Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zomerverhaal van Santa Montefiore: ‘Stille wateren’

Door De Redactie

Het is lekker lezen bij Libelle: acht weken lang trakteren we je op een zomers liefdesverhaal van bestseller-auteur Santa Montefiore. Deze week bijten we de spits af met ‘Stille wateren’. Veel leesplezier!

Stille wateren

Het was een mooie dag voor een begrafenis. Van achter het slaapkamerraam keek Grace uit over de berijpte tuin, die glinsterde onder de waterig blauwe hemel. Harry had het verdiend om op zo’n mooie dag te worden begraven. Voor haar geestesoog zag ze het verweerde gezicht van een man die bijna vijftig jaar lang zijn land had bewerkt. Een knappe man. Bijna te knap, mijmerde ze, en ze dacht aan alle vrouwen die als vlinders zijn leven waren binnen gefladderd. Met zijn grote, eeltige handen had hij ze een tijdje vastgehouden en ze dan weer losgelaten. Maar zij was bij hem gebleven, ondanks zijn ontrouw. Een mens kon op zo veel manieren liefhebben. Bovendien waren er de vier kinderen met wie ze rekening moest houden. Kinderen die hun beide ouders nodig hadden en die op een veilige thuissituatie moesten kunnen vertrouwen.

‘Mam? Ben je zover?’ Grace draaide zich om. Haar dochter Julie stond in de deuropening met Jack, haar zoontje van twee, op de arm. ‘Wow, je ziet er prachtig uit!’ vervolgde ze verrast toen ze zag dat haar moeder een nieuwe zomerjurk droeg en haar goudbruine haar had geborsteld tot het glansde. Bovendien droeg ze het los en niet zoals gebruikelijk opgestoken in een knot. Ze had zich zorgvuldig opgemaakt, en Julie rook vaag een geur van rozen. Het leek wel alsof haar moeder een afspraakje had, dacht ze onwillekeurig, en het scheelde niet veel of ze had het hardop gezegd. Grace glimlachte, en terwijl ze vluchtig een blik in de spiegel wierp, zag ze zichzelf weer even als het jonge meisje dat ze jaren geleden, in de oorlog was geweest; zag ze zichzelf weer even als de jonge vrouw die voor eerst had gebloosd van verliefdheid. Ze dacht terug aan die eerste kus, die eerste liefkozingen waarnaar ze ooit vol spanning had uitgekeken en waaraan de herinnering inmiddels van haar stralende gloed was beroofd. Ze knipperde met haar ogen om de beelden te verjagen en keek naar de tuin, die haar man zo dierbaar was geweest. De bomen begonnen net in bloei te komen, tegelijk met het aarzelende opbloeien van haar broze, gevoelige hart.

In de spiegel zag Grace weer heel even die jonge vrouw die had gebloosd van verliefdheid.

Toen Grace naar haar tas reikte die op het bed lag, ontging het haar dochter niet dat haar handen beefden. Net op dat moment werd Jack onrustig en begon te jammeren, waardoor Julie werd afgeleid en niet de kans kreeg iets liefs tegen haar moeder te zeggen of troostend een arm om haar heen te slaan. Grace knipte de tas open, wierp een blik op het stapeltje brieven dat ze daarin bewaarde, bijeengebonden met een blauw lint, en deed de tas weer dicht. ‘Kom,’ zei ze. ‘Het is tijd.’ De dorpskerk was veranderd in een caleidoscoop van kleuren. De banken werden gevuld door vrienden, familie en vertegenwoordigers van alle aspecten van het lange leven van Harry Bambridge; de vrouwen in pastelkleurige japon met fleurig versierde hoed, de mannen in pak met smaakvolle das. Terwijl Grace met Julie en Jack door het middenpad naar voren liep, drong het beeld van een verzameling pauwen en vlinders zich aan haar op, en toen ze zich bij de rest van de familie voegde, die al op de eerste rij had plaatsgenomen, moest ze bij het zien van haar humeurige schoonzus denken aan de felle bantammers die Harry had gehouden. Hij was dol op de zwarte kippen geweest, die dan ook in groten getale over het erf hadden gescharreld. Grace had haar schoonzus in geen jaren gezien. Molly was nooit getrouwd en had gekozen voor een leven vol woede en zelfbeklag. Ooit waren Grace en zij beste vriendinnen geweest en hadden ze al hun geheimen gedeeld. Inmiddels was er van die vriendschap niets meer over en waren ze vreemden voor elkaar.

