De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Getty Images

Openhartig: rouwen om het verlies van je huisdier

Door De Redactie

Voor buitenstaanders lijkt het soms vreemd, maar je huisdier verliezen kan heel pijnlijk zijn. Omdat het een warme plek had in het gezin en zoveel meer was dan ‘maar een dier’. Baasjes én experts aan het woord.

Miranda moest haar hond Lunes laten inslapen

“Je hele routine wordt anders. Als ik foto’s neem van de kindjes, ben ik het zo gewoon dat er altijd een staart op staat”

Miranda (31): “In de 7,5 jaar dat we Lunes, onze Berner sennen, hadden, heeft ze welgeteld vijf nachten niet bij ons geslapen. We namen haar altijd mee, onze vakanties stippelden we zo uit dat ze ook leuk waren voor haar. Onze drie kindjes – 1, 4 en 6 jaar oud – zijn thuis geboren, en ook toen was Lunes erbij. Rustig naast het vrouwtje aan het waken, om haar kleine mensjes te begroeten met een likje aan hun oor. Ze was onze surrogaatmoeder, en sloeg alarm als een van de gastjes naar buiten wist te ontsnappen. Een zotte doos, een beetje emotioneel labiel, maar ze paste zo perfect in ons gezin.

Lunes had het Wobbler-syndroom, wat zoiets is als MS bij mensen. We hebben haar dood zien aankomen, en dat was soms hard. De aftakeling, de onwetendheid, de grote verantwoordelijkheid die je voelt, en de vraag: wanneer is het voor haar genoeg? Ze raakte verlamd, en kon niet meer zelfstandig rechtstaan, maar in haar koppeke was ze nog altijd die enthousiaste hond. Alleen: ze had pijn, het lukte niet meer. Uiteindelijk is de dierenarts naar ons huis gekomen, zodat ze in haar eigen vertrouwde omgeving kon inslapen. We waren er allemaal bij. Mijn man hield haar vast, onze oudste hield haar pootje vast. We zijn heel erg blij dat we haar een waardig afscheid, in haar gezin, hebben kunnen geven.

Moeilijk is dat daarna je hele routine verandert. Het eerste wat je doet als je opstaat, en het laatste voor je gaat slapen, is de hond uitlaten. Je bent op weg met de auto, het regent, en een fractie van een seconde denk je: lap, Lunes zit nog buiten. De knuffel voor je het huis verlaat, het vrolijke geblaf bij thuiskomst, die zijn er niet meer. De kinderen wachten nog altijd tot Lunes na het eten de gevallen restjes van onder de tafel komt smullen. Zondag-wandeldag, die vervalt en is leeg. Als ik foto’s neem van de kindjes, ben ik het gewoon dat er altijd een staart op staat…

We missen haar zo, en mensen begrijpen het niet altijd. Ze vragen of we een andere hond nemen, maar daar wil ik niet eens aan denken. Of ze zeggen: het was toch maar een dier? Voor ons was ze dat niet. Ze was een volwaardig deel van het gezin. En nu laat ze een enorme leegte achter. De kindjes kijken nog bijna dagelijks in hun fotoboek, onze oudste neemt zijn Berner sennen-knuffel overal mee naartoe en in de lente gaan we terug naar de camping en de bossen waar ze zo graag was. Daar zullen we haar as uitstrooien.”

Peggy mist haar kat Frisky nog elke dag

“Zo veel jaren samen wis je niet zomaar uit”

Peggy (47): “Toen mijn kat Frisky stierf, liet ze een immense leegte achter, een verschrikkelijk gemis. Dagen heb ik gehuild, thuis en op het werk. Zelfs nu nog, maanden later, komen de tranen regelmatig, maar dan thuis, niet in het openbaar, want veel mensen begrijpen dat verdriet niet. ‘Het was toch maar een kat’, zeggen ze. Dat is een zin die mij kwetst. Want voor mij was ze meer dan ‘maar’ een kat. Ze was mijn grote kleine vriendin gedurende dik 17, bijna 18 jaar. En zoveel jaren samen, zoveel rituelen samen wis je niet zo maar uit.”

