Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zomerverhaal van Santa Montefiore: ‘Schelpen op het strand’

Door De Redactie

Het is lekker lezen bij Libelle: acht weken lang trakteren we je op een zomers liefdesverhaal van bestseller-auteur Santa Montefiore. Deze week: ‘Schelpen op het strand’. Veel leesplezier!

Jane Berry was gewoontjes. Zelfs haar naam was gewoontjes. Op haar zevenendertigste, met halflang bruin haar, sproeten en een bleke Engelse huid was ze gerust onopvallend te noemen. Ze woonde in Pendrift, aan de kust van Cornwall, in een wit huis met een grijs leistenen dak, net als alle huizen in die streek. Haar man Martin werkte in Newquay, hun drie kinderen gingen naar de lagere school in het dorp. Jane bakte op doordeweekse dagen taartjes in haar keukenschort, hield het huis brandschoon, en dronk gezellig thee met haar vriendinnen tot het tijd was om de kinderen uit school te halen. Ze was tevreden. Ze had immers een prachtig, altijd veranderend uitzicht over zee en de lucht daarboven, en haar kinderen maakten haar gelukkig.

Janes man zette haar niet in vuur en vlam, maar hij had een goed hart. Meer had ze niet nodig.

Wat haar man betrof, hij was zoals de meeste Engelse mannen: hij hield van een biertje op zijn tijd en van voetbal. Hij was gelukkig niet compleet doorsnee: hij verzamelde schelpen. Martin kon uren over het strand struinen, gaan duiken, of het aanbod van de schelpenverkopers doorpluizen tijdens het zomerseizoen. Hij zette haar niet in vuur en vlam, maar hij had een goed hart. Meer had ze niet nodig.

In juni ontving Jane het bericht dat haar oudtante was overleden. Gilda was echt een fantastisch mens geweest. Een indrukwekkende vrouw met een verleden vol geheime minnaars over wie ze soms repte wanneer de aangelengde whiskey haar rond borreltijd loslippig maakte. Hoe ouder ze werd, hoe meer ze de avonturen van haar jongere jaren koesterde. Alsof het gestolen diamanten waren die ze af en toe tevoorschijn haalde om te laten schitteren. De moeder van Jane had dat altijd stellig afgekeurd en medelijden gehad met Gilda’s arme echtgenoot. Maar Gilda had alle kritiek weggelachen, roepend dat het leven er was om geleefd te worden, en dat zij niet wilde sterven met alleen maar een droom van wat allemaal had kunnen zijn.

Nu ze er niet meer was, vroeg Jane zich af of Gilda ook echt was gestorven als een tevreden vrouw, zonder spijt over alles wat – of iedereen die – ze nog had willen hebben. Afgaand op de uitbundigheid waarmee ze ook haar oude dag nog kleur wist te geven, kon ze zich in ieder geval niet voorstellen dat er ooit iets of iemand aan Gilda’s aandacht was ontsnapt.

Ze bloosde terwijl ze las en vroeg zich af hoe het zou zijn om zo lichtzinnig te leven.

En nu bevond Jane zich in de trein naar Skipton, Yorkshire, op weg naar de begrafenis. Ze zat bij het raam, lezend in een roman van Emile Zola, Nanna. Die had ze ooit van haar oudtante cadeau gekregen, maar nog nooit eerder had ze er een letter in gelezen. Het verhaal speelde zich af in Frankrijk in 1860 en ging over een prostituee die grote rijkdom vergaarde, om vervolgens alles weer te verliezen en uiteindelijk in een ranzig hotelkamertje te sterven. Jane moest blozen terwijl ze het boek las, maar ze begon ook te fantaseren over hoe het zou zijn om zo’n lichtzinnig leven te leiden, net als Gilda, met minnaars wanneer en waar ze maar wilde, zonder schuldgevoel of aarzeling.

Ze dacht na over haar eigen verstandige leven. Martin had ze leren kennen toen ze net drieëntwintig was, afgestudeerd in moderne talen. Ze trouwden vrij snel daarna, waarmee net zo snel een einde kwam aan haar droom om nog eens te verhuizen naar een zonniger, kleurrijker land als Spanje of Frankrijk. Martin was haar eerste en enige minnaar geweest. Ze was wel uit geweest met andere mannen, maar Jane had seks altijd als iets bijzonders gezien, als iets wat ze moest bewaren voor die ene man op wie ze helemaal verliefd zou worden, en die ze voor het altaar eeuwige trouw zou beloven. Inmiddels was seks geen geheim meer. Ze had geproefd van de verboden vrucht en de aarde draaide nog altijd even rustig om haar as. De boeken van Danielle Steele staarden haar vanaf hun planken bijna beledigend aan. Het echte leven was niet zoals in die romannetjes. Met het baren van een kind was ook het laatste restje mysterie rondom het vrouw-zijn in rook opgegaan. Ze had niet langer het idee dat er echt iets meer bestond dan aangename, rustige seks.

