Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Openhartig: onze redactrice groeide op met een moeder die verslaafd is

Door De Redactie

Redactrice Annick* (35) heeft een moeder die worstelt met een alcohol- en medicatieverslaving. Dat heeft haar hele jeugd bepaald en drukt nu nog een stempel op haar leven. Eerlijk en met veel mildheid doet zij haar verhaal, in de hoop anderen een hart onder de riem te steken.

Mijn moeder is verslaafd

Iedereen heeft een verhaal dat ze eigenlijk aan niemand wil vertellen en net daarom aan iedereen zou moeten vertellen. Dit is het mijne. Al heel haar leven, en dus ook dat van mij, worstelt mijn moeder met een alcohol- en medicatieverslaving. Dat maakt van mij een KOPP-kind, weet ik nu: een kind van een ouder met een psychische- of afhankelijkheidsproblematiek.

Uit onderzoek blijkt dat er vandaag 346.830 KOPP-kinderen in Vlaanderen zijn. 346.830: dat is een heel specifiek getal voor een situatie waarin je je zo alleen kunt voelen. Als 35-jarige ben ik de verzamelnaam ontgroeid, dus ik en vele andere volwassenen komen boven op die cijfers. Maar iedereen die het meegemaakt heeft, weet: een kind van een ouder met een psychische kwetsbaarheid, dat ben je voor het leven. Dat van hen, maar ook dat van jou.

Zorgen voor mama

Als ik mensen vertel dat mijn moeder verslaafd is, zie ik taferelen van ‘De helaasheid der dingen’ door hun hoofd spoken. En ja, ook al woonde ik in het grootste huis van het dorp en hadden mijn ouders veel aanzien: zulke momenten maak je mee als KOPP-kind. Ik zou kunnen vertellen hoe ik haar als twaalfjarige uit haar bloed heb opgeraapt, met een vriendin erbij. Over hoe ik als tiener na de examens met de bus hongerig thuiskwam in een huis dat volkomen stil was, met de dag erop een nieuw examen voor de boeg, en mijn moeder verdwaasd aan de keukentafel zat zonder eten.

“Ik voelde me zo bedrogen toen ik haar voor Moederdag had verwend en haar de avond zelf nog een pot advocaat zag leeglepelen”

Hoe eenzaam ik me voelde, in dat grote huis, waar niemand wist wat er aan de gang was. Of waar iedereen het wist, maar niemand er iets aan deed. Hoe ik ooit soep over haar hoofd heb gegoten – lauwe soep – omdat ik wilde dat ze onder de douche zou gaan en weer bij haar zinnen zou komen. Hoe ik geprobeerd heb om de beste dochter te zijn, de boze dochter, de vriendin. Hoe bedrogen ik me voelde toen ik haar voor Moederdag verwend had met een zalig warm bad en haar de avond zelf nog een pot advocaat zag leeglepelen.

Hoe ik haar keer op keer, op keer, op keer naar de psychiatrische instelling heb gebracht. Hoe ik haar telkens opnieuw wilde geloven als ze zei dat het onterecht was, hoe ik – ook al wist ik het, had ik het al honderden keren meegemaakt – toch telkens opnieuw kapot was van teleurstelling als ze dan toch gedronken bleek te hebben. Hoe je als kind toch altijd blijft hopen dat het op een dag zou stoppen.

Want: ik deed toch mijn best om een goeie dochter te zijn? Ik zou kunnen vertellen wat dat met een mens doet. Met een kind, met een tiener. Maar ook met een volwassen vrouw. Want nog bepalender dan die momenten zijn er de ‘dag-in-dag-uit’-gebeurtenissen die zonder dat je het beseft een patroon uitslijten in je hart en je hoofd. Vandaag ruik ik nog altijd aan haar als ik een kus geef en neem ik in haar huis van elk vol glas een slok, gewoon om te kijken of het alcohol is. Ook vandaag nog ben ik altijd op zoek. Wil ik tegelijk vinden en niet vinden.

De dag dat ik zelf moeder werd, herviel ze en dus heeft ze haar eerste kleinkind pas weken later voor het eerst gezien. Die periode was ik meer bezig met haar dan met mezelf, of met mijn kind in mijn armen. Het zorgen voor mijn moeder is zo ingesleten dat ik zelfs op dat moment, wanneer iedereen behalve zij centraal had moeten staan, geen ruimte kon maken. Hoe dat het verhaal van mijn leven is: eerst zij, dan de rest. Niet altijd in daden, maar wel altijd in mijn hoofd.

“Vandaag ruik ik nog altijd aan haar als ik een kus geef”

Maar eigenlijk wil ik dat niet vertellen. Ik wil iedereen die net als ik een ouder heeft met een psychische of afhankelijkheidsproblematiek, één ding zeggen, en dat is: “Ik zie je. Ook al denk je dat niemand je ziet omdat iedereen voortdurend naar je vader of moeder kijkt. Ook al denk je dat je er helemaal alleen voor staat. Ik zie je. En vandaag, méér dan twintig jaar geleden, zien anderen je ook.