Voor Luc en zijn vrouw was hun hond Chivas als een kind

“Met nieuwjaar lazen we zelfs elk jaar samen zijn nieuwjaarsbrief voor aan zijn peter, een bevriende buurman. Dan kreeg hij een cadeautje en koekjes”

Luc (53): “Onze Peruaanse naakthond Chivas was een adoptiehond. Hij woonde oorspronkelijk bij een vriend van mij, maar gaandeweg ging ik er meer voor zorgen dan hij. Zo werd ik stilaan echt verliefd op hem. Toen hij op een keer op mijn voeten kwam zitten en me aankeek met een blik die zei: ‘Mag ik met jou mee?’, ben ik gezwicht. Hij wilde duidelijk graag bij mij zijn en vanaf die dag heb ik me dag en nacht over die hond ontfermd. Wij hoorden samen.

Tien jaar lang hebben we lief en leed gedeeld. We gingen heel vaak samen wandelen en hij mocht ook mee op vakantie. Chivas was echt een deel van ons gezin, wij gingen overal met ons drietjes naartoe. We bestelden altijd twee koffies en een natte worst, Chivas wist dat. Mijn vrouw Hilde en ik hebben geen kinderen en van zodra de hond in ons gezin kwam, werd onze relatie onderling hechter. Plots hadden we iemand om samen voor te zorgen. Hilde werkte halftijds en elke middag belde ik haar om te vragen hoe het met Chivas ging thuis. Met oudjaar gingen we nooit weg, maar stak ik Chivas in bad om hem op zijn gemak te stellen. En met nieuwjaar las ik zelfs elk jaar samen met Chivas zijn nieuwjaarsbrief voor aan zijn peter, een bevriende buurman. Dan kreeg hij een cadeautje een koekjes. Wanneer Chivas gezellig bij ons in bed sliep, voelden we ons alle drie opperbest.

Jammer genoeg kreeg Chivas kanker. Toch bleven we wandelen tot het bittere einde. Wanneer hij te ziek was om te wandelen, deed ik zijn jasje aan en droeg ik hem de straat over. Ik deed er alles aan om hem het gevoel te geven dat we voor hem bleven zorgen. We zijn lang doorgegaan met allerlei behandelingen, maar toen bleek dat we zijn schouderblad en voorpoot zouden moeten laten amputeren, hield het op. Dat was geen optie. Twee jaar geleden is hij gestorven, de dag voor mijn vrouw haar 50ste verjaardag.

Tijdens zijn laatste weken kwam Chivas letterlijk afscheid van mij nemen. Hij kwam bovenop mij liggen met zijn kop op zijn poten, in een pose die ik nog nooit gezien had. Toen heeft hij mij verteld dat het welletjes was geweest, denk ik. Op het laatste moment kreeg hij een epilepsie-aanval, ik hield hem in mijn armen toen hij overleed.

We lieten Chivas cremeren en namen waardig afscheid. Zijn hoofd heb ik intussen laten tatoeëren op mijn arm en ik draag een ring waarin een beetje as is verwerkt. Zijn autogordel en kettinkje hangt nog altijd in onze auto en die laat ik daar hangen. Zo blijft de herinnering heel tastbaar. Als ik kip klaarmaak in de keuken, betrap ik me erop dat ik nog altijd een stukje aan Chivas wil geven. Ik mis zijn gezelschap en het enthousiasme waarmee hij mij begroette als ik thuiskwam enorm. Gelukkig kregen we veel steun en begrip van onze omgeving. Collega’s, familie en vrienden stuurden ons kaartjes met lieve boodschappen en de sleutelhanger met fotootje van Chivas deelden we uit aan wie erom vroeg. We hebben veel dierenliefhebbers in onze omgeving, onze hond was echt heel graag gezien.”

Lana was de dierbaarste hond die Brigitte ooit heeft gehad.

“95 procent van de mensen maakt nooit mee wat ik met Lana heb gehad. Daar moet ik dankbaar om zijn, ondanks het verdriet”

Brigitte (31): “Lana was de hond van een vage kennis die haar zwaar mishandelde. Ze was nog maar een pupje van acht weken, maar kreeg al zoveel klappen dat ik het niet langer kon aanzien. Ik was vijftien, heb al mijn geld uit mijn spaarpot gehaald, en hier en daar wat ingezameld bij vrienden. Toen ik tweehonderd euro had, heb ik het geld op het nachtkastje van die kerel gelegd en Lana meegenomen.

