtige communie, en dat was misschien wel een van de moeilijkste dagen uit mijn leven. Want hoe vertel je een kind van twaalf dat de man die hij al z’n hele leven papa noemt, niet zijn echte vader is?

De dagen nadien zagen we dat Patrick heel erg in de knoop lag met zichzelf. Als Karel een woord tegen hem zei, snauwde hij: ‘Jij bent mijn papa niet, ik moet niet naar je luisteren!’ Maar al snel hing hij weer aan Karel, gelukkig.

Ik denk dat Patrick diep vanbinnen wist dat hij hem als zíjn zoon zag. Karel had hem jaren eerder per slot van rekening geadopteerd. Omdat we samen nog twee meisjes hadden gekregen, Nancy en Suzie, en ze met hun drieën naar het schooltje in het dorp gingen, vond hij het maar normaal dat Patrick net als zijn zussen Goris zou heten. Schoon, toch?

Na 24 jaar huwelijk sloeg het noodlot weer toe. Ik hoorde Karel roepen, maar het was al te laat…

Maar op 15 december 1997, we waren toen 24 jaar getrouwd, sloeg het noodlot weer toe. Die maandagavond kwam ik thuis toen Karel de laatste muren had behangen. In zijn mooie hemd, met plastron. Hij werkte op het kadaster en was áltijd piekfijn gekleed, zelfs wanneer hij in de tuin zat te ploeteren. (lacht) Ik flanste snel iets in elkaar en na het eten plofte hij in de zetel, om naar Lingo te kijken, een televisiespel van de noorderburen dat hij zelden miste.

Terwijl ik de laatste glazen aan het afwassen was, hoorde ik hem roepen: ‘Nicole….’ Alleen al aan de toon wist ik dat het niet goed was. Ik liet de glazen in het water vallen en liep naar hem toe, maar het was te laat. Een hartaderbreuk, bleek achteraf. Hij had geen schijn van kans.

Toch weer verliefd

Een week later heb ik met Karel een stuk van mezelf begraven. Zo voelde het toch, alsof het leven van de ene op de andere dag gestopt was. Ik zie me nog zo zitten aan de keukentafel, met een kop koffie en een sigaret tussen mijn vingers. Het enige wat me toen troost bracht. Al deed het meer kwaad dan goed, want na een tijd woog ik nog maar veertig kilo. Ja, ik heb diep gezeten…

Waarom zou ik het risico nemen om een derde keer alleen achter te blijven met zo’n immens verdriet?

Na Jos had ik tenminste nog de moed om iets te maken van mijn leven, maar nu had ik geen enkele hoop meer voor de toekomst. Ik ging naar de vijftig, wat had het voor zin om weer opnieuw te beginnen? Waarom zou ik het risico nemen om een derde keer alleen achter te blijven met zo’n immens verdriet?

Een lieve dame vertelde me na de dood van Karel dat ik hem nooit zou vergeten, maar dat het verdriet zijn scherpste kantjes wel zou verliezen na verloop van tijd. En ik moet haar gelijk geven. Na een jaar was ik klaar om een eerste stap naar een ‘nieuw’ leven te zetten. Zonder Karel.

Op aandringen van mijn schoonvader en mijn kinderen ging ik naar een samenkomst van de WW (de Vereniging voor Weduwen en Weduwnaars, red.) in het dorp. Al had ik op voorhand wel duidelijk gemaakt dat ik niet kwam om er een nieuwe vriend te zoeken, wel om te kijken of ik me er gesteund zou voelen, tussen mensen die net als ik hun grote liefde waren verloren.

Liefde moet je niet zoeken, dat overkomt je gewoon

‘Dat is helemaal oké’, zei Frieda, de voorzitster. ‘Liefde moet je niet zoeken, dat overkomt je gewoon.’ Bij mij niet hoor, dacht ik. Geen derde keer. Dat kon mijn hart niet meer aan. Plus: ik had al zo veel geluk gehad dat ik twee mannen ontzettend graag had kunnen zien. Nee, het enige wat ik wilde, was kunnen praten over Karel en Jos. Me niet te veel voelen in een gezelschap, zo zonder man naast me. Me niet schuldig voelen als het verdriet weer naar boven kwam.

En dan was er de avond dat we met alle weduwen en weduwnaars naar Night of the Proms gingen. Leo zat enkele rijen hoger dan ik en hij was druk op zoek naar een zakdoek. Was hij emotioneel of gewoon verkouden?, vraag het me niet. (lacht) Toevallig had ik er enkele in mijn handtas zitten, dus gaf ik er eentje door. Geen idee wat er toen gebeurde, maar op het moment dat onze blikken elkaar kruisten, kreeg ik het warm vanbinnen.

Voordien had ik al mooie gesprekken met hem gevoerd over Karel en zijn overleden vrouw, maar nooit eerder had ik meer in hem gezien. Na die avond zijn we enkele keren op stap geweest. Eens naar de cinema, een wandeling in de bossen. Dan praatten we honderduit over Karel en Leo’s vrouw, tussen de tranen door. We hebben elkaar gevonden in ons verdriet. Zo tragisch eigenlijk, maar ook zo mooi.

Is het me gegund?

Toen ik Leo leerde kennen, dacht ik: welke zwarte wolk hangt er nu weer boven mijn hoofd? Maar de angst verdween. Ongelooflijk hoe krachtig de liefde is

De eerste weken dat ik met Leo samen was, liep ik continu rond met het idee: welke gitzwarte wolk hangt er nu weer boven mijn hoofd? Ik was bang om weer met een gebroken hart achter te blijven. Maar naarmate we elkaar liever en liever zagen, verdween die angst. Toch ongelooflijk hoe krachtig de liefde kan zijn. Dat is wat ik ook Karels papa vertelde, toen ik hem ‘opbiechtte’ dat er een nieuwe man in mijn leven was. Dat ik die gevoelens niet zomaar kon negeren. Maar hij was zó begripvol. ‘Karel had zeker gewild dat je niet alleen zou blijven.’ En hij wist dat ik zijn zoon nooit zou kúnnen vergeten. Dat gebeurde ook niet.

