Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zomerverhaal van Santa Montefiore: ‘De papegaai die zijn mond voorbij praatte’

Door De Redactie

Het is lekker lezen bij Libelle: acht weken lang trakteren we je op een zomers liefdesverhaal van bestseller-auteur Santa Montefiore. Deze week: ‘De papegaai die zijn mond voorbij praatte’. Veel leesplezier!

Het begon en eindigde allemaal met de papegaai van doña Angelina. Als het warme Chileense weer Clara er niet toe had aangezet om naar haar werk te lopen in plaats van te zweten in een overvolle bus, zou ze er nooit tegenaan zijn gebotst. Toevallig had ze de weg langs de Stille Oceaan gekozen, en liep ze glimlachend in de zonneschijn, haar blik gericht op een punt tussen de wazige blauwe horizon en de heldere beelden van haar eigen dagdromen. Ze zag de papegaai te laat om hem, en het lot dat haar daarmee plotseling ten deel viel, te ontwijken. In een werveling van veren en hard gekrijs vloog hij recht in haar gezicht en krabde haar tot bloedens toe. Vol afgrijzen deinsde ze achteruit en ontdekte toen dat het arme schepsel er veel slechter aan toe was dan zijzelf. Niet alleen omdat hij hard op het trottoir was gevallen en zich had bezeerd, maar ook omdat doña Angelina als een dreigende gladiator aan kwam waggelen, zwaaiend met een deegroller.

Clara zag de papegaai te laat: in een werveling van veren en gekrijs vloog hij recht in haar gezicht.

Net als alle andere mensen in de stad, wist Clara wie doña Angelina was. Ofschoon ze een kluizenaarster was en vreemde schilderijen maakte die niemand ooit kocht, waren haar rothumeur en snerpende stem net zo berucht als de verhalen over haar twijfelachtige verleden. Er werd beweerd dat ze jarenlang de maîtresse van de burgemeester was geweest en daarna andere minnaars had genomen in ruil voor geld en geschenken. Dat was tegenwoordig moeilijk voor te stellen, want ze had een glimmend gezicht en was zo dik als een prikkelbare walrus. Een harsbeurt zou geen slecht idee zijn, vooral niet rond haar kin, maar wie kon dat tegen haar zeggen? Ze had geen vrienden. De mensen zeiden dat ze als jonge vrouw mooi en welwillend was geweest. Er was echter geen spoor van die kwaliteiten te bekennen toen ze hijgend en puffend de weg overstak om de arme papegaai dood te slaan. Instinctief beschermde Clara de vogel met haar lichaam toen doña Angelina tegen haar schreeuwde dat het beest naar de duivel kon gaan. ‘Na alles wat ik voor hem heb gedaan, doet hij me dit aan! Klein vogeltje met een grote mond!’ gilde ze.

‘U kunt hem niet doodmaken,’ protesteerde Clara. Ze pakte de papegaai op en wiegde hem in haar armen.

‘Hou jij hem dan ook maar. Dan moet je het zelf maar weten!’ Hulpeloos keek Clara doña Angelina na die weer in de schaduwen van haar geheime wereld verdween en haar achterliet met de trillende papegaai die zich klein maakte tegen haar borst. Ze slaakte een berustende zucht. De papegaai had verzorging nodig en ze kon hem niet langs de weg laten sterven.

‘Wees maar niet bang, kleintje, ik zal voor je zorgen,’ zei ze zacht, en ze liep terug naar huis. Ze zou haar baas wel bellen om het uit te leggen. Het was toch niet druk in de salon en er waren genoeg meisjes die de incidentele klanten in haar plaats een manicure konden geven. Bovendien zou de papegaai haar geluk brengen. Het was duidelijk een voorteken.

Lorecito, zoals de papegaai werd genoemd, had zijn vleugel en zijn stembanden bezeerd, want niet alleen hipte hij mank door Clara’s keuken, hij slaagde er ook niet in om meer dan wat krassende geluiden voort te brengen. Doña Angelina had het beest duidelijk doodsangst ingeboezemd en Clara’s goede zorgen alleen zouden niet volstaan. Ze moest met hem naar de dierenarts. Tot haar verbazing werkte er in de kleine praktijk van dokter Ernesto Oswaldo in het centrum van het stadje sinds kort een lange Engelsman met een bleke huid. Hij glimlachte warm naar haar en bij het zien van de rimpeltjes die uitwaaierden bij zijn mondhoeken, sloeg Clara’s hart een slag over. Ze was meteen geraakt door Cupido’s pijl en dankte in stilte haar nieuwe, gevederde vriendje omdat hij haar levensloop zo fortuinlijk had veranderd.