Lana was een stafford, en we hebben thuis altijd grote honden gehad, Mechelse schepers, maar de band die ik met haar had, was meteen anders. Ze was zo dankbaar, ze zou voor mij door het vuur zijn gegaan. Ik moest wel grenzen stellen, natuurlijk, en in het begin was ze extreem bang van mannen. Ze kromp ineen, liet haar tanden zien: daar heb ik hard aan moeten werken, maar da’s wel goed gekomen. Ze ging mee op restaurant, op café, naar de winkelstraat, en overal kreeg ik complimentjes omdat ze zo braaf was. Na school zaten we uren met vrienden op het pleintje, en iedereen was dan altijd balletjes met Lana aan het gooien. Ze was dan zo blij, ze kon echt kwispelen met heel haar lijf. (lacht)

Een jaar geleden is ze gestorven. Ze leed al een paar jaar aan nierfalen – na een verkeerde behandeling door een dierenarts. Op de duur had ze heel veel pijn, ze maakte koorts, kon haar plas niet meer ophouden. Als ik ging werken, bleef Lana bij mijn ouders, en het was mijn mama die zei: het gaat echt niet goed. Ik heb toen een week verlof genomen, en ben met Lana naar de Ardennen getrokken, naar de chalet van mijn ouders waar ze zo graag was. Daar heb ik ingezien dat het op was voor Lana. ’s Nachts was ze hartverscheurend aan het janken, ze wilde ook niet meer wandelen, niet meer eten. Misschien heb ik zelfs een dag te lang gewacht. (stil) Het is ook zo moeilijk, om dat moment te kiezen.

Toen de dierenarts er was, ben ik bij Lana gaan liggen en ik zag dat ze lachte. Dat was een mooi teken. Later ben ik met haar naar huis gereden en heb ik haar begraven in de tuin, samen met mijn vriend, mijn zoontje en mijn stiefzoontje. Het deed zo’n pijn. Ik heb heel veel steun gekregen van vrienden, maar ik ben er toch een tijdje onderdoor gegaan. Ik kreeg het ook niet uitgelegd. Ik heb mijn grootouders verloren, ik heb eerder al honden verloren, maar dit was een soort verdriet dat ik nooit eerder had ervaren. Op het werk lukte het ook allemaal niet goed. De eerste weken hadden ze daar nog begrip voor, maar op de duur zeiden ze: dat blijft hier maar duren. Ik werd ontslagen, en achteraf gezien was dat misschien niet slecht. Nu moest ik wel tijd nemen om te rouwen.

Wat me er echt door heeft geholpen, is de liefde voor mijn zoontje, en ook mijn mama die me zei: ‘Brigitte, ten eerste heb je een kind waarvoor je moet zorgen, en ten tweede moet je dankbaar zijn om al het moois dat je met Lana hebt gehad.’ Ze had gelijk: ik heb iets gekregen wat 95 procent van de mensen nooit meemaakt. Daar moet ik ondanks alles superdankbaar om zijn. Een vriend heeft ooit gezegd dat Lana een menselijk trekje had. Als iemand kwaad was, dan ging ze die uit de weg. Had je verdriet, dan kwam ze je als eerste troosten. Ze nam je gevoelens over. Zo’n hond vind ik nooit meer, maar daar heb ik stilaan vrede mee.”

Lien verloor haar hond Gringo aan kanker

“Gringo is nu bij mama, en dat troost”

Lien (32): “Ik kreeg Gringo als verrassing voor mijn 21ste verjaardag. Hij had een stamboom en zijn naam moest met een ‘G’ beginnen. En aangezien het toen het jaar van Gringo in Temptation Island was, vond mijn broer het grappig om hem ook zo te noemen. Gringo was mijn allerbeste maatje, en hij werd de steun en toeverlaat van mijn mama toen ze kanker kreeg. Vlak voor ze stierf, twee jaar geleden, heb ik te horen gekregen dat ook Gringo kanker had en niet lang meer zou leven. Ik heb het mama nooit durven te vertellen.

Het was een heel zwaar proces, zowel voor mij als voor mijn papa. Ik denk zelfs dat onze kleine maltezer speciaal voor ons nog zo lang gevochten heeft voor zijn leven. In juli is hij overleden, op de jaarlijkse gezinsvakantie waar mama vroeger altijd bij was. We waren samen bij hem toen zijn hart stopte. Voor mijn papa het teken dat mijn mama hem was komen halen in ons paradijsje op aarde. Gringo is nu bij mama, dat troost.”

Coleen (27) heeft zeker een jaar om haar konijntje gerouwd.