Grace zat kaarsrecht met haar kin naar voren. Ze was zich ervan bewust dat iedereen naar haar keek, ze kon de verbaasde blikken bijna vóélen, haar huid ging ervan tintelen. Mooi was ze nooit geweest, en Harry had haar ook nooit aangemoedigd werk te maken van haar uiterlijk. Maar vandaag voelde ze zich begeerlijker dan de mooiste vlinder. Edna Hargrave boog zich naar haar vriendin Mable Waffleton-Shute. ‘Als Grace tijdens zijn leven wat meer aandacht aan haar uiterlijk had besteed, zou Harry geen reden hebben gehad om zo vaak buiten de lijntjes te kleuren,’ fluisterde ze duidelijk hoorbaar. ‘Sst,’ siste Mable luid. ‘Over de doden niets dan goeds.’ ‘Trouwens, heb je dat gezien? Sheila Millet zit in de kerk! Is het geen schande! Waar haalt ze het lef vandaan, die overspelige sloerie! Hoe durft ze zich in Gods Huis te vertonen!’ vervolgde Edna, zonder acht te slaan op haar man, die haar nijdig met zijn elleboog tussen de ribben porde. ‘Lieve hemel, daar heb je Dorothy Blount ook! Arme Grace! Het is echt schandalig om zich uitgerekend nu, op Harry’s begrafenis, te laten zien. En met een gezicht alsof ze daar het volste recht toe hebben. Harry was getrouwd met Grace! Ze heeft zo haar best gedaan om hem een waardig afscheid te bezorgen. Maar zíj bederven alles.’

‘Sst,’ siste Mable opnieuw. Er landde een druppeltje spuug op de bepoederde wang van haar vriendin, maar Edna had niets in de gaten. Ze speurde nauwlettend alle kerkbanken af, en het glanzende belletje speeksel bleef zitten, als een afstotelijke wrat. ‘Ik begrijp niet hoe ze het al die jaren heeft kunnen verdragen. Ze moet wel erg veel van die ouwe schuinsmarcheerder hebben gehouden. Die árme schat. Ze is een goed mens. Veel beter dan ik. En zo vroom. Reken maar dat Grace naar de hemel gaat. Maar als ik eerlijk ben…’ Ze grijnsde ondeugend. ‘Ik heb liever een spannend leven dan een plekje in de hemel.’ ‘Pas op je woorden, Edna Hargrave!’ Mable hijgde van verontwaardiging. God hoort alles. We zijn hier in de kerk.’ Ze wapperde zichzelf koelte toe met de orde van dienst.’ ‘En Harry ligt dood in zijn kist. Uiteindelijk gaan we allemaal, Mable. Mijn Charlie is al bijna tachtig. Het is haast de moeite niet om nog naar huis te gaan. Hij kan er net zo goed naast gaan liggen.’ Ze kreeg opnieuw een por in haar ribben en rechtte verontwaardigd haar rug. Dominee Pingle sloeg zijn Bijbel open en richtte zich tot de gelovigen.

Op een paar maanden na waren ze vijftig jaar getrouwd geweest. Bijna een mensenleven.