Leven met het taboe

Kris Holemans van ‘Familieplatform’, de organisatie die naasten van mensen met een psychische kwetsbaarheid, onder wie ook KOPP-kinderen, in de kijker zet bij organisaties uit de geestelijke gezondheidszorg, geeft toe dat er een grote evolutie heeft plaatsgevonden in de psychische gezondheidszorg. “In de jaren tachtig werd er vooral gefocust op de patiënt vanuit een medisch model. De laatste jaren komt de stem van de patiënt zelf meer naar de voorgrond en wordt er meer gefocust op herstel, in plaats van op de ziekte. Met die evolutie is ook een inhaalbeweging gekomen naar de familie en naasten: ook zij krijgen een plek.

Kris noemt KOPP-kinderen ‘de onzichtbare doelgroep’. “Doordat er een taboe heerst op psychisch ziek zijn, wordt er niet over gesproken. Niet door de ouders, maar ook niet door de kinderen. Zij durven hun verhaal niet te vertellen uit loyaliteit naar hun vader of moeder. Bij oudere kinderen zien we dat ze ‘onzichtbaar’ blijven omdat ze meestal geleerd hebben zich te focussen op de noden van hun ouder, en daardoor minder voelinghebben met hun eigen noden. Terwijl uit onderzoek blijkt dat het net heel belangrijk is om kinderen van ouders met een psychische kwetsbaarheid te ondersteunen.”

“Elk jaar dat ik niet verslaafd ben, is voor mij een overwinning”

Kinderen die opgroeien met een ouder met een verslaving of met een ouder met een psychische problematiek, hebben immers extra veel kans om zelf ook verslaafd te worden of psychisch ziek te worden. Dat is een gedachte die me verschrikkelijk bang maakt: ik wil mijn eigen kinderen toch niet aandoen wat mij is aangedaan? Elk jaar dat ik niet verslaafd ben, is voor mij een overwinning.

Kris Holemans: “Die angst zien we heel vaak bij KOPPtieners: ga ik dit ook krijgen? Het is zeer belangrijk om de juiste cijfers mee te geven. Een derde van de KOPPkinderen ontwikkelt een langdurige, ernstige problematiek. Een derde ontwikkelt volkomen normaal, maar loopt op een bepaald moment in het leven vast op wat ze meegemaakt hebben. En – heel belangrijk – een derde evolueert zonder enig probleem. We spreken dus van een tweederderegel: de meerderheid van de jongeren heeft geen behandeling nodig, maar de nood aan preventie en steun is wel groot.

Veerkracht en preventie

Uit onderzoek blijkt dat je kinderen en jongvolwassenen kunt ondersteunen om hun kansen te vergroten om zo weinig gehavend mogelijk uit hun opvoedingssituatie te komen.

Kris Holemans: “Vandaag weten we dat er vier essentiële ondersteuners zijn om kinderen krachtiger te maken. We noemen dat de veerkrachtversterkers. Hoe meer je op die vier vlakken inzet, hoe stabieler jongeren en volwassenen later zijn en hoe beter gewapend tegen hun erfelijke belasting.

De eerste versterker is informatie. Al te vaak worden kinderen en jongeren afgeschermd van het probleem, uit liefde, maar het is net heel waardevol om uit te spreken wat er aan de hand is. Mama of papa is ziek, dit is de ziekte en zo zal ze evolueren. Kinderen hebben een groot schuld- en schaamtegevoel en denken vaak dat hun ouder ziek is geworden door iets wat zij gedaan hebben. Door informatie te geven, kunnen ze de verslaving losmaken van zichzelf. Ook helpt die informatie hen duidelijk te maken wat ze kunnen verwachten. Dat het niet over is na één behandeling, bijvoorbeeld.

De tweede veerkrachtversterker, is jongeren ruimte geven om hun eigen gevoelens te uiten. Vragen: ‘Hoe gaat het met jou?’, eerder dan alleen te focussen op de ouderfiguur.

De derde versterker is een vertrouwensfiguur hebben. Iemand extra, boven op de vader of moeder, tegen wie het kind mag zeggen wat hij of zij voelt, hoe het thuis is, wat de ziekte met hem of haar doet.

En als laatste laten we het kind kind zijn. Er moet ruimte zijn voor ontspanning, een hobby, om even weg te zijn van de zorgen thuis.

We merken dat, als we inzetten op deze vier vlakken, de kans veel kleiner is dat KOPP-kinderen zelf een psychische problematiek ontwikkelen.”

Mildheid komt met de jaren

Veel van die veerkrachtversterkers heb ik onrechtstreeks gekregen en ze hebben me zeker geholpen. Door informatie te krijgen over haar ziekte, kon de allesoverheersende boosheid tegenover mijn moeder plaatsmaken voor andere gevoelens.

Toen ik besefte dat haar verslaving geen keuze was, en vooral geen keuze tegen mij. Dat een psychische ziekte ook een ziekte is, net als kanker en een gebroken been, maar dat je ze niet ziet en dat dat het dus zoveel ingewikkelder maakt. Net door die informatie te krijgen, was er op een dag het inzicht: elke dag dat ze niet dronk, was een keuze voor mij in plaats van dat elke dag dat ze wel dronk een keuze tégen mij was.