“‘Oh, is dat je dochtertje?’ vragen mensen soms, als ze Lara’s naam op mijn arm zien”

Coleen (27): “In mijn eerste week als verkoopster in een dierenzaak zag ik dat er een konijntje apart gezet was, omdat het wat ziek was. En aangezien ze niet in de winkel kon blijven, heb ik haar mee naar huis genomen. Dat was het begin van mijn verhaal met Lara. Gaandeweg heb ik begrepen wat voor een speciaal konijntje ze wel was. Ze was heel lief, maar ook een eigenwijs ding. Ze mocht bijvoorbeeld niet in de zetel springen, maar dat deed ze toch en dan keek ze je aan met zo’n blik… Moeilijk te omschrijven, maar ik denk dat je het arrogant zou kunnen noemen. Tegelijk kon ik er nooit kwaad op worden.

Ik ben dat eerste jaar heel vaak met haar naar dierenartsen geweest en al die tijd moest ze medicatie nemen – tot ik er op een dag mee ben gestopt: zoveel antibiotica, dat kon niet goed zijn voor een diertje. Als bij wonder genas ze ook, maar helaas was die verkoudheid de voorbode van nog veel meer ziekten, tot en met een neurologische aandoening. Ik denk dat ik in het eerste jaar zeker duizend euro aan Lara heb uitgegeven, maar ze is voor mij dan ook nooit ‘maar een konijn’ geweest. Ik zag ze echt als mijn vriendin. Gelukkig had ik vrienden die dat begrepen, die vaak zelf konijntjes hadden en me ook raad konden geven.

Twee jaar geleden is ze tijdens een gekke sprong gestorven aan een hartaderbreuk. Lara was pas vier, veel te jong dus, maar ze heeft geen pijn gevoeld, en dat is echt een troost. Tegelijk kwam haar dood keihard aan. Mijn mama is die eerste week bij me komen logeren, en ik heb daarna zeker een jaar gerouwd. Nu nog heb ik soms het gevoel dat er iets ontbreekt in mijn leven. Ik heb nog wel een kat opgevangen, maar een konijntje wil ik niet meer: de band met Lara is gewoon niet vervangbaar.

Gelukkig zijn er de herinneringen. Ik heb haar laten cremeren en haar as bewaard, er staan thuis foto’s van haar en haar naam staat op mijn arm getatoeëerd. “O, is dat van je dochtertje?” vragen mensen soms. Als ik dan zeg dat het van mijn konijntje is, fronsen ze weleens de wenkbrauwen. Maar ik heb geleerd me dat niet aan te trekken: ik alleen weet wat Lara voor mij heeft betekend.”

Catherine heeft over elk van haar honden veel verdriet gehad

“De as van mijn honden heb ik mee naar huis genomen. Zo kon ik hen begraven onder de appelboom in de tuin”

Catherine (58): “De afgelopen twintig jaar heb ik al verschillende honden in huis gehad, zowel labradors, sint-bernards als Berner sennen. Sommige langer dan anderen, want ook een hond wordt ziek, krijgt kanker, wordt oud… Elke keer dat ik een hond moest afgeven, heb ik een groot verdriet gevoeld. Stuk voor stuk hebben ze een belangrijke plaats in mijn leven gehad. Natuurlijk is de interactie met een mens of een dier anders, maar die honden maken echt deel uit van mijn huishouden. Zo’n hond aan mijn zij, voelt als een grote emotionele rijkdom die aan mijn leven wordt toegevoegd. De liefde en loyaliteit die ik door de jaren heen van mijn honden kreeg, was als een balsem op mijn ziel.

Voor elke hond die ik in huis haalde, voelde ik me heel verantwoordelijk, ik organiseerde er mijn leven naar. Met een hond uit het asiel weet je nooit helemaal zeker waar je aan begint, maar elke keer opnieuw begon ik aan zo’n nieuw avontuur met overtuiging. Ik ging ermee naar de hondenschool, las tal van boeken, wisselde met andere baasjes ervaringen uit en ging er elke dag lange wandelingen mee maken.

Wanneer een van mijn honden overleed, liet ik die cremeren. Dat ritueel was erg belangrijk voor mij, maar ik nam de as wel mee naar huis. Zo kon ik stap voor stap afscheid nemen en het verdriet wat laten zakken. En op een dag, als ik eraan toe was en het zonnetje scheen, begroef ik hen onder de appelboom in de tuin.

