Openhartig: drie grootmoeders over het verdriet om hun (klein)kinderen

Openhartig: drie grootmoeders over het verdriet om hun (klein)kinderen

De zorgen stoppen niet als je kinderen de deur uitgaan. Drie lezeressen vertellen hoe het verdriet van en om hun kinderen en kleinkinderen hen blijft raken.

Carines dochter en kleinkinderen zijn slachtoffer van familiaal geweld

“Met z’n mooie, puntige directeursschoenen schopte hij haar alsof ze een voetbal was. En dan sméékte ze me om weg te blijven”

Carine (62): ”De dag waarop ik ontdekte dat het grondig fout zat tussen mijn dochter Ellen en haar man Filip, was nieuwjaarsdag vorig jaar. Allebei mijn dochters zouden ’s avonds met hun gezin bij ons komen eten, zoals dat elk jaar de gewoonte was. Maar rond een uur of twee stuurde Ellen een berichtje. ’Ik ga scheiden van Filip.’ Zonder enige extra info. Voor mij voelde het alsof onze familie van het ene op het andere moment in elkaar stortte. Op dat moment wist ik nog niet dat Filip haar had geslagen, in het bijzin van de kinderen nog wel. En dat het niet de eerste keer was geweest.

Filip en Ellen waren een vijftal jaren samen, maar heel goed kende ik hem niet. Ik wist dat hij directeur was van een scholengemeenschap, dat de relatie met zijn eigen ouders niet al te best was en dat hij problemen had gehad met zijn vorige vriendin, een wankel meisje met borderline. Veel meer had hij in al die jaren nooit prijsgegeven, maar Ellen was verliefd en het was een deftige kerel. Dan geef je hem als moeder vanzelf het voordeel van de twijfel.

‘Papa slaat mama’

Maar toen ik Ellen na dat ene sms’je opbelde, trof ik haar aan in volle crisissituatie. Met horten en stoten vertelde ze wat Filip haar had aangedaan. Hij was nog steeds in alle staten en Tuur, hun oudste zoontje van vier, zag alles gebeuren. Ik ben meteen naar hun huis gerend om Tuur te gaan halen en wat ik daar aantrof, had evengoed een scène uit een slechte film kunnen zijn. Filip die als een waanzinnige wegreed en mij bijna van de weg maaide, mijn dochter die stond te schreeuwen, hun zoontje dat stond te huilen… Zodra Tuur veilig bij ons thuis was, hoorde ik hem verdrietig tegen mijn vriend zeggen ‘Vokke, papa slaat mama en mij en hij roept zo hard.’ Die woorden, uit de mond van een vierjarige, dat gaat door merg en been.

Later, toen ik met Ellen sprak, heb ik haar gevraagd waarom ze niet eerder naar mij was gekomen. Of, als ze dat te moeilijk vond, waarom ze geen hulp had gezocht. Maar Ellen was bang van Filip. En van wat de mensen zouden zeggen. Zij is ingenieur, Filip directeur. Hoe kan het dat twee hoogopgeleide mensen in zo’n situatie belandden? Om die reden besloot ze hun huwelijk ook toch nog een kans te geven. Filip stond onder grote druk op het werk. Misschien zou het met de tijd beter gaan?

Als ik nu terugkijk, ben ik van dan af eigenlijk geen moment meer gerust geweest. Want natuurlijk ging het met de tijd niet beter. Het enige dat veranderd was, was dat Ellen mij in vertrouwen durfde nemen. Dus kreeg ik regelmatig berichtjes. Dat ze zichzelf met de kindjes had opgesloten in de slaapkamer of dat ze over een speelgoedje van de kinderen was gevallen en hij haar had staan schoppen, met zijn mooie puntige directeursschoenen, alsof ze een voetbal was. Maar elke keer als ik zei dat ik haar en de kinderen kwam halen, smeekte ze om weg te blijven. ‘Je weet niet waartoe hij in staat is.’

Dus gebeurde het dat ik ’s nachts stiekem naar hun huis reed om aan de deur te horen of alles rustig was. Of dat ik achter de struiken stond te wachten tot hij naar zijn werk vertrok, om vervolgens eindelijk naar binnen te kunnen glippen. Een paar keer heb ik Ellen kunnen overtuigen om naar de politie gegaan, zodat ze een vaststelling konden doen van haar verwondingen en in juni vorig jaar, na een zoveelste crisismoment, had ze eindelijk de moed om bij Filip weg te gaan.

Sindsdien zitten ze in een vechtscheiding en zoals te verwachten, speelt Filip het hard. Hij heeft een strafpleiter onder de arm genomen en ontkent staalhard wat hij Ellen heeft aangedaan. Ook al hebben we verklaringen van onze huisdokter, ook al heeft hij – zo blijkt nu – zijn vorige vriendin met ‘zogezegde borderline’ hetzelfde aangedaan. Met zijn mooie praatjes windt hij iedereen om zijn vinger. De sociaal onderzoekster heeft het zelfs met zoveel woorden gezegd: ’Iemand met zo’n functie zou toch al veel eerder door de mand gevallen zijn?’