Met zijn suikerbruine, zachte ogen keek dokter Montague aandoenlijk onder zijn pony door.

Het Spaans van dokter Montague was weliswaar slecht, maar ook charmant. Hij kon de ‘r’ niet correct uitspreken en had een aandoenlijke manier om met zijn zachte, suikerbruine ogen onder zijn pony door te kijken alsof hij zich schaamde voor zijn gebrekkige pogingen om haar taal te spreken. Hij kleedde zich excentriek, met ongelijke sokken in blauw en groen en versleten gaatjesschoenen die vreemd oogden in het Zuid-Amerikaanse stadje. Hij haalde zijn lange vingers door zijn rossige haar en Clara zag dat het dik en soepel was en het bleef uit zijn gezicht, niet omdat het ongewassen was, maar omdat het glansde van gezondheid. Zijn nonchalance sprak haar ook erg aan, omdat Chileense mannen hun uiterlijk vreselijk belangrijk vinden. Dokter Montague gaf duidelijk niet veel om zijn uiterlijk.

Hij pakte Lorecito van haar aan en ze lachte zacht omdat ze de reden van haar komst even was vergeten. Lorecito genoot van de aandacht en nestelde zich behaaglijk in zijn armen terwijl hij vol aanbidding met zijn vochtige ogen naar hem opkeek. Zelfs dokter Montague grinnikte om het grappige karakter van het beest. Als betoverd keek Clara toe terwijl hij de vleugel van de vogel verbond en controleerde of de papegaai nog meer verwondingen had. Hij behandelde hem rustig, maar vastberaden en tot haar afschuw merkte Clara dat ze zich inbeeldde dat die vingers haar net zo bekwaam aanraakten. Ze stelde zich het gezicht van doña Angelina voor tot het moment voorbij was. ‘Hij moet rust hebben, maar hij zal helemaal genezen,’ zei hij in hakkelend Spaans. Vervolgens keek hij Clara onderzoekend aan. Ze bloosde toen zijn blik haar gelaatstrekken leek te verslinden en keek vervolgens naar de grond. ‘Kom over een paar dagen maar terug zodat ik kan zien hoe het met hem gaat,’ zei hij, met een bijna ondeugende grijns. Clara voelde dat ze opnieuw bloosde. Ze knikte gehoorzaam en droeg Lorecito de praktijk uit, de verblindende zonneschijn in.

De dagen erna gingen in een roes voorbij. Clara kon aan bijna niets anders denken dan aan de knappe dierenarts en zijn gevoelige vingers. Lorecito knapte snel op. Hij hield duidelijk van zijn nieuwe huis en zijn nieuwe bazinnetje en genoot van alle aandacht in de salon, waar Clara haar klanten verblijdde door een zitstok voor hem bij het raam te hangen. Wel vroeg ze zich soms af waarom doña Angelina zo kwaad op hem was geweest. ‘Kon je maar praten,’ verzuchtte ze. ‘Dan kon je het me vertellen.’

Ze had achteruit moeten deinzen toe hij haar kuste. Maar de kus was zo zacht en teder dat ze hem niet kon weerstaan.

