Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Illustratie: Stephanie Dehennin

Journalist Greet De Keyser: “Als kind wilde ik graag op kamp gaan, weg van huis zijn, zelfstandig worden. De wereld trok aan mij”

Libelle-hoofdredactrice Karen lanceerde vorige week haar kinderboek ‘Er was eens … een dapper meisje’, met de inspirerende levensverhalen van vijftig Vlaamse vrouwen. Drie weken lang zetten wij een van hen in de kijker. Amerika-correspondente Greet De Keyser bijt de spits af.

Dapper Meisje: Greet De Keyser

Het is bijna een iconisch beeld: Greet De Keyser (59) die met het Witte Huis op de achtergrond bericht over de Amerikaanse presidentsverkiezingen, de bestorming van het Capitool of de coronaslachtoffers in de VS. Zo ernstig als de journaliste geregeld op het nieuws te zien is, zo goedlachs en innemend verschijnt ze op mijn computerscherm voor dit interview.

Zesduizend tweehonderd kilometer verderop zit ze, maar van die afstand is niks te merken. Ze was vereerd toen onze hoofdredactrice haar vroeg als een van de dappere meisjes in het boek dat ze schreef. Enthousiast steekt ze van wal. “Ik vond het een héél fijn verzoek van Karen. Ik heb zelf geen kinderen, maar jongens en meisjes zoeken in boeken toch altijd naar iets herkenbaars. Dus ja, waarom die levensverhalen van Vlaamse vrouwen niet in kinderversie brengen? Bovendien heeft iedereen het altijd over het feit dat kinderen alle kansen moeten krijgen – waar ik het uiteraard volledig mee eens ben – maar kinderen mogen ook weten dat die niet uit de lucht komen vallen, dat je je moet inspannen om iets te bereiken.”

Wat betekent ‘dapper zijn’ voor jou, Greet?

“Niet: ‘Doe niet flauw.’ Dapper zijn voor mij is: ertegenaan gaan. Gebruiken wat je hebt: je hoofd, je handen, je stem, je benen… wat dan ook. Als ik vergelijk met mijn jeugd is de horizon van kinderen vandaag veel ruimer. Ze worden veel meer aangespoord om grenzen te verleggen: ‘Probeer het maar, je kunt dat!’ Maar dat betekent niet dat je alles moet krijgen. Nee, je moet het wel zélf doen. En daar horen teleurstellingen en opofferingen bij. Ik ben aan het einde van mijn carrière, maar ik moet soms ook nog om vier uur uit mijn bed voor het nieuws, feestjes afzeggen als er iets gebeurt, mijn slaap laten… Maar ik kan nog altijd ontzettend blij zijn als iets waar ik heel hard voor gewerkt heb, lukt. Dat gevoel wanneer je iets bereikt, dat is onbeschrijfelijk. Ik heb soms de indruk dat ouders vandaag hun kinderen te veel willen beschermen tegen de harde buitenwereld. Je moet je mannetje leren staan in het leven. Roept er iemand iets lelijks naar je? Wel, roep dan maar eens terug! Trouwens, die buitenwereld is niet altijd zo slecht hoor. Je kunt er anders naar kijken, zeker als je het geluk hebt dat je ouders je daarin stimuleren.”

Toen ik studeerde, heb ik in een kraakpand gewoond, maar ik zag al snel in dat dat niet werkte om een maatschappij vorm te geven

Was dat bij jou het geval?

“O ja, ik kom uit een heel warm nest. Mijn vader was burgerlijk ingenieur, die was altijd weg. Mijn mama was kleuterleidster, ze gaf les in een school vlakbij. Ik heb een fantastische jeugd gehad. In de buurt van ons huis hadden we een grote vijver waar we in de zomer een tent opzetten en met de hele buurt speelden met opblaasbootjes. Er waren altijd vriendjes en vriendinnetjes, die waren altijd welkom. We sprongen over de haag om elkaar te zien. Mijn ouders waren best streng, er waren regels en daar moesten we ons aan houden. Maar er was wel altijd iemand – mijn mama, mijn papa, mijn grootouders. Dat mijn zus en ik vandaag als volwassenen zulke gelukkige mensen zijn, is omdat we uit een warm gezin komen. Dat draag je de rest van je leven mee.”

‘Er was eens… een dapper meisje’ zet kinderen aan om groter te dromen. Waar droomde jij van als klein meisje?

