De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Getty Images

Opnieuw aan de slag: zij gingen weer werken na een lange afwezigheid

Door Evy Kempenaers

Wie lang uitvalt, weet hoe moeilijk het is om weer aan de slag te gaan. Angelique en Sabine vonden na jaren afwezigheid de weg naar de werkvloer terug en vertellen over de twijfels, de angst en de hoop die daarmee gepaard gingen.

Angelique (38)

Thuisverpleegkundige Angelique kreeg na vier jaar vol fysieke en mentale problemen het gevoel er eindelijk weer bij te horen.

Ik deed mijn job als thuisverpleegkundige met hart en ziel, maar vijf jaar geleden viel ik compleet uit door endometriose, een gynaecologische aandoening. Als jong meisje heb ik mijn menstruatie altijd als een straf beleefd, maar hoe ouder ik werd, hoe erger de pijn. Het was echt miserie, ik kampte drie weken op de vier met felle bloedingen en voelde steeds de drang om naar het toilet te gaan. Ik heb die pijn jarenlang proberen te verbijten, maar uiteindelijk was ik zo vaak afwezig op het werk dat de huisarts me doorstuurde naar een specialist.”

Ingreep met zware gevolgen

“Toen die arts een operatie voorstelde, had ik opgelucht moeten zijn, maar in de plaats daarvan werd ik heel angstig. Ik dacht: wat met mijn kinderwens, ik ben nog zo jong… mijn baarmoeder zal toch wel gespaard blijven? Maar de arts stelde me gerust: ik zou zeker nog kinderen kunnen krijgen. Met een bang hart stemde ik in, want wat moest ik anders? Ik kón niet meer van de pijn en was al maanden niet meer gaan werken.

De operatie duurde uiteindelijk negen uur, veel langer dan de arts had ingeschat. Toen ik wakker werd op de afdeling intensieve zorgen had ik niet zozeer veel pijn in mijn onderbuik, maar wel in mijn linkerhand en mijn linkervoet. Het voelde alsof ze er met naalden in prikten en ik kon ze niet meer goed bewegen. ‘De ingreep was veel complexer dan gedacht’, klonk het bij de arts en door de manier waarop ik al die uren onder narcose op die operatietafel gelegen had, waren de zenuwbanen in de linkerkant van mijn lichaam gekneld geraakt. Het was een medisch ongeval, maar ik bleef er wel mee zitten.

“Het was alsof ik mijn identiteit kwijt was”

Het ergste van al was: ik was mijn baarmoeder wél kwijt. Toen het besef tot me doordrong dat ik nooit mama zou worden, zakte de grond onder mijn voeten weg. Dit had ik nooit gewild, ik crashte compleet. Wie ben ik nog?, vroeg ik me af. Ik voelde me geen vrouw meer, het was alsof ik mijn identiteit kwijt was.

De revalidatie verliep erg moeizaam. Ik was er niet alleen fysiek slecht aan toe, maar ook mentaal. Ik viel voortdurend flauw en kon in ’t begin nauwelijks op mijn voeten staan. Maandenlang ben ik totaal hulpbehoevend geweest, dat was confronterend, want ik had mezelf nooit aan die zijde van het bed zien staan.

Bovendien kampte ook mijn zus al jaren met mentale problemen en maakte ze in die periode een einde aan haar leven. Ik zat nog volop in mijn revalidatie en zag de rand van mijn put niet meer. Stilaan zakte ik weg in een depressie. Ik kreeg voortdurend paniekaanvallen, ik was ontzettend bang om nog meer mensen en dingen te verliezen. Het idee dat mijn zus mij voor was geweest, speelde steeds in mijn hoofd en ik zocht een manier om ook een einde aan mijn lijden te maken.

Uiteindelijk ben ik een tijdje op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis opgenomen om alles te verwerken. Ik heb echt heel diep gezeten.

“U voldoet niet aan het profiel”

“Ik wilde van die stempel ‘invaliditeit’ af. Dat is echt alsof je afgeschreven wordt als mens”

“Ik was al drie jaar niet meer gaan werken, toen ik het eindelijk allemaal wat positiever begon in te zien. Ik begon me af te vragen wat ik nog waard was, ik wilde opnieuw iets dóén met mijn leven. Maar vooral wilde ik van die stempel ‘invaliditeit’ af. Dat klinkt verschrikkelijk, het is echt alsof je afgeschreven wordt als mens.