Rugzakje vol verdriet

Dus moeten de kindjes sinds december om de veertien dagen naar hun papa. Een papa die zijn kinderen slaat als ze niet netjes genoeg eten. En die hen als wapen gebruikt om financieel zoveel mogelijk uit de brand te slepen. Elke keer als ze naar ginds gaan, hou ik mijn hart al vast. Wat gebeurt er daar wat wij niet weten? Welke dingen praat hij zijn kinderen aan? Het eerste weekend zei Tuurtje al met zijn kinderlijke onschuld: ‘Papa zegt dat hij mama nooit heeft geslagen, maar papa liegt, hé Moeke. Alleen noemt papa dat anders: niet liegen, maar foppen.’

Tuur en Fien zijn intussen vijf en drie en welke impact dit op hen zal hebben, is koffiedik kijken, maar nú al zie ik het verschil met hun nichtje Saar. Saar lacht en speelt, is een kind zonder zorgen, maar Tuur en Fien dragen al een heel rugzakje mee. Ik merk dat ik hen wil overladen met speelgoed, om toch maar íets te kunnen doen, maar ik weet dat dat niets verandert en net dat maakt het zo zwaar. De machteloosheid, het verdriet en de voortdurende angst hebben er bij mij serieus ingehakt. Vroeger, toen ik nog aan het werk was, had ik het misschien wat meer van me af kunnen zetten, maar sinds kort ben ik met pensioen en ik sta ermee op en ga ermee slapen. Als de kinderen en kleinkinderen er zijn, probeer ik het wat weg te steken. Dan probeer ik hén op te peppen, maar ik merk dat het steeds moeilijker wordt. Ik kan alleen maar hopen dat ik over x-aantal tijd kan vertellen dat Ellen, Tuur en Fien weer gelukkig zijn. En hopelijk leer ik dan zelf ook opnieuw van het leven te genieten.”

Annie verloor twee kleinkinderen

“Hartverscheurend was het, te zien hoe onze beide zonen kapot gingen van gedeeld verdriet. Te beseffen dat ze allebei een kind waren verloren.”

Annie (65): ”De eerste keer dat het verdriet ons trof, was zes jaar geleden. Onze zoon Tom en zijn vrouw Joke waren in verwachting van hun eerste kindje, maar na vier maanden zwangerschap bleek er iets mis te zijn met z’n longetjes. Even bleven we nog zweven tussen hoop en wanhoop, maar Vic zijn overlevingskansen waren te klein. Op zes maanden zwangerschap werd hij dood geboren. Tom en vooral Joke hebben ontzettend afgezien van dat verdriet, maar als grootouders stonden we machteloos. We kónden Vic niet terugbrengen. We kónden de pijn niet verzachten. Dus probeerden mijn man Roel en ik op praktisch vlak de lasten zoveel mogelijk weg te nemen. Tom en Joke waren een huis aan het bouwen, dus gingen we elke dag naar de werf om de handen uit de mouwen te steken. Naar het containerpark rijden en dat soort dingen. Pas door zes jaar later een tweede kleinkind te verliezen, besef ik dat we toen te weinig hebben gepraat.

Na de dood van Vic bracht kleine Lize terug licht in Tom en Jokes leven en twee jaar later was zusje Benthe aan de beurt. Ook Toms tweelingbroer Wim werd papa. Eerst van Noah en een paar weken geleden van Jayden. Ons grootoudergeluk kon niet op. Jayden was een flinke jongen: 3,360kg, met een heldere blik en al een pril lachje. Terwijl mijn man en ik op grote broer pasten, genoten we van de vele fotootjes die Wim en zijn vrouw Rose ons vanuit het kraambed doorstuurden. De eerste berichten dat het bergaf ging met Jayden, vonden we niet eens alarmerend. Jayden zag wel wat geel, maar zijn papa had dat ook bij zijn geboorte en dat was achteraf gewoon weggegaan. Maar ineens was er sprake van zuurstoftekort in het bloed en hartkloppingen en voor we het goed en wel beseften, kregen we het bericht dat Jayden het niet had gehaald. Amper negen dagen had hij geleefd. Vanuit het niets was het voorbij.

Als er één beeld is dat ik nooit zal vergeten, dan is het dat van toen we met z’n allen in het ziekenhuis aankwamen. Wim die met lange uithalen zat te huilen met Jayden in zijn armen, zijn tweelingbroer Tom wenend aan zijn zij. Hartverscheurend was het, te zien hoe onze beide zonen kapot gingen van gedeeld verdriet. Te beseffen dat ze nu allebei een kind waren verloren.

