Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Als jij ouder bent dan je mama toen ze stierf: 2 lezeressen vertellen

Door De Redactie

Het overlijden van je moeder komt altijd te vroeg. Maar als je haar op jonge leeftijd hebt moeten afgeven, blijft dat lege gevoel knagen, het gevoel dat de cirkel nog niet rond was. Zeker als je haar op een bepaald moment in jaren voorbijsteekt, ondervonden Danielle en Renée.

Ik ben ouder dan mama ooit is mogen worden

De moeder van Daniëlle stierf op haar 43ste, toen ze zelf nog maar 15 was

Danielle (55): “Mijn drieënveertigste verjaardag vond ik verschrikkelijk. Dat was immers het jaar dat ik even oud werd als mijn mama toen ze stierf. Het moment waarop ik me zou voelen zoals zij zich had gevoeld toen ze afscheid moest nemen van het leven. Ik herinner me dat ik de dagen voor mijn verjaardag een ongrijpbare angst voelde, die ik alleen maar kon verklaren door de link met haar dood te leggen. Het was een irrationeel gevoel, want ik had geen enkele reden om te denken dat mij op die leeftijd hetzelfde zou overkomen. Maar de angst was er wel.

“Ik herinner me dat ik de dagen voor mijn verjaardag een ongrijpbare angst voelde”

Mama kreeg het vonnis van baarmoederhalskanker toen het al te laat was. Ze wist vrij snel dat ze nog maar een paar maanden te leven had, en moest die periode doorkomen in de wetenschap dat ze mij en mijn broers en zusje niet zou zien opgroeien, dat ze weldra afscheid van ons zou moeten nemen. Tegelijkertijd wilde ze haar kinderen niet te veel bezwaren met haar ziekte, dus deed ze haar best om nog steeds de zorgende, vrolijke mama te zijn die ze altijd voor ons was geweest. De tragiek van die situatie kan me nog altijd overvallen. Ik kan me geen groter verdriet voorstellen dan dat van een moeder die weet dat ze haar kinderen zal moeten achterlaten.

Ik was vijftien, en ik denk dat ik van alle kinderen in ons gezin de moeilijkste leeftijd had om een moeder te verliezen. Daarmee wil ik het verdriet van mijn broers en zus niet minimaliseren, maar ik zat midden in de puberteit en voelde mij helemaal verloren. Omdat ik enkel oudere broers had, miste ik een rolmodel, iemand die me kon begeleiden in mijn overgang van meisje naar vrouw, die me kon geruststellen dat de verwarring die ik voelde, normaal was.

Bij mijn vader kon ik niet terecht. Hij voelde zich na de dood van mama compleet overweldigd en had zijn handen vol met zijn werk en het huishouden. Daardoor besloot ik al snel dat ik mijn verdriet vooral in mijn eentje moest verwerken en er niemand mee moest lastigvallen. Ik wilde er ook zijn voor mijn zusje en stak al mijn energie in de zorg voor haar en mijn jongere broer. Zij hadden iemand nodig die hen aandacht gaf, en ik nam al snel die rol op mij, ook omdat mama dat in de week voor ze stierf had gevraagd. Ik heb altijd een groot verantwoordelijkheidsgevoel gehad, en wilde zo graag dat mijn broer en zus gelukkig waren, dat ik mijn eigen rouwproces aan de kant schoof om voor hen te zorgen.

Ik denk dat ik een groot deel van mijn verdriet heb verdrongen, tot op het moment dat dat niet meer lukte. En dat moment kwam er toen ik zwanger werd van mijn eerste dochter. Ik hoor van veel vrouwen dat ze tijdens hun zwangerschap meer naar hun moeder zijn toegegroeid, en dat hun band sterker werd zodra ze zelf kinderen kregen. Het lijkt me dus logisch dat het gemis voor mij in die periode plots heviger werd. De jaren daarvoor had ik mezelf kunnen afleiden met mijn studies, verliefdheden en mijn werk als leerkracht. Bij mijn eerste bevalling was het anders.