Jane begon net in slaap te vallen toen de trein piepend tot stilstand kwam in Leeds. Ze liep naar een ander perron voor de trein naar Skipton, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat er geen enkele trein meer reed in verband met een zelfmoord. Ze haalde diep adem en dacht aan het ongelegen sterfgeval, zich de woorden van tante Gilda herinnerend: het leven moet geleefd worden. Je kunt zomaar onder de tram belanden. Zou zíj dan sterven zonder echt geleefd te hebben?

Ze besloot om in een goedkoop hotel in Leeds te overnachten en de volgende ochtend een taxi naar Skipton te nemen. Haar kamer was best gezellig, ondanks de eenvoud. Ze nam een douche, trok haar zwarte jurkje aan dat bedoeld was voor de begrafenis, en ging naar beneden om te eten. Het restaurant was bijna leeg. Omdat ze zich een beetje ongemakkelijk voelde, pakte ze haar boek om erin verder te lezen onder het genot van een glas chardonnay.

‘Hallo.’ Ze keek op, in de veronderstelling dat het de ober was, maar tot haar verrassing stond er een lange man voor haar, met lang haar. Hij lachte ontwapenend en zei: ‘Hebben wij elkaar niet eens eerder ontmoet?’ Ze keek naar zijn lichtblauwe ogen en gebruinde huid en schudde haar hoofd. ‘Ik ben bang dat je me voor iemand anders aanziet.’ Maar op dat moment zag ze het gezicht van tante Gilda voor zich en voelde ze zich plotseling heerlijk roekeloos. Hier zat ze, in een vreemde stad waar niemand haar kende. Ze kon zijn wie ze wilde zijn, doen wat ze maar wilde, en de volgende ochtend zou alles vergeten zijn en kon ze weer terugkeren naar haar leven alsof er niets gebeurd was. ‘Hoewel?’ corrigeerde ze zichzelf. ‘Je komt me wel bekend voor.’

‘Mag ik?’ vroeg hij, terwijl hij een stoel naar zich toe trok. ‘Je ziet eruit alsof je alleen bent vanavond.’
Ze glimlachte, en voelde zich tot haar verrassing zelfverzekerd in haar nieuwe hoedanigheid. ‘Natuurlijk, ga je gang.’
‘Ik heet Andy Shawton,’ zei hij, terwijl hij haar een hand gaf. ‘Gilda,’ loog ze, zich nu helemaal inlevend in haar rol. Hij staarde haar aan en zei: ‘Mooie naam.’ ‘Dank je, zo heette mijn grootmoeder.’ Opnieuw een leugen, maar ze had de smaak te pakken.
‘En waar kom je vandaan, Gilda?’ ‘Ik ben geboren in Spanje, opgegroeid in Frankrijk en woon tegenwoordig in Londen.’

Andy zag haar ring. ‘Je bent getrouwd.’ Ze staarde hooghartig recht in zijn ogen.

Hij trok zijn wenkbrauwen op, onder de indruk. ‘Je hebt een exotische achtergrond.’ Het viel haar op hoe aantrekkelijk de lijntjes bij zijn mond waren als hij lachte. Hij zag haar ring. ‘Je bent getrouwd.’
Ze keek hem even hooghartig aan, waarna ze hem recht in de ogen staarde. ‘Jawel, maar mijn man is vreselijk saai.’

Ze bestelden een fles wijn, genoten van een smakelijk diner en praatten onophoudelijk tot het een uur ’s nachts was. Jane genoot van haar nieuwe persoonlijkheid. In haar zwarte jurkje voelde ze zich sexy. Andy was duidelijk van haar gecharmeerd. Hij bestudeerde haar gezicht met een ongekende honger en lachte om al haar grapjes. Ze had zich nog nooit zo aantrekkelijk gevoeld en haar zelfvertrouwen groeide met de minuut. Hij vertelde haar dat hij kunstenaar was. Hij vertelde haar dat ze prachtig was en dat hij haar wilde schilderen. Het duurde niet veel langer eer ze in bed belandden. Ze beleefde haar ultieme moment van genot terwijl niet alleen Gilda maar ook de aarde werd opgeschud, en al trillend en sidderend een extra rondje draaide om haar as.

Ze keek naar hem terwijl hij sliep. Hij was gespierd, slank en gebruind. Heel anders dan haar man.

Terwijl het maanlicht door een kier van het gordijn viel, lag ze wakker en keek naar hem terwijl hij sliep. Hij was gespierd, slank en gebruind, heel anders dan Martin. Ze stelde zich voor hoe hij langs de kust van Cornwall zou surfen, zijn lange krullen gebleekt door de zon, zijn huid glanzend van het zoute water, zijn lach een echo van de plotselinge stormen die er tegen de kliffen kunnen beuken. Ze was te opgewonden om nog te kunnen slapen en bleef naar hem kijken tot het zonlicht voorzichtig op zijn blote rug begon te schijnen.