Rijmboekjes en rouwen

Opnieuw stonden Roel en ik machteloos en konden we niet meer doen dan er zijn. We pasten op kleine Noah als dat nodig was en deden de was. En niet onbelangrijk: we praatten als Wim en Rose daar behoefte aan hadden. Zes jaar eerder hadden we dat níet gedaan. Dan ging ik het onderwerp ‘Vic’ uit de weg omdat ik vreesde dat het wonden zou openhalen. Dat het te confronterend zou zijn. Onlangs heb ik me daar bij Tom en Joke voor verontschuldigd. Dat we niet over Vic praatten, betekent niet dat we niet aan hem dachten. Van elk van mijn kleinkinderen heb ik een kerstbal laten maken met hun naam erop en ook al heb ik dat Tom en Joke nooit verteld, klein Vicje zit daar ook bij.

Intussen is het nog maar een paar weken geleden dat Jayden gestorven is en als ik ’s nachts wakker word, is dat vanzelf het eerste waaraan ik denk. Gaan we ooit te weten komen wat er met hem is misgegaan? Zullen Wim en Rose hier doorgeraken zonder in een depressie te belanden? En welke impact heeft dit allemaal op Jaydens broertje Noah? Met zijn anderhalf jaar is hij nog te jong om voluit te beseffen wat er rondom hem gebeurt, maar hij wíst dat er een broertje kwam. Eentje dat er nu niet meer is. Wat moeten we hem daar in godsnaam over vertellen? Want hoe klein Noah ook is, ik merk dat hij het verdriet rondom hem voelt. Hij is zo aanhankelijk, hangt voortdurend aan mama’s rok. Op aanraden van een vriendin heb ik nu twee rijmboekjes gekocht ‘Over de wolken, mijn kleine grote broer.’ Eentje daarvan gaat naar Wim en eentje naar Tom. We hopen dat het hen en de kindjes helpt om het gemis een plaats te geven. En dat het eerste rauwe intense verdriet dat we nu allemaal voelen met de tijd kan slijten.”

Suzy vreest dat ze haar pluskleinkind niet meer mag zien

“Toen ze uit elkaar gingen, schoot er maar één ding door mijn hoofd: ‘En Jefke dan?’ Ik was niet eens zijn échte oma”

Suzy (55): ”Mijn zoon Joris stuurde me op een avond een berichtje. ’Ik ben verliefd, maar het meisje is vier maanden zwanger – van iemand anders. Je vindt het toch niet erg, of wel?’ Joris was 20, Anna 18. Het was even slikken, maar van de breuk van zijn vorige relatie had Joris zoveel afgezien, dat ik blij was dat hij verder ging met zijn leven. We zouden wel zien hoe het verder liep.

Na een week ontmoette ik Anna al voor het eerst. Het was een heel spontaan meisje en het klikte vanaf de eerste minuut. Bij dat kleintje in haar buik stond ik nog niet te veel stil, maar na twee maanden vroeg Anna ineens: ’Hoe wil je eigenlijk dat de baby je gaat noemen?’ Goh, daar overviel ze me wel mee. ’Hoe wil jíj dat de baby me gaat noemen? Zie je me als een oma-figuur dan?’ Ja, knikte ze. Dus kozen we voor ‘oma’ en stiekem genoot ik van dat extra omageluk. Mijn ander kleindochtertje woont een uur verderop. Deze keer zou ik alles van dichtbij meemaken, letterlijk zelfs, zo bleek kort nadien. Anna vroeg me om, net als haar eigen mama, bij de bevalling aanwezig te zijn. Jefke werd geboren en nog geen tien minuten later lag hij in mijn armen. Het was liefde op het eerste gezicht. Die drang om hem te beschermen, was er meteen.

Messenger-oma

Omdat Joris en Anna nog zo jong waren, hielp ik waar ik kon en omdat Anna onregelmatige werkuren had – ze werkte in de Colruyt – was Jefke vaak ’s ochtends vroeg of ’s avonds na de crèche nog bij mij. We aten samen, lazen boekjes,… In het huishouden kreeg ik niks meer gedaan omdat ik voortdurend met hem bezig was (lacht). Maar toen Jefke bijna drie was, kwam er ineens een kink in de kabel. Joris en Anna besloten uit elkaar te gaan. ‘En Jefke dan?’, schoot meteen door mijn hoofd. Ik was niet eens zijn echte oma. Zou ik hem mogen blijven zien? Ik ben fibro-patiënte en heb zware artrose en het nieuws sloeg op mijn lichaam in als een bom. Ik kreeg de ene opstoot na de andere, maar Anna probeerde me gerust te stellen. ‘Jij bént Jefkes oma. Ik zou hem nooit weghouden van jou.’ In het begin haalde ik hem nog elke woensdagmiddag op van school, maar naarmate dat steeds moeilijker werd met mijn gezondheid, maakte Anna een nieuwe beslissing. Ze zou dichter bij haar papa gaan wonen, een half uur verderop, waar haar stiefmama Jefke meer kon opvangen dan ik.