Grace staarde naar de kist met daarin het stoffelijk overschot van haar man. Op een paar maanden na waren ze vijftig jaar getrouwd geweest. Bijna een mensenleven. Ze dacht aan wat ze hem had beloofd, voordat hij naar het front vertrok: dat ze met hem zou trouwen wanneer hij terugkwam en de gruwelijke oorlog voorbij was. Hij was destijds zo kwetsbaar geweest. Zo bang. Het enige wat hij wilde, was boer zijn, net als zijn vader. Hij deinsde ervoor terug om te moeten vechten, om te moeten doden. Grace had hem willen troosten. Hoe had ze kunnen weten dat ze opnieuw haar hart zou verliezen… Maar ze had iets beloofd, en die belofte mocht ze niet verbreken. De stem van dominee Pingle verdween naar de achtergrond, terwijl ze in gedachten terugging naar het verleden. Naar de landing van de Amerikanen, die niet alleen nylonkousen meebrachten, maar ook hun manier van leven, van liefhebben. Het was allemaal nieuw voor haar geweest. Ze drukte de tas tegen haar maag, zich bewust van het stapeltje brieven, bijeengebonden met een blauw lint.

Molly Bambridge leunde tegen de muur van de kerk, inwendig kokend, nog bozer dan anders. Wie haar niet kende, zou denken dat de grimmige trek om haar mond voortkwam uit verdriet om het overlijden van haar broer. Maar die grimmige trek had ze altijd al gehad, al bijna haar hele leven. Op dit moment keek ze woedend naar Grace, in het besef dat haar schoonzuster te ver weg was met haar gedachten om het te merken. Trouwens, niemand merkte haar ooit op. Ze had altijd in de schaduw geleefd van haar broer, die alle zon, alle aandacht voor zichzelf opeiste. Het enige waaraan Molly plezier beleefde, was het gevoel van macht dat ze ontleende aan een geheim dat niemand kende; een geheim dat ze slechts deelde met Grace. Ondanks de weerzin jegens haar schoonzus, omdat Grace had gekregen wat háár was ontzegd, had ze het geheim nooit verraden. Want het was alles wat ze had; het enige wat haar althans nog enige vreugde schonk. Maar verdiende zij, nu Harry dood was, niet óók een plekje in de zon?

Zij had haar belofte gehouden: ze was bij hem gebleven, ondanks zijn ontrouw.

Toen Toby de treden van de kansel beklom, schrok Grace op uit haar gedachten en keek vol trots naar haar zoon. Hij was lang en breedgeschouderd; een knappe man, net zoals zijn vader dat was geweest. Haar blik ging de rij langs, naar haar kleinkinderen die stralend en vol bewondering naar hun vader opkeken. Toen vonden haar ogen die van Molly, en ze werden als door een onzichtbare, onweerstaanbare kracht naar elkaar toe gezogen. Grace zag de pijn, het verdriet, de verbittering in Molly’s norse gezicht. En ze hoorde haar stille verwijten: dat ze door háár de kans op het geluk, op een leven in Amerika was misgelopen. Grace zou haar willen toeschreeuwen dat ze zich aan haar belofte had gehouden; dat ze Molly nooit ook maar een strobreed in de weg had gelegd. Allebei hadden ze een geliefde verloren, maar Grace had geprobeerd er het beste van te maken, terwijl Molly simpelweg had opgegeven. Ten slotte rukte ze zich los van de blik van haar schoonzus, en ze keek naar haar tas. Het klamme zweet stond in haar handen, er brandden tranen in haar ogen, haar lippen trilden, en ze legde haar vingers op haar lippen om het beven te doen stoppen. Toen Toby terugkeerde naar zijn plaats, zag Grace dat ook híj tranen in zijn ogen had. Hij sloeg zijn sterke armen om haar heen, en op dat moment zette het orgel in voor het laatste gezang. Grace was haar zoon dankbaar voor zijn steun, maar zijn tranen golden een andere man dan de hare.