Eindelijk zat Clara weer in de wachtkamer van de kleine dierenartsenpraktijk waar ze airconditioning hadden. Ze zweette van de zenuwen terwijl Lorecito langs haar blouse omhoog klom en op haar schouder ging zitten. Ze keek om zich heen. Ze herkende een paar vrouwen die zaten te wachten met hun huisdier en zich koelte toewuifden, ondanks de koele lucht die door het gebouw werd gepompt. Toen dokter Montague in de deuropening verscheen en haar naam riep, was Clara verdoofd van liefde, alsof haar ledematen aan een ander toebehoorden. Ze moest al haar krachten verzamelen om hem naar zijn kamer te volgen. Weer liet hij zijn vingers over Lorecito’s gevederde lijfje gaan en de papegaai strekte zijn nek en knipperde met zijn ogen van genot. Ditmaal richtte dokter Montague zijn blik echter niet alleen op zijn patiënt, maar liet hem ook naar Clara dwalen, om haar met meer dan een vleugje bewondering aan te kijken. Clara wendde haar ogen niet af, maar stond zichzelf toe om schaamteloos terug te kijken. Toen hij zich vooroverboog en haar kuste, had ze eigenlijk achteruit moeten deinzen. Maar de kus was zo zacht en teder dat ze hem niet kon weerstaan. Lorecito werd aan zijn lot overgelaten op de onderzoekstafel terwijl de vaardige vingers van de dokter haar vasthielden en haar hals en gezicht met eendere tederheid streelden.

Dokter Montague kuste niet als een Chileen. De manier waarop hij haar aanraakte was nieuw en opwindend, en Clara’s gedachten dwaalden onwillekeurig af naar de Engelse films die ze had gezien met Spaanse ondertiteling, waarin de vrouwen lange jurken en hoeden droegen en de mannen met zwaarden zwaaiden, gekleed in strakke broeken en glanzende laarzen. Dat beeld verschafte dokter Montague een zekere magie en Clara raakte steeds meer betoverd.

‘Het gaat een stuk beter met Lorecito,’ zei hij, zijn aandacht weer op de verwarde papegaai richtend. ‘Maar het lijkt me het beste dat je hem over een paar dagen nog een keer brengt, want ik wil graag aan zijn stem werken.’ En terwijl ze de vogel op haar schouder zette, voegde hij eraan toe: ‘En noem me alsjeblieft Al.’

Opgewonden ging Clara naar huis. Hij had haar gekust en alle vormelijkheid weggewuifd. Er bestond geen enkele twijfel dat dit een ongebruikelijke hofmakerij was, maar misschien gingen de dingen anders in Engeland. Ach, zo veel verschil was er ook weer niet tussen de culturen, want in Chili kon een man een vrouw kussen op de achterste rij in een bioscoop. Al had gewoon niet op een dergelijke gelegenheid kunnen wachten. Ze bewonderde zijn moed, en hield nog meer van hem.

Clara merkte dat ze niet kon eten, niet kon slapen en zich nauwelijks op haar werk kon concentreren. Toen ze de dierenartsenpraktijk opnieuw bezocht, was ze dunner dan voorheen en had ze kringen van vermoeidheid onder haar ogen. Maar haar wangen brandden door de eeuwige vlam in haar borst, die tot grote felheid werd aangewakkerd door de liefde die haar hart in haar greep had.

Ditmaal keurde dokter Montague de papegaai nauwelijks een blik waardig. Hij pakte Clara bij haar middel en kuste haar dwingend. ‘O, Clara, mijn schat,’ zei hij steeds opnieuw in het Engels. Zijn bedreven vingers wisten de knoopjes van haar blouse los te maken, zodat hij haar huid kon voelen die warm en vochtig was, ondanks de airconditioning.

‘Ik hou van je, Al,’ mompelde ze terwijl ze haar ogen sloot en hij mompelde iets terug. ‘Clara, mijn schat. Clara, mijn schat,’ en hoewel ze de woorden niet verstond, begreep ze wel dat die iets bijzonders betekenden. Toch zorgde een aangeboren gevoel van zedigheid ervoor dat ze plotseling een stap naar achteren deed en onhandig aan haar blouse frunnikte, tot alle knoopjes weer dicht waren. Ze knipperde van ongeloof omdat ze hem zo snel zo ver had laten gaan. Hij had nog niet eens haar telefoonnummer gevraagd. Alsof hij haar gedachten kon lezen, streelde hij met zijn vinger over haar wang en stelde voor dat ze Lorecito die middag bij hem zou laten, zodat hij aan zijn stem kon werken. ‘Haal hem vanavond maar weer op, en dan sta je me misschien toe om je mee uit eten te nemen.’