Ik startte een re-integratietraject, maar het oordeel van de adviserend geneesheer was fel: ‘Jij bent niet bekwaam om nog als thuisverpleegkundige te werken.’ Dat was een harde klap, maar ergens wist ik wel dat hij gelijk had. Ik bleef met chronische pijn zitten ter hoogte van mijn heiligbeen en het gevoel in mijn hand en voet was beperkt.

Uiteindelijk heeft een loopbaancoach voor mij het verschil gemaakt. ‘Wat verlang jij van je leven, Angelique, wat wil jij écht?’, vroeg ze me. De manier waarop zij mij die vraag stelde, raakte me diep vanbinnen. ‘Ik wil weer iets voor anderen kunnen betekenen’, antwoordde ik. Ik verlangde er zó naar om mezelf weer graag te zien en trots te kunnen zijn op wat ik deed. Een job in de thuisverpleging zou voor altijd uitgesloten zijn, dat kon ik stilaan aanvaarden, maar er waren ongetwijfeld nog andere jobs waar ik ook iets zou kunnen betekenen voor andere mensen en waar mijn fysieke beperking geen struikelblok hoefde te zijn.

Ik verstuurde brief na brief, maar telkens kwam hetzelfde antwoord: ‘Uw cv voldoet niet aan het gezochte profiel.’ Maar net op het moment dat ik een beetje wanhopig werd, kwam ik via de VDAB bij VOKANS vzw (vormings- en opleidingskansen, red.) terecht en kreeg ik positief nieuws: ik mocht via het systeem van ‘werkplekleren’ aan een soort stage beginnen bij Securex. Ik had nooit eerder iets met administratie gedaan, maar ik leerde veel bij en vond de job leuker dan ik ooit had kunnen denken. Eindelijk had ik weer collega’s en kon ik mijn gedachten verzetten.

Ik doe er weer toe

“Even lag een contract als administratief bediende binnen handbereik, maar toen kwam corona en bleef ik met lege handen achter. Gelukkig kon ik vrijwel meteen als verpleegkundige in het covidcentrum van de Huisartsenwachtpost van het Meetjesland terecht. Toch bleef ik hunkeren naar die administratieve job bij Securex. Ik had geproefd hoe het zou zijn om daar te werken en zag een toekomst in dat bedrijf helemaal zitten. Mijn medische achtergrond kwam er goed van pas en ik wist dat mijn collega’s al snel met allerlei vragen bij mij terecht zouden kunnen.

Toen ze mij alsnog vroegen om te beginnen, sprong ik een gat in de lucht! Eindelijk, vier jaar nadat mijn gezondheid mij compleet in de steek had gelaten, stond ik weer met beide voeten op de werkvloer. Van de stempel ‘invaliditeit’ afraken, was een gigantische uitdaging, maar ik ben zo blij dat het gelukt is! Eindelijk had ik het gevoel dat ik weer ergens bij hoorde en dat ik trots mocht zijn op wat ik deed.

“Mijn drive om ertegenaan te gaan is weer helemaal terug”

Weer gaan werken is echt mijn redding geweest, de invloed op mijn zelfbeeld is enorm. Ik krijg verantwoordelijkheid en word gewaardeerd voor wat ik doe. Mijn drive om ertegenaan te gaan is weer helemaal terug en daar ben ik ontzettend fier op! Ik ben heel blij dat ik na al die jaren de stap naar een nieuwe job heb kunnen zetten, het heeft mijn leven verrijkt.”

Sabine (52)

Sabine zat bijna drie jaar thuis door een rugletsel voor ze opnieuw deeltijds aan de slag kon.

In de speelgoedwinkel waar ik werkte, stond ik bekend als een stoere, sterke vrouw. Ik werkte fulltime als assistent-shopmanager en als er een zware klus was, keken mijn collega’s altijd naar mij. Tot ik op een dag een zware mand met kaarsen verzette en er iets in mijn rug schoot. Sindsdien ben ik beginnen sukkelen, maar dat weerhield me er niet van om door te blijven werken. Mijn pijngrens ligt best hoog, denk ik.”

Suf van de pijnstillers

“Een paar jaar later kreeg mijn mama kanker en nam ik palliatief verlof om voor haar te zorgen. Ik deed dat met heel mijn hart, maar voor mijn rug was dat zo zwaar dat mijn klachten van kwaad naar erger gingen. Ik kreeg inspuitingen in de pijnkliniek, maar die hielpen maar heel beperkt. Uiteindelijk werd de pijn zo heftig dat ik nog maar wankel op mijn benen stond en moest stoppen met werken. Ik was nog maar achtenveertig en zat plots thuis met ziekteverlof.