Samen met Leo ging ik elke zondag naar Karels graf. Als het eens niet lukte, was ik de hele dag onrustig. Hij kreeg een mooie plek in onze relatie, iets waar ik Leo, de schat die hij was, nog altijd dankbaar voor ben. Eens de kinderen uit huis waren, is Leo bij mij ingetrokken. Of we nagedacht hebben om te trouwen? Nee. Dat ik hertrouwde met Karel was logisch, omdat we samen kinderen hadden. Maar met Leo zou het te ingewikkeld zijn.

Het laatste wat we wilden, was dat de kinderen onderling ruzie zouden krijgen om de erfenis. Ik had trouwens ook geen ring nodig om te weten dat Leo mij en mijn kinderen graag zag. En later de kleinkinderen, die hun vake nooit gekend hebben en groot zijn geworden met Leo.

Mijn oudste kleindochter Caro was verzot op hem. Als zij kwam slapen, moest ik ’s morgens altijd een spiegelei bakken. Maar de soldaatjes, die moest Leo maken. Dat kon hij als de beste. (lacht) Zeventien onvergetelijke jaren heb ik met Leo gehad. Tot hij in de zomer van 2016 snel achteruitging en werd opgenomen in het ziekenhuis. Leo was een vinkenier in hart en nieren, maar het fijnstof dat zich in de veren van zijn vogels nestelde, is op zijn longen geslagen. Op het einde raakte hij zelfs niet meer van in de keuken naar zijn serre.

Na drie moeilijke weken is hij op 29 augustus zachtjes ingeslapen. Dat ik van Leo wél afscheid heb kunnen nemen, daar ben ik nog altijd zo ontzettend dankbaar voor. De laatste drie dagen van zijn leven heb ik bij hem gewaakt. Ik heb mensen aan zijn ziekenhuisbed zien passeren van wie ik het nooit verwacht had, maar het was zo mooi om te zien hoe geliefd Leo was. Dat hij tegen iedereen zei dat de laatste zeventien jaar van zijn leven de mooiste waren… (stilte)

Als er echt méé is dan enkel het leven op aarde, waarom moest ik dan drie keer hetzelfde meemaken?

Al bleef ik wel weer met een wrang gevoel achter. Waarom was het me weer niet gegund? Ik herinner me nog een gesprek met een vriendin in de auto, toen we op weg waren naar het ziekenhuis. ‘Geloof jij dat er hierboven nog iets is?’, vroeg ze. Maar die gedachte had ik al na het overlijden van Karel losgelaten. Wat als er met mij iets gebeurt en ik ga naar ‘boven’, naar wie moet ik dan gaan? Jos, Karel, of Leo? Als er echt méér is dan enkel het leven op aarde, waarom moest ik dan drie keer hetzelfde meemaken?

Liefde wint altijd

Net als na de dood van Karel teerde ik weg door verdriet. Tot ik me de woorden van die ene lieve dame weer herinnerde, en besefte dat ik vooruit moest. Het geloof in de liefde was ik na Leo echt helemaal kwijt, maar dan kom je na twee jaar een man als Etienne tegen, en zwicht je. Opnieuw. (lacht)

Een weduwnaar die net als ik op 29 augustus 2016 zijn grote liefde verloor. Op onze eerste date gingen we wandelen in Postel, we hebben de hele weg herinneringen opgehaald. Hij aan zijn vrouw, ik aan Leo. Drie jaar zijn Etienne en ik nu gelukkig samen, al wonen we niet bij elkaar. Dat kan ik niet meer, na al het verdriet dat ik al heb gehad.

Liefde is liefde, en het is sterker dan wat dan ook

Zeker in het prille begin, was ik bang om ook hem te verliezen. Dan keek ik naar Etienne naast me in bed, en lag ik te luisteren of hij nog wel ademde. Soms schudde ik hem in paniek wakker, omdat ik niets meer hoorde. ‘Sorry, ik adem gewoon niet zo luid’, zei hij dan. (lacht) We worden natuurlijk ook een dagje ouder, dat kunnen we niet negeren.

Onlangs heb ik mijn wilsverklaring opgemaakt, zodat de kinderen weten waar ze aan toe zijn. Die zorgeloze liefde, de overtuiging dat je met je man oud gaat worden, dat ben ik dus wel kwijt. Maar liefde is liefde, en ik heb het al gezegd: het is sterker dan wat dan ook. Na Leo had ik kunnen kiezen voor een leven in angst, bang om weer verliefd te worden en weer alleen achter te blijven. Maar ik ben gegaan voor een leven vol liefde.

Dat hebben de mensen rondom mij trouwens ook altijd gedaan. Mijn kinderen hebben Leo en nu Etienne toegelaten in hun levens, net als de familie van Jos en Karel mijn mannen altijd graag hebben gezien. Het is een cliché, maar het is waar: liefde overwint alles, maar je moet er wel voor durven te kiezen.”

Lees hier meer getuigenissen

“De therapeute zei me dat ik Sander moest loslaten. Maar dat kun je toch niet als moeder?”
Ingrid is trots op haar zoon, die afkickte van een zware drugsverslaving
“Daar zat ik, hoogzwanger in een kille cel. Ik huilde niet, maar jankte van angst”
Marjan zat onschuldig in de gevangenis voor kindermoord

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content