“Ik had geen specifieke dromen, maar als ik met mijn nichtjes met de poppen speelde en mijn grootmoeder vroeg hoeveel kindjes ik wilde, dan zei ik: ‘Ik wil geen kindjes en ik ga niet trouwen.’ Ik ben al meer dan twintig jaar samen, maar we zijn niet getrouwd en een gezin is er nooit gekomen. Ik wilde als kind graag op kamp gaan, weg van huis zijn, zelfstandig worden. De wereld trok aan mij. Wij maakten thuis nooit verre reizen – we gingen naar Frankrijk of Oostenrijk, maar ik had een boek met grote foto’s van alle landen waar ik uren in kon kijken. ‘De hut van oom Tom’ (het beroemde verhaal van de zwarte slaaf in het zuiden van Amerika dat een aanklacht is tegen de slavernij, red.) heb ik heel vaak herlezen, en dat was een wereld die voor mij openging. Dan vroeg ik aan mijn moeder: ‘Maar waarom bestaan er dan slaven? En waarom hebben die het zo slecht?’ Ook in het middelbaar ging die wereld steeds verder open, mijn leerkracht zedenleer speelde daar een heel belangrijke rol in. We vergeten dat soms, maar leerkrachten kunnen zo bepalend zijn in je leven.”

Vijftig dappere meisjes, dat zijn evenveel rolmodellen die kinderen kunnen aanspreken. Welke vrouwen inspireerden jou?

“Sommige leerkrachten dus, maar ook vrienden en vriendinnen. Ik ben de laatste twee jaar van het middelbaar in Leuven naar school gegaan. Ik maakte nieuwe vrienden, allemaal mensen met een brede blik op de wereld. Ik ben blij dat ik samen met hen nieuwe dingen heb ontdekt, grenzen heb verlegd, overschreden soms ook. Ik heb een tijdje in een kraakpand gewoond, ik was anarchist. Maar door het zelf te beleven, heb ik ook kunnen inzien dat het fout was, dat anarchisme niet werkt om een maatschappij vorm te geven.”

Dat mijn zus en ik zulke gelukkige mensen zijn, is omdat we uit een warm gezin komen. Dat draag je de rest van je leven mee.

Lieten je ouders je begaan in dat kraakpand?

“Ja. ‘Je mag op kot, maar als jij liever in een kraakpand wilt wonen, doe je maar,’ zeiden die, ‘maar wij gaan daar niet voor betalen.’ (lacht). Dat was ook zo toen ik op vakantie wilde met vrienden. ‘Wij moeten hard werken voor ons geld, dus als jij op reis wilt, betaal je het zelf’, zei mijn vader. Een week nadien had ik een baantje in een snackbar. Achteraf gezien, vond ik dat een heel wijze les. Als je echt iets wilt, moet je zelf naar een oplossing durven te zoeken.

Je ging na je studies aan de slag als buitenlandjournaliste. Ik ken je vooral als Amerikacorrespondente. Hoelang woon je daar al?

“Van in 2000. Ik werkte op de buitenlandredactie voor de VRT. Samen met nog enkele andere journalisten hadden we allemaal ‘een stukje van de wereld’, zoals we dat zeiden. Ik deed veel Afrika, Ethiopië, Algerije… Voor de presidentsverkiezingen in 2000 hadden ze in Washington DC een vaste correspondente nodig. Ik moest wel even nadenken toen ze me vroegen, want dat betekende dat ik mijn geliefde Afrika moest opgeven, maar ik was alleen en ben vertrokken, het plan was voor één jaar. Intussen zijn dat er tweeëntwintig en ik heb er nog geen seconde spijt van gehad.

Van bij het begin voelde ik mij hier thuis, ik heb een sociaal leven uitgebouwd, vrienden gemaakt. Maar het was ook heel hard werken in dat verkiezingsjaar. Om verslaggeving te kunnen doen, vertrokken we met een hele ploeg en een stapel koffers vol materiaal. Mobiele telefoons bestonden toen al wel, maar ze werkten niet overal. Soms moest ik uren omrijden na een reportage om ergens een plek te vinden om ze te door te kunnen sturen naar Brussel. Ach, als ik mezelf hoor praten, lijkt het wel de prehistorie. Vóór de mobiele telefoons hadden wij biepers, ken jij dat nog? Code 1 betekende: je gaat meteen bij het eerste het beste huis aanbellen om te kunnen telefoneren, zo dringend was het dan. Nu ga ik gewoon live met mijn iPhone op eender welk moment.”

Bijblijven met die techniek, Greet, dat is toch niet evident?

“Ik ben niet iemand die routines ontwikkelt en daaraan