Clara geneerde zich wat minder. Tijdens een etentje zou hij haar het hof kunnen maken zoals het hoorde. Dokter Montague mocht dan een buitenlander zijn, in Chili gedroeg men zich nu eenmaal op een bepaalde manier, volgens de regels van fatsoen. De middag ging tergend langzaam voorbij. Clara nam niet de moeite om terug te gaan naar de salon, hoewel het daar opeens heel druk was. Ze ging naar huis om zich klaar te maken voor de avond. Ze nam een bad in water besprenkeld met rozenblaadjes en wreef haar bruine lichaam in met olie. Haar moeder had haar geleerd om haar haar te laten glanzen met bijenwas en het te vlechten met een lint zodat het in een dikke vlecht tot onderaan haar rug viel.

Ze ging in de schaduw van de sinaasappelbomen liggen en droomde van het leven dat ze zou leiden met hem.

Ze was veel te vroeg klaar, dus ging ze in de schaduw van de sinaasappelbomen liggen en droomde ze over het heerlijke leven dat ze zou leiden met haar Engelsman, gehuld in een dunne katoenen jurk en haar eigen unieke parfum. In de geurige tuin lag ze te dromen tot de middag voorbij was en liep daarna naar de dierenartsenpraktijk.

De straten waren warm en stoffig, maar dat merkte ze niet. Ook zag ze het jonge meisje met hoogrode wangen niet dat met een konijn de praktijk verliet. Clara ging naar binnen en werd begroet door de charmante dokter en Lorecito, die heel tevreden op zijn schouder zat. ‘Kom binnen, ik moet nog even wat administratie afmaken.’ Hij haalde de vogel van zijn schouder en gaf hem haar. ‘Dat duurt niet lang.’ Hij gaf haar een snelle zoen en grijnsde vervolgens. ‘Ik vrees dat hij nog altijd niet wil praten. Misschien heeft hij gewoon niks te zeggen.’ Hij liep naar het kantoor, maar voor hij aan zijn bureau ging zitten, keek hij nog even om en zei met een glimlach: ‘Je ruikt overheerlijk. Lekker genoeg om op te eten.’

Clara glimlachte, blij dat het hem was opgevallen.

Ze ging op een stoel zitten en speelde met Lorecito. Ze streelde zijn veren en aaide hem over zijn kopje en onder zijn kin. ‘Waarom ben je je stem kwijtgeraakt, vriendje?’ mompelde ze liefdevol. ‘Waarom wil je niet tegen me praten?’ Lorecito hield zijn kopje schuin. ‘Ik zal nooit zo boos op je worden als doña Angelina.’ Even later was dokter Montague klaar om te vertrekken. Hij trok zijn witte jas uit en zette de airconditioning af.

‘Heb je het druk gehad?’ vroeg ze. ‘Heel druk. Ik heb nauwelijks een moment voor mezelf gehad,’ antwoordde hij met een diepe zucht. ‘O, Clara, mijn schat, waar heb ik jou aan verdiend?’ vroeg hij in het Engels, en ofschoon Clara hem niet verstond, wist ze dat hij iets speciaals zei.

Opeens begon Lorecito onrustig op haar schouder heen en weer te wippen.

‘Hij is jaloers,’ zei ze giechelend. Dat leek de papegaai nog kwader te maken. Tot hun verbazing welde er een harde reutel op uit zijn keel, gevolgd door een gesis en iets wat klonk als het hoesten van een oude man. Hij hoestte nog een keer, alsof hij zijn keel schraapte. Clara keek naar de dokter die fronste en zijn hoofd schudde. Lorecito opende zijn snavel en krijste met heldere, schelle stem: ‘Clara, mijn schat. Maria, mijn schat. Julieta, mijn schat. Elena, mijn schat. Mijn schat, mijn schat, mijn schat, ja ja ja!’

santa montefiore

Meer lezen van Santa Montefiore?
Ontdek haar nieuwste roman: ‘Naar de overkant’, uitgeverij Meulenhoff Boekerij B.V., € 20,99 bij Standaard Boekhandel.

Volgende week
Zomerverhaal 3: ‘Schelpen op het strand’.

Tekst: Santa Montefiore – Coverbeeld: illustratie Mireille Kouwenberg & foto Getty Images

Meer lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!