Toen ze even later naar buiten liep, de lentezon tegemoet, was ze zich nauwelijks bewust van de velen die een arm om haar schouders sloegen of haar hand pakten als blijk van medeleven, van vriendschap, van liefde. Ze trok zich opnieuw terug in haar gedachten, in dat verborgen domein waar de liefde geduldig had gewacht, bijna een mensenleven lang. Julie kwam naar haar toe en pakte haar hand, maar Grace merkte het amper. Op dat moment ging Jack ervandoor, achter zijn neefjes en zijn nichtjes aan, en opnieuw werd Julie afgeleid. Haastig rende ze achter de kleine aan. Toby begroette vrienden die naar de begrafenis waren gekomen, omringd door zijn vrouw en zijn kinderen, door zijn zussen en zijn broer. Haar kinderen hadden elkaar, besefte Grace. Ze hadden haar niet meer nodig. En het was goed zo. Het werd tijd om los te laten. Ze kon tevreden zijn. Ze had haar taak volbracht. Ze had zich gehouden aan haar belofte, ze had liefde gegeven en ontvangen. Maar er waren vele manieren om lief te hebben, en nu keek ze vol verwachting uit naar de liefde die haar bijna een leven lang tot steun was geweest. Een liefde die alles oversteeg in kracht en volharding.

Zijn gezicht was nog precies zoals ze het in gedachten al die jaren had gestreeld.

Ze klemde haar tas nog steviger tegen zich aan en liet vol spanning haar blik over het terrein voor de kerk gaan. Vanuit de schaduwen van haar isolement sloeg Molly haar gade. Ze kon de gespannenheid van haar schoonzus bijna vóélen, als statische elektriciteit in de lucht. Een wurgende jaloezie leek zich steeds strakker om haar nek te winden, als klimop die de boom verstikt waarlangs hij omhoog woekert. Toen zag ze hem, en ze hield haar adem in. Het duizelde haar, overspoeld als ze werd door herinneringen die de ondraaglijke pijn van een onbeantwoorde liefde met zich meevoerden. Terwijl Grace het pad af liep, maakte een vreemd gevoel zich van haar meester, alsof haar benen aan een ander toebehoorden. Ze knipperde met haar ogen, overweldigd door beelden uit het verleden. Hij was niets veranderd. Zijn gezicht was nog precies zoals ze het zich herinnerde en zoals ze het in gedachten al die jaren had gestreeld en gekoesterd. Hij glimlachte verlegen, maar net als in haar ogen stond ook in de zijne te lezen welke offers er waren gebracht. Ze reikte naar hem, en op het moment dat hij haar hand pakte, vielen de jaren weg en waren ze weer jong. Twee mensen die onbekommerd van elkaar hielden en vol verwachting de toekomst tegemoet gingen.

Molly voelde een warme hand op haar schouder. Ze keek op, recht in de ogen van Edna Hargrave en Mable Waffleton-Shute. ‘Mijn innige deelneming.’ Edna’s stem klonk stroperig, de onoprechtheid droop eraf. ‘Ach, en die arme Grace. Ze moet wel erg veel van Harry hebben gehouden.’ Molly ademde diep in; dieper dan ze ooit had ingeademd. Toen verscheen er traag, aarzelend een zweem van een glimlach om haar mond. ‘Ja, dat klopt.’ Het klonk schor en ze schraapte haar keel. ‘Op haar manier heeft ze veel van hem gehouden.’ Haar blik ging naar het dorpsplein, naar de verdwijnende gestalte van haar schoonzus, die hand in hand liep met de Amerikaan aan wie ze haar hart had verloren nadat Harry naar het front was vertrokken. ‘Maar niet zo veel als van Gray Melody.’ ‘Gray Melody?’ herhaalde Edna verbaasd. Ze volgde Molly’s blik, en het was alsof haar gezicht verschrompelde, als een ballon die leegliep. ‘Gray Melody,’ zei Molly nogmaals, en terwijl ze hardop de naam uitsprak die ze al die jaren had verzwegen, voelde ze dat haar wangen begonnen te gloeien dankzij de eerste zonnestralen die op haar gezicht vielen.

Meer lezen van Santa Montefiore?
Ontdek haar nieuwste roman: ‘Naar de overkant’, uitgeverij Meulenhoff Boekerij B.V., € 20,99 bij Standaard Boekhandel.

Volgende week
Zomerverhaal 2: ‘De papegaai die zijn mond voorbijpraatte’.

Tekst: Santa Montefiore – Coverbeeld: illustratie Mireille Kouwenberg & foto Getty Images

Meer lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!