Ik heb echt al veel lief en leed gedeeld met mijn honden. Toen mijn echtgenoot overleed, zakte de grond onder mijn voeten weg, maar moest ik wel nog steeds met mijn honden gaan wandelen. Op die twintig jaar tijd kan ik de dagen dat ik niet met de honden buiten gegaan ben, op twee handen tellen. Die dagelijkse wandelingen met de honden, hielpen me om mijn verdriet een plaats te geven. Ik kwam buiten, zag de seizoenen veranderen en besefte dat het leven verderging. Dat had een helende werking. Zo’n hond is 64 kg liefde. Als hij tevreden is, ben ik dat ook.”

Bart startte met een dierencrematorium

“Ik heb het meegemaakt dat iemand alle dogsitters van het hondje had meegebracht. Dat was zo mooi”

Bart Gielen had een job in de IT-sector, maar van zijn vrouw en zijn schoonmoeder – die beide dierenarts zijn – hoorde hij telkens weer hoe moeilijk mensen het hadden om afscheid te nemen van hun huisdier. In de dierenkliniek moest het bij wijze van spreken op de operatietafel, en Bart wilde dat het respectvoller kon. Drie jaar geleden startte hij met het dierencrematorium Adio. “Afscheid nemen hoeft zeker niet in een crematorium, het kan ook bij je thuis, maar het is zo belangrijk dat je daar de tijd voor neemt. Hier borstelen we het diertje, we leggen het in een mandje of op een dekentje, en mensen kunnen het nog even strelen. Vaak gaan ze angstig binnen in de afscheidsruimte, maar uiteindelijk komen ze met een goed gevoel weer buiten.”

Even advocaat van de duivel spelen: een afscheidsdienst voor dieren, is dat niet overdreven?

“Als je je dier graag ziet en het maakt jou elke dag gelukkig, dan is het toch normaal dat je dat ook een waardig afscheid wilt geven? Als je tien jaar geleden sprak over het cremeren van een dier, keken de mensen nog vreemd op. Nu allang niet meer. In Amerika zijn er zelfs crematoria waar koffietafels worden gegeven. Mensen zijn minder bang om te tonen dat ze rouwen om een huisdier. Ze dragen bijvoorbeeld een juweel met een symbolische hoeveelheid as: zo houden ze niet alleen het dier dicht bij hun hart, maar tonen ze de buitenwereld ook dat ze verdriet hebben.”

Hebben dieren een andere plaats gekregen in onze samenleving?

“Vroeger hadden we het over beesten: een hond moest waken, een kat de muizen vangen. Voor de wetgever zijn wij trouwens nog altijd een ‘afvalverwerkend bedrijf’ dat ‘krengen’ ophaalt. Terwijl het in de beleving van mensen echt helemaal iets anders is. Mensen doen veel samen met hun dieren: ze gaan samen wandelen, sporten, zitten samen op de bank… Dat is trouwens door de generaties heen zo. We zien hier zeker niet alleen jonge hipsters.”

Kun je mensen op basis van jouw ervaring nog tips geven?

“Zoek mensen aan wie je je verhaal kwijt kunt, die het begrijpen en met wie je het kunt delen. Ik heb het al meegemaakt dat iemand alle dogsitters van het hondje had meegebracht. Dat was zo mooi. Geef het rouwproces ook de tijd. Wat kan helpen, is dat je nog iets tastbaars overhoudt van je dier: we geven zelf altijd een pootafdrukje en een plukje haar mee. En vroeger dacht ik: niemand wordt gelukkig van een urne op de schouw, maar we merken meer en meer dat het voor mensen deel uitmaakt van het ritueel. We zorgen wel voor speelse, mooie urnes, zodat mensen de fijne herinneringen kunnen koesteren.”

Doen jullie ook iets voor kinderen?

“Kinderen snappen vaak nog niet zo goed wat er gebeurt – zeker als ze nog erg jong zijn. Soms helpt een wensballon, met een kleine hoeveelheid as erin, en een kaartje. As ze de ballon loslaten, kan het dier ook een sterretje aan de hemel worden. Los van religie kan het voor hen erg troostend zijn dat het diertje nu samen is met andere mensen of diertjes die ze graag hebben gezien.”