“Ik besefte dat haar verslaving geen keuze was, en vooral geen keuze tegen mij”

Vandaag kan ik zeggen dat ik mijn moeder graag zie. Heel graag, zelfs. Het heeft jaren geduurd voor ik mezelf durfde toe te laten het te voelen. Uit angst voor de teleurstelling, uit schaamte, uit boosheid of medelijden. Het is door zelf moeder te worden, dat ik besef dat ook zij dit pad nooit had willen kiezen, niet voor haarzelf en niet voor mij. Ik weet nu dat niets zo zwart-wit is als je als kind, als tiener of twintiger denkt. Dat er context is, die ik niet begreep als kind en misschien vandaag ook nog niet. Dat mijn moeder – ook al heeft ze slechte dingen gedaan – geen slecht mens is. Dat niets iets verandert aan het feit dat zij mijn moeder is. En dat ik er maar één heb.

“We proberen het iedereen die naaste is van iemand met een psychische kwetsbaarheid mee te geven: zij willen dit ook niet. Ook bij hen gaat hun ziekte gepaard met veel schaamte en schuld, want de meeste ouders willen gewoon, net als iedereen, het beste voor hun kinderen”, zegt Kris Holemans. “We proberen KOPP’ers ook mee te geven dat je, ondanks de worstelingen waar je mee opgroeit, ook veel kwaliteiten meekrijgt. Ik zie veel ervaringsdeskundigen die heel empathische en flexibele mensen zijn, die niet terugdeinzen voor een moeilijk gesprek en die een groot doorzettingsvermogen hebben. Heel vaak worden KOPPkinderen zeer goede zorgverleners en leerkrachten. Wat je meemaakt, bepaalt je niet alleen in de slechte zin.”

“Na vele jaren van boosheid, teleurstelling en afwijzing, kies ik voor mildheid”

Wijsheid komt met de jaren, en mildheid blijkbaar ook. We kunnen niet kiezen wie we als ouder hebben gehad, of hen laten kiezen om niet psychisch ziek te zijn. Het enige wat wij kunnen, als kind, is kiezen wat we ermee doen. En na vele jaren van boosheid, teleurstelling en afwijzing, kies ik voor mildheid. Zelfs dankbaarheid. Want nu ik zelf mama ben van jonge kinderen, in een relatie zit waar liefde ook al eens werken is en voel hoe een glas de zwaarte van moeilijke dagen kan verzachten, ben ik door mijn moeders kwetsbaarheid extra alert. Ik drink nooit alleen en pijnstillers neem ik enkel als het echt niet anders kan.

Wat was er gebeurd als ik haar pad niet had gezien? Misschien niets, of misschien was ik zelf verslaafd geworden. Vandaag denk ik dat ik mijn moeder dankbaar moet zijn, omdat ze me door haar levensverhaal op mijn eigen kwetsbaarheid heeft gewezen. Dus kies ik mildheid. Mildheid met een vleugje worsteling, voor de rest van mijn leven.

*Omwille van de privacy van alle betrokkenen werd de naam van onze redactrice veranderd.

KOPP- en KOAP-kinderen: wie zijn ze?

Kris Holemans: “We spreken over KOPP’ers als het gaat om kinderen van ouders met een psychische problematiek en over KOAP’ers als het om kinderen gaat van ouders met een afhankelijkheidsproblematiek.

Maar de gevolgen voor het kind en de gevoelens die we zien, zijn veelal dezelfde. We merken wel dat het taboe bij een afhankelijkheidsprobleem nog groter is, waardoor we meer geduld moeten hebben met het bespreekbaar maken van wat er gebeurt.”

Laat van je horen

Ben je een volwassen KOPP- of KOAP-kind en heb je nood aan een gesprek? Dan zijn er verschillende organisaties die er ook vandaag nog voor je zijn.

  • Similes is een familievereniging, waar ook naasten terechtkunnen voor informatie of een luisterend oor. Similes zet zich specifiek in voor jongvolwassenen en volwassenen met kwetsbare ouders en organiseert allerlei activiteiten voor lotgenoten. Elke werkdag kun je tussen 10 en 12 uur ook terecht bij de Luisterlijn op 016‑24 42 00. Info: similes.be
  • Heb je een KOPP-kind, of herken je iemand in deze situatie? Op Familieplatform vind je heel wat informatie over de veerkrachtversterkers en organisaties die het kind kunnen bijstaan. Info: familieplatform.be
  • Al-anon is een vereniging voor familieleden en vrienden van volwassenen met een alcoholverslaving. Zij hebben een deelwerking speciaal gericht op jongeren tussen 8 en 23 jaar, Alateen. Info: al-anonvl.be
  • VAD, de Vlaamse Vereniging voor Alcohol en andere Drugs, verricht mooi werk voor naasten en kinderen van iemand met een verslaving. Info: vad.be