“Ik ben met mijn kop tegen de muur gelopen. Hoe kon dat nu: ik had altijd klaargestaan voor anderen en plots had ik zelf hulp nodig”

Ik zocht een chirurg die mijn rug wilde opereren, maar tevergeefs: te jong, was het oordeel. Maar wat moest ik dan? Er zaten drie hernia’s in mijn rug en ik was suf van de pijnstillers. De periode die daarop volgde, was slopend: ik was een alleenstaande mama met een studerende dochter en kon niet goed uit de voeten. Ik ben toen echt met mijn kop tegen de muur gelopen. Hoe kon dat nu: ik had altijd klaargestaan voor anderen en plots had ik zelf hulp nodig. Ik vond dat verschrikkelijk confronterend. Naar de buitenwereld toe bleef ik optimistisch, maar innerlijk voelde ik me ellendig. Zo kon het niet verder.

Uiteindelijk besliste de chirurg toch om de aanwezige hernia’s te verwijderen, maar vlot verlopen is dat niet: ik ben uiteindelijk drie keer geopereerd geweest in zes maanden tijd. De revalidatie verliep heel moeizaam en voor ik het wist, was de pijn daar terug. Ik moest het dus heel kalm aan doen, want mij nóg een keer opereren, was niet evident.

Intussen zat ik al een jaar thuis. Ik kreeg dan wel een uitkering, maar dat bedrag lag een pak lager dan mijn loon en dat gaf mij stress. Bovendien liep ik thuis compleet verloren. Ik kookte wat en verzorgde met veel liefde mijn plantjes, maar er moest méér in mijn dag zitten dan dat. ‘Wanneer mag ik terug aan het werk?’, vroeg ik herhaaldelijk aan mijn behandelend arts, maar hij vond dat ik dat niet mocht overhaasten.

Toch bleef ik dromen van een terugkeer naar de werkvloer. Ik had altijd in een winkel gestaan en miste het contact met de klanten. Ik hoorde mijn collega’s nog wel af en toe, maar als je niet meer samen op de werkvloer staat, waarover babbel je dan nog? Ik vond het vreselijk om elke ochtend te bedenken hoe ik mijn dag moest vullen.”

Verkoopster in hart en nieren

“Ik had helemaal geen zin in een sprong in het onbekende, ik wilde gewoon terug naar de job die ik altijd gekend had”

“Na bijna drie jaar thuis wilde ik echt testen wat mijn lijf nog aankon. Zou ik mijn job nog kunnen uitoefenen?, vroeg ik me af. Als ik niet meer in een winkel kan werken, wat zou ik dan kunnen doen? De adviserend geneesheer wilde mij geruststellen en zei: ‘Je vindt wel ander rugsparend werk’, maar ik had helemaal geen zin in zo’n sprong in het onbekende, ik wilde gewoon terug naar de job die ik altijd gekend had.

De gesprekken met mijn werkgever verliepen vlot, maar ik kon spijtig genoeg niet terecht in het filiaal waar ik vijfentwintig jaar lang gewerkt had. En als ik deeltijds aan de slag ging via een progressieve werkhervatting, dan zou dat ook niet meer in de functie van assistent-shopmanager zijn. Ik had daar wel begrip voor, maar het knaagde toch. Ik had mijn collega’s al zo lang moeten missen… Maar ik kon wél opnieuw aan de slag, dat was al een hele opluchting.

De afgelopen jaren heb ik tien uur in de week gewerkt, verdeeld over drie dagen. Dat is niet heel veel, maar zo kan ik het wel blijven volhouden en heb ik ook nog tijd voor de rugschool en de kinesist. Ik moet op regelmatige tijdstippen kunnen bewegen en neem elke dag pijnstillers, maar verder gaat het redelijk.

Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Toen ik een keertje onverwachts tijdens mijn werkuren naar de dokter moest, klonk het bij mijn bazin: ‘Voilà, ik had het wel gedacht dat het niet zou blijven duren!’ Daar schrok ik heel erg van, wat dat voelde zó oneerlijk. Mijn afwezigheid die dag had helemaal niks met mijn rug te maken en dat gebrek aan vertrouwen heeft me veel pijn gedaan. Gelukkig is de sfeer sindsdien wel verbeterd.

Het heeft lang geduurd voor ik mijn plekje tussen die nieuwe collega’s vond – ze vonden mij wat lui door die beperkte werkuren, vrees ik – maar het is wel gelukt. Sterker zelfs, ik voel opnieuw dat ik ertoe doe. Als ik niet in de winkel ben, dan vragen de klanten naar mij. Ze spreken mij aan bij mijn voornaam en vinden het fijn om een praatje te maken. Ik besef nu pas écht hoe hard ik dat sociaal contact gemist heb!

“Ik heb geleerd om tevreden te zijn met wat ik nog wél kan”

Ik ben een verkoopster in hart en nieren en ben heel blij dat ik terug in de winkel sta. Ik heb geleerd om tevreden te zijn met wat ik nog wél kan. Een voltijdse functie zou niet meer lukken, maar die deeltijdse werkhervatting geeft me gelukkig ook veel voldoening. Ik ben al lang blij dat ik weer aan het werk ben. Ik ben nog veel te jong om thuis te zitten.”

Vijf vragen aan de expert

Wie zijn dat eigenlijk, de langdurig zieken?

Lode Godderis, hoogleraar arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven en CEO van IDEWE: “Onder langdurig zieken verstaan we meestal de mensen die meer dan een jaar ziek zijn. Vandaag telt deze groep zo’n 500.000 mensen. Een derde van hen kampt met mentale gezondheidsproblemen zoals een depressie, een angststoornis of burn-out. Een tweede groep kampt met spier- en botproblemen, vaak rugklachten, en bij een derde groep gaat het om chronische aandoeningen zoals kanker, hart- en vaatziekten of neurologische problemen. Een groot deel van hen zijn vrouwen, omdat zij vooral actief zijn in de zorg en het onderwijs en deze contactberoepen nu eenmaal voor een grotere mentale belasting zorgen.”

Hoe komt het dat het voor velen zo moeilijk is om terug te keren naar de werkvloer?

“Angst en onzekerheid vergroten de drempel”

“Vooral vanaf de derde maand afwezigheid wordt het moeilijk om terug te keren, want er hebben zich dan stilaan nieuwe evenwichten gevormd. De werkgever heeft in die tijd wellicht taken herverdeeld en ook thuis is er vaak een nieuwe daginvulling ontstaan. Bovendien vraagt de langdurig zieke zich steeds meer af of hij nog wel terug kan naar zijn job en wat de leidinggevende en collega’s zullen zeggen. Die angst en onzekerheid vergroten de drempel. Bovendien verwachten veel werkgevers dat een zieke pas terugkomt als die 100% hersteld is. Dat legt de lat meteen ontzettend hoog. Het zou veel beter zijn mochten we vaker inzetten op een geleidelijke terugkeer.”

Is er een verschil in terugkeer na fysieke of mentale problemen?

“Er is vaak meer begrip voor uitval door fysieke dan door mentale problemen en we zien dan ook dat werkgevers sneller inspanningen zullen doen voor die collega met kanker dan voor die met een burnout. Nu: het oordeel van buitenaf is sowieso soms hard, en dat draagt op geen enkele manier bij tot een vlot herstel. Uitgaan van goeie wil van alle partijen werkt veel positiever.”

Wat kan helpen om de terugkeer makkelijker te maken?

“Een job draagt bij tot je levenskwaliteit en je financiële mogelijkheden”

“Re-integratie en terugkeer naar de werkvloer zou eigenlijk als onderdeel van de behandeling moeten gezien worden. Wie opnieuw kan gaan werken, is vaak ontzettend opgelucht: je wordt gewaardeerd voor wat je doet en geniet van fijne relaties. Een job draagt immers bij tot je levenskwaliteit en je financiële mogelijkheden, het is dus een positieve spiraal die je gezondheid ten goede komt. Wie uitvalt door ziekte kan dus maar best zo goed mogelijk begeleid worden, dan kan er samen – door werknemer, werkgever en arbeidsarts – gekeken worden naar wat nog wel mogelijk is na een terugkeer.”

Hoe kunnen de collega’s helpen?

“Laat voelen dat je collega er nog bij hoort”

“Hou contact, dat is het allerbelangrijkste. Bel gerust die zieke collega eens op en vraag hoe het met hem of haar gaat. Wees wel transparant over de reden van je telefoontje. Als je meteen daarna ook vraagt wanneer die collega terugkomt, lijkt het alsof je met een dubbele agenda belt en dat geeft weinig vertrouwen. Laat vooral voelen dat je zieke collega er nog bij hoort, dat werkt motiverend.”

Uit: Libelle 49/2021 – Tekst: Evy Kempenaers

VERDER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content