Opnieuw sloeg de schrik mij om het hart dat dit het begin van het einde zou zijn. De gedachte geen deel meer uit te maken van dat manneke zijn leven… Ik moest er nog maar aan denken of de tranen begonnen al te stromen. Maar gelukkig maakt Anna haar belofte waar. Via Messenger belt ze me elke ochtend op. Dan blaast Jefke me kusjes. ‘Loveyou, Oma! Jij bent mijn dikke vriend.’ Eén keer per maand komt hij ook nog een dag naar hier en ook al sputtert mijn lichaam dan tegen, ik geniet van elke minuut.

Het enige waar ik me nu nog zorgen om maak, is de band met mijn zoon. Want hij heeft wél beslist de band met Jefke stop te zetten. ‘Anna heeft me té hard gekwetst, mama. Ik wil niets meer met haar te maken hebben en ik kan beter afstand van hen nemen nu Jefke nog klein is.’ Ja, ik heb hem op andere gedachten proberen te brengen, maar Joris is een volwassen man. Ik kan hem niet dwingen een rol op te nemen die hij zelf niet wilt. Voorlopig laat hij mij gewoon mijn gang gaan wat Jefke betreft, maar ik merk dat hij het moeilijk vindt dat ik op die manier nog contact heb met zijn ex. Ergens sluimert de angst dat hij me op een dag gaat vragen te kiezen. Maar kiezen tussen je zoon en je kleinzoon, wie kan dat?”

4 vragen aan de psycholoog

“Grootouders gaan vaak over hun eigen grens voor hun kleinkinderen. Toch is tijd voor jezelf ook belangrijk, zodat je af en toe plaats kunt maken voor iets anders dan zorgen”

Kleine kinderen, kleine zorgen. Grote kinderen, grote zorgen. Klopt dat cliché?

Linda Heirbaut van psychologenpraktijk Intra-Extra: “In zekere zin wel. Een kind van acht heeft zelf doorgaans nog niet zo veel zorgen dan een kind van 25 of 40 jaar. Bovendien gaat het naarmate je kind ouder wordt, vaak om zorgen waar je minder vat hebt. Als je kind pijn heeft omdat het gevallen is, kun je hem of haar een kusje geven en alles is weer goed. Maar als je een kind hebt dat in een vechtscheiding ligt of zijn job kwijt is, kun je wel troost bieden, maar je kunt minder concreet doén.”

Als er iets gebeurt dat zowel je kind als je kleinkind raakt, heb je dan als grootouder ook dubbel verdriet?

Het verdriet is in elk geval groter. Als meerdere personen die je graag ziet het moeilijk hebben, draag je dat ook sterker mee. Maar de zorgen die je hebt voor je kind zullen anders zijn dan voor je kleinkind. Omdat er nog een generatie tussen jou en je kleinkind staat, voel je dat je nog minder rechtstreekse invloed hebt om iets aan de situatie te veranderen.”

Maar er zijn wel twee generaties voor wie je je sterk moet houden?

”Zo redeneren mensen soms. ‘Mijn (klein)kinderen hebben het al zo moeilijk. Ik zou hen niet willen belasten met mijn verdriet’. En dat geldt ook in de omgekeerde richting: ‘Die info gaan we oma besparen’. Maar als je een gelijkaardig verdriet deelt, kan het net deugd doen om er met elkaar over te praten. Dat voelt daarom niet als een extra last, maar net als een verlichting. Dat betekent niet dat je élke dag zware gesprekken moeten houden, maar het idee dat het kán, is soms al een steun.”

Zijn er nog manieren om het hoofd boven water te blijven houden?

“Wat ik vaak zie bij grootouders is dat ze veel meer over hun grens durven gaan om er te zijn voor hun kind of kleinkind. Toch is het belangrijk die grens niet uit het oog te verliezen. Het is oké om te zeggen ‘Vandaag is het mij allemaal wat te veel, ik zie het niet zitten om te babysitten.’ Iedereen heeft tijd nodig voor zichzelf. Dat maakt je geen slechtere grootouder. Afleiding zoeken in hobby’s of verenigingen kan ook heel waardevol zijn. Niet alleen als uitlaatklep om eens plaats te maken in je hoofd voor iets anders dan zorgen, maar ook omdat het je een ander steunnetwerk geeft. Je verhaal kunnen doen aan iemand die er níet middenin zit, kan een echte opluchting zijn.”

Uit: Libelle 22/2019 – Tekst: Karolien Joniaux – Coverbeeld: Getty Images

Ook deze lezeressen doen openhartig hun verhaal:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)