Die ochtend vervolgde ze haar reis naar Skipton in de wetenschap dat ze hem nooit meer zou zien. En ook in de wetenschap dat ze nooit meer helemaal dezelfde zou zijn. Ze had geproefd van de verboden vrucht, in zijn volle glorie, en hij was zoeter dan ze zich ooit had kunnen voorstellen.

Ze keerde terug naar haar vertrouwde leven. De begrafenis was een treurige aangelegenheid onder een grijze hemel van waaruit een constant gemiezer neerdaalde. Maar vanbinnen voelde Jane zich zo licht en goed dat het leek alsof haar hart de zon met zich meedroeg. Ze nam de trein terug naar huis met het gevoel dat ze haar doffe huid had afgeworpen en er een nieuwe, glanzende huid voor in de plaats was gekomen. Ze liep met een zwierige pas, lachte diep vanuit haar buik en begreep eindelijk waarom Gilda zich zo uitbundig op het leven had gestort en op haar oude dag nog van haar herinneringen kon genieten. Dat zou zij nu ook kunnen nadat ze zo onbeschaamd stout had durven zijn.

Het was op een zonnige ochtend in augustus toen de schelpenverkoper aanbelde. Janes kinderen renden naar de deur om hem te openen. ‘Mama, mama,’ riepen ze, ‘moet je al die mooie schelpen zien!’ Jane was net bezig geweest de taart voor haar jongste zoon te versieren, veegde haar handen af aan haar schort en kwam bij hen staan. Ze keek naar de prachtige exemplaren die de schelpenverkoper in zijn handen had. Dat waren met recht de schatten van de zee.

‘Wat kosten ze?’ vroeg ze. De man keek op toen hij haar stem hoorde. Ze voelde zijn ogen branden en richtte haar blik omhoog. Om daarna geschrokken naar adem te happen. Hij was het. Die lichtblauwe ogen, met eromheen de witte lijnen die zich diep in zijn gebruinde huid drongen, stonden voorgoed op haar overspelige netvlies gebrand. Ze voelde het bloed naar haar wangen stromen en het duizelingwekkende besef drong zich aan haar op dat ze op het punt stond alles te verliezen wat haar lief was.

Ze voelde haar echtgenoot achter zich.

‘Kijk toch eens,’ riep hij bewonderend uit. Andy had alleen maar oog voor Jane. Hij hield haar blik vast en een bijna onmerkbaar lachje verzachtte zijn stoere gezicht. ‘Ze variëren van twintig tot honderdtwintig pond,’ zei hij. ‘De geheimen der zee: het kost heel wat om ze te bewaren.’

Haar stem was hees van angst. Angst om haar verstandige, maar gelukkige leven kapot te maken.

Martin moest lachen. ‘Waar heb je ze gevonden?’ ‘Hier,’ antwoordde hij. ‘Ik kom hier elk jaar om te schilderen. De schelpen zijn een bijverdienste.’
‘Een heel lucratieve bijverdienste,’ stelde Martin vast.
‘Dat hangt ervan af,’ antwoordde Andy. ‘En, mevrouw, wilt u er een kopen?’
‘Ja,’ zei ze snel, haar stem hees van angst vanwege het geheim dat haar leven kapot zou kunnen maken. Haar verstandige, maar gelukkige leven. Ze pakte de grootste en duurste schelp. ‘Ik neem deze,’ zei ze terwijl ze zich omdraaide naar Martin. ‘Een cadeau voor mijn man.’

‘Voor mij?’ riep hij verbaasd uit. ‘Ja.’ ‘Ik dacht dat mijn schelpenverzameling je alleen maar verveelde.’
‘Nee,’ antwoordde ze. ‘Ze zijn allemaal prachtig. Soms weet een mens gewoon niet genoeg te waarderen wat hij allemaal al heeft. En bovendien, een uitspatting zo nu en dan is toch helemaal niet erg?’ Ze draaide zich om en zag dat Andy geamuseerd lachte. Ze grijnsde terug, met een blik vol dankbaarheid. ‘Dus het wordt de grote,’ zei hij. ‘En ook nog een voor mijzelf.’ Ze pakte een tweede schelp en liet haar vingers over het gladde oppervlak glijden. ‘Een onverwacht cadeautje.’

santa montefiore

Meer lezen van Santa Montefiore?
Ontdek haar nieuwste roman: ‘Naar de overkant’, uitgeverij Meulenhoff Boekerij B.V., € 20,99 bij Standaard Boekhandel.

Volgende week
Zomerverhaal 4: ‘Het wachten’.

Tekst: Santa Montefiore – Coverbeeld: illustratie Mireille Kouwenberg & foto Getty Images

Meer lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!