Nina is rouwtherapeute voor mensen die een dier verloren

“Verstop je verdriet niet, zeker als je kinderen hebt. Zij kopiëren immers jouw gedrag, en zullen anders zelf ook denken dat ze alles moeten opkroppen”

Nina Bockstael leeft voor dieren. Ze zet zich in voor de opvang van Spaanse honden, en verzorgt de opvang van konijnen en cavia’s. Maar het was de komst van Simba die haar leven zou veranderen. Ze adopteerde Simba, een kruising tussen een Duitse herder en een Berner sennen, als pup via het dierenasiel. Acht jaar later werd hij doodgebeten. Dat was voor haar zo traumatiserend, dat ze eerst zelf in therapie ging, en vervolgens de opleiding tot rouwtherapeute volgde. “Ik wilde iets doen met dat verdriet, omdat het nog altijd zo’n taboe is.”

Wat houdt een opleiding tot rouwtherapeut eigenlijk in?

“Je krijgt inzicht in het rouwproces en hoe je mensen kunt helpen om daarmee om te gaan. Nu zijn de meeste deelnemers in zo’n opleiding psychologen en therapeuten, of mensen die bij de Zelfmoordlijn werken… Ik schaamde me toen ik moest zeggen dat ik rond dieren wilde werken. Maar ik kreeg daar enorm veel begrip voor: er zijn best veel mensen die vastlopen in dat verdriet om een huisdier. Ik wil mensen in eerste instantie helpen om hun verdriet met elkaar te delen. Ik heb een Facebookgroep opgericht, ‘Een mandje in de hemel’, en op termijn wil ik creatieve namiddagen organiseren waar mensen samen herinneringsdozen maken, fotoboeken, wensbomen…”

Is dat zo belangrijk, dat je je verdriet kunt delen?

“Toch wel. Omring je met mensen die je begrijpen. Anders ga je alleen maar twijfelen aan wat je voelt, terwijl het belangrijk is je emoties toe te laten – hoe klein het dier ook was of hoe kort je het ook kende. Ik vind dat zo erg, dat mensen nog altijd te horen krijgen: het was toch maar een konijntje.”

Want je kunt ook verdriet voelen om een dwergkonijntje…

“Zeker, maar je merkt wel dat er vaak nog minder begrip is als het om zo’n klein dier gaat. Mensen voelen zich vaak enorm alleen met hun verdriet, omdat ze weten dat anderen het belachelijk vinden. Mijn tip is dan: ga desnoods op zoek naar gelijkgestemden op sociale media, zodat je erkenning krijgt voor wat je voelt. Zeker als je kinderen hebt, is het ook belangrijk dat je je verdriet niet verstopt. Zij kopiëren immers jouw gedrag, en zullen anders zelf ook denken dat ze alles moeten opkroppen.”

Heb je nog tips voor kinderen?

“Zeg niet dat het diertje slaapt, want zeker de allerkleinsten kunnen daardoor bang worden om te gaan slapen. Veel mensen verdoezelen de waarheid om hun kind te beschermen, maar je kunt echt beter duidelijk en eerlijk zijn. Kinderen hebben het ook moeilijk met begrippen als ‘nooit meer’ en ‘altijd’. Ze stellen dezelfde vraag keer op keer, en dan moet je toch blijven antwoorden. Of als je iets niet weet, kun je zeggen: “Ik weet het niet, maar wat denk je zelf?”

Mensen vragen me vaak of ze hun kindje mee moeten nemen als ze een dier bij de dierenarts laten inslapen. Het is een lastige vraag, maar volgens mij kan het goed zijn om dat te doen – op voorwaarde dat je kindje de keuze heeft om ook weer buiten te gaan. En natuurlijk is het belangrijk dat de dierenarts dan alles goed uitlegt, en je de tijd geeft om afscheid te nemen. Maar een goede dierenarts weet ook wel hoe belangrijk dat is.”

Een nieuw dier nemen tegen verdriet, kan dat een oplossing zijn?

“Ook dat is heel persoonlijk. Je hebt mensen die zeggen: ik vond dat verlies zo erg, ik wil dat nooit meer meemaken. En dat is oké. Maar als je maar één kat of hond had, dan wordt het heel stil in huis. Dat maakt het soms ook zo moeilijk, dat je dagelijkse routine wegvalt, waardoor je je eenzaam kunt voelen. In die zin zeg ik: als je er klaar voor bent, denk erover na. En denk vooral aan adoptie, vanwege dat wederzijdse gevoel dat je dan krijgt: ik red dat dier, maar dat dier redt mij ook voor een stuk, want het zal me weer meer structuur geven, het zal het verdriet een beetje helen omdat er volop nieuwe liefde is.”

Uit: Libelle 7/2020 – Tekst: Kaat Schaubroeck en Evy Kempenaers (Luc en Catherine)

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content