“De pijn van de weeën was zo hevig dat ik zonder nadenken ‘Mama!’ riep, als een soort van natuurlijke moeder-dochter-reflex”

Uiteraard was ik zielsgelukkig toen ik mijn dochter voor het eerst in mijn armen hield, maar toch overviel mij die dag ook het gigantische verdriet dat ik al die jaren had weggedrukt. ‘Ze had hier bij moeten zijn’, is een van de eerste dingen die ik na de geboorte tegen mijn man heb gezegd. En ook tijdens de bevalling heb ik om mijn moeder geschreeuwd. De pijn van de weeën was zo hevig dat ik zonder nadenken ‘Mama!’ riep, als een soort van natuurlijke moeder-dochter-reflex. Het besef dat zij er niet was om mij te ondersteunen, maar vooral dat ze haar kleinkind nooit zou ontmoeten, kwam toen heel hard aan.

En ook tijdens de kraamperiode heb ik ’s avonds in bed nog dikwijls om haar gehuild. De eerste keer mama worden is zo overweldigend. Op zo’n moment heb je als vrouw de steun nodig van iemand die alles al eens heeft meegemaakt. Wat verlangde ik naar het advies van een moeder die me zou geruststellen wanneer mijn baby huilde, of me zou helpen bij de borstvoeding, het eerste badje en de eerste keer dat mijn dochter koorts kreeg. Sinds ik zelf moeder ben, voel ik me veel meer verbonden met mama dan daarvoor, ook al is ze er niet meer. Op moeilijke momenten voel ik haar aanwezigheid, en ik praat zelfs met haar wanneer ik goede raad nodig heb.

Mijn jongste dochter was een koppige puber, die dikwijls over mijn grenzen ging. Op momenten dat ik echt niet meer wist wat ik met haar moest aanvangen, vroeg ik mama om hulp. En ook al kwam er geen antwoord, toch voelde ik mij op die momenten gesteund. Soms stelde ik mij voor hoe ik bij haar op de koffie zou gaan, en haar zou vertellen over mijn opvoedings- of relatieperikelen. Ik vroeg me dan af wat ze zou antwoorden, en gebruikte haar fictief advies als leidraad in de aanpak van mijn kinderen en mijn huwelijk, zelfs toen ik al meer ervaring had dan zij. Want ook al ben ik ondertussen al een pak ouder dan mijn mama toen ze stierf, toch blijft ze mijn grote voorbeeld, een wijze vrouw die mij de weg wijst in het leven.”

Renée verloor haar moeder toen ze 5 was. Die was toen zelf amper 25

Renée (42): “Ik zie mijn vader de kamer nog binnenkomen, de ochtend nadat hij zijn vijfentwintigjarige vrouw, mijn mama, aan een hersenbloeding verloor. Ik had die nacht toevallig bij mijn grootouders gelogeerd. Toen ik wakker werd, kwam hij bij me op bed zitten en vertelde hij dat mijn mama overleden was. Van de periode daarna herinner ik mij niet zoveel meer, behalve dat mijn vader heel veel verdriet had. En ik weet nog dat hij ziek werd, en een jaar later ook overleed.

Mijn familie heeft mij heel goed opgevangen, maar uiteraard konden ze mijn ouders niet vervangen. Ik mis hen allebei nog elke dag, maar omdat ik mijn vader een jaar langer heb gekend in een hele cruciale periode van mijn leven, heb ik aan hem iets meer herinneringen dan aan mijn moeder. Daar heb ik het lang moeilijk mee gehad. Ik denk soms dat ik mij meer getroost zou voelen als ik mij concrete dingen over mijn mama zou kunnen herinneren.

Er bestaan jammer genoeg maar weinig foto’s van haar. Ik moet alles maar aannemen wat mensen me over haar vertellen, want ik heb nooit de kans gekregen om me zelf een beeld van haar te vormen. Soms zie ik nog voor me hoe ze mij als klein meisje aankleedde in onze piepkleine badkamer, of hoe ze vrolijk met mijn vader door de living danste. Ik zie nog het patroon van haar dekbed of de kleuren van haar jas, maar haar gezicht kan ik me niet meer voor de geest halen.

“Het voelt bevreemdend dat mijn referentiepunt altijd een vrouw van vijfentwintig zal blijven, terwijl ik ondertussen al zoveel ouder ben”

Mensen vertellen me dat ze beeldschoon was, dat iedereen naar haar keek als ze ergens binnenkwam. En ik weet dat ik op haar lijk omdat ik mezelf qua uiterlijk herken in mijn tante, haar zus. Maar het voelt bevreemdend dat mijn referentiepunt altijd een vrouw van vijfentwintig zal blijven, terwijl ik ondertussen al zoveel ouder ben. Vriendinnen kunnen naar hun moeder kijken als ze willen weten hoe ze er over twintig jaar uit zullen zien, maar ik heb er het raden naar hoe ik als vrouw zal evolueren.

In mijn gedachten zullen mijn ouders altijd de volwassenen blijven en ik het kind, al klopt dat beeld uiteraard niet meer. Mijn mama zal eeuwig jong blijven. Dat is mooi en tragisch tegelijk. Haar leven is gestopt toen het nog maar net was begonnen. Als ik mijn ooms en tantes zie genieten van hun kinderen en kleinkinderen, vind ik het zo erg voor mama dat zij dat allemaal nooit heeft mogen meemaken.

Ikzelf heb er heel bewust voor gekozen om kinderloos te blijven. En ik kan niet ontkennen dat mijn jeugdtrauma aan de basis van die beslissing ligt. Ik kon het simpelweg niet over mijn hart krijgen om kinderen op deze wereld te zetten in de wetenschap dat ik hen ooit zou moeten achterlaten. Want ik weet hoe het voelt om op te groeien zonder moederfiguur. Dat wilde ik niemand aandoen.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben altijd omringd geweest door sterke vrouwen. Ik bewonder mijn grootmoeder en tantes echt enorm, maar zij zullen mijn moeder nooit kunnen vervangen. Dat hebben ze trouwens ook nooit geprobeerd. De mensen om mij heen hebben altijd hun best gedaan om de herinneringen aan mijn ouders levend te houden. Als ik familie en vrienden over hen hoor vertellen, ben ik er zeker van dat het heel toffe, boeiende mensen waren. Dat is uiteraard fijn om te horen, maar het maakt het ook extra tragisch dat ze hier niet meer zijn.

Er is mij altijd op het hart gedrukt dat mijn ouders zielsveel van mij hielden, en dat heb ik in onze korte tijd samen ook echt gevoeld. Ik heb geen enkele negatieve herinnering aan mijn moeder, ik weet dat ik geliefd was. Ik vraag me soms wel af of mijn ouders mij nu nog altijd even leuk zouden vinden als toen, of ze trots zouden zijn op de volwassene die ik ben geworden. Ik zie om mij heen hoe onvoorwaardelijk de liefde van ouders voor hun kinderen is. Ik vermoed dus wel dat ze mij nog steeds even graag zouden zien, en toch betrap ik mezelf erop dat ik dingen doe om hen blij te maken.

“Ik zou er veel voor geven om eens een dag met mijn moeder te kunnen doorbrengen”

Want ook al zijn ze hier niet meer, toch ben ik al mijn hele leven op zoek naar de goedkeuring van mijn ouders. Ik zou er veel voor geven om eens een dag met mijn moeder te kunnen doorbrengen. Zelfs één uurtje met haar praten zou al genoeg zijn. Gewoon om haar beter te leren kennen, zodat ik herinneringen zou hebben die ik kon meedragen. Herinneringen die ervoor zouden zorgen dat ik me minder alleen voel.”

Lees het volledige artikel in Libelle 15/2022. Tekst: Ans Vroom

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content