Mijn verhaal: de man van Isabelle is internetverslaafd

Mijn verhaal: de man van Isabelle is internetverslaafd
Man using laptop on sofa

“ Chatten, mailen, gamen, facebooken… Ook op zijn werk
deed hij het vier uur per dag! Zijn baas had er genoeg van”Isabelle (43)
: “We zijn geen wereldreizigers. Maar op vraag van de kinderen wilde ik in de zomer toch een weekje gaan kamperen in Spanje. De kinderen waren enthousiast en ook ik zag het helemaal zitten. Maar onze vreugde was van korte duur. Mijn man Peter was onverbiddelijk: nee was nee. Ons budget liet het niet toe. Pas toen ik hem zei dat ik de reis met mijn spaargeld zou betalen, kon hij geen kant meer op. Enkele maanden later vertrokken we vol goede moed. En toch werd ons Spaans avontuur één grote hel.

Peter had er geen zin in. Hij was humeurig en gunde ons geen blik. Als hij bij ons was, zat hij asociaal op zijn smartphone te tokkelen en zodra hij kon, verdween hij voor enkele uren. En wij hadden niets door. Toen nog niet. Intussen weten we dat die ellende in Spanje nog maar het begin was. Eenmaal thuis herkende ik Peter niet meer. Het was alsof hij zich uit ons gezin terugtrok. Geen enkele interesse in de kinderen had hij. Zo vertelde Lisa op een dag dat ze haar zwembrevet had gehaald. Peter bleef gewoon scrollen op zijn smartphone. Hij keek niet eens op! Ook mij gaf hij geen aandacht meer. Het liefst zat hij urenlang boven, in zijn bureau. Op den duur begon ik me af te vragen of hij iemand anders had.

“ Chatten, mailen, gamen, facebooken… Ook op zijn werk
deed hij het vier uur per dag! Zijn baas had er genoeg van”

Peter kwam steeds vroeger naar huis van kantoor. ‘Omdat ik tijdens de middagpauze heb doorgewerkt’, zei hij dan. Soms was hij al thuis en wist ik het niet eens.
Muisstil zat hij boven voor zijn computer. Als ik dan binnenkwam, werd hij kwaad. Ik herkende hem gewoon niet meer. Peter sliep ook steeds onrustiger. Dan werd ik wakker midden in de nacht en voelde ik dat hij niet meer in bed lag. Ook dan zag ik het licht in ons bureau branden. Beetje bij beetje begon hij zichzelf te verwaarlozen. Elke ochtend een douche, daar was geen sprake meer van. Want hij moest steeds weer nog van alles doorsturen of reageren op dringende mails. Dus bleef hij tot vijf minuten voor vertrek met zijn computer, laptop of smartphone in de weer.

En toen viel de brief in de bus die ons leven voorgoed veranderde. Peter werkte als bediende op een verzekeringskantoor. Ik dacht dat het om zijn maandelijkse loonbrief ging, dus scheurde ik argeloos de envelop open. Mijn mond viel open van verbazing. Het bleek om een tweede waarschuwing te gaan. Nog één en dan was zijn baas genoodzaakt om verdere stappen te ondernemen, met eventueel ontslag als gevolg. Nog die avond eiste ik een verklaring. Wat was er aan de hand? Met horten en stoten vertelde hij me dat zijn baas zijn
internetgedrag had laten monitoren. Hij bleek vier uur per dag te surfen. Zijn werk leed eronder. En ook zijn band met de collega’s. Samen lunchen deed hij bijvoorbeeld nooit meer. Om zo vaak en zoveel mogelijk in de buurt van zijn computer te blijven. En te chatten. Te gamen. Te mailen. Te facebooken. Of gewoon op zoek te gaan naar info over van alles en nog wat.

Ik begon te huilen. Plots viel de puzzel in elkaar. Mijn man was verslaafd aan het internet. Ook thuis. Vandaar zijn drang om naar zijn bureau te verdwijnen. Vandaar de verstoorde nachten. Ook Spanje werd me in één klap duidelijk. Er was geen internetverbinding op de camping. Dat maakte hem zo onrustig. Ook daar zocht hij elke dag opnieuw het plaatselijke internetcafé op. ‘Waarom toch?’ vroeg ik hem. ‘Omdat ik niet meer anders kan’, antwoordde hij oprecht. Zijn drang naar info is onstopbaar. Net als het verlangen om te chatten en te gamen. Het viel me al op dat hij zoveel wist over de nieuwste internetgames. ‘Wat wil je met een zoon van vijftien in huis?’ suste ik mezelf. Maar Simon had er niets mee te maken. Mijn man was degene die verslaafd was.

De dagen die volgden, vertrouwde hij me toe hoe zich voelde. Hoe de computer hem de gelegenheid gaf te vluchten van de werkelijkheid. Hem even zijn problemen kon doen vergeten – vooral werkproblemen, verzekerde hij mij. Blijkbaar voelt hij zich daar al langere tijd niet meer goed. Zo nam hij in enkele maanden tijd al zijn vakantiedagen op, zonder dat ik daar iets van wist. Om thuis te kunnen zijn. En om te kunnen facebooken, gamen of chatten.

Intussen zijn we drie maanden verder en een derde waarschuwing van het werk blijft gelukkig uit. Blijkbaar beheerst hij zich sindsdien tijdens de kantooruren, maar thuis doet hij nog steeds weinig moeite om zijn internetdrang af te bouwen. ‘Ga in therapie’, zei ik hem vorige week nog. ‘Dat is voor echte verslaafden’, reageerde hij. Alsof je ook ‘vals’ of ‘maar een beetje’ verslaafd kunt zijn. Peter is iemand die tijd nodig heeft. Misschien komt hij tot inkeer. Omdat ik weet dat hij van zijn gezin houdt. Hij wil ons niet kwijt. Ik vertelde vorige week ons verhaal in vertrouwen aan zijn broer. Twee handen op één buik zijn ze. Misschien kan hij Peter overtuigen. Ik blijf hopen. Wat we hadden, is veel te mooi om zomaar op het spel te zetten. Het internet mag ons niet scheiden. Daar zal ik alles voor doen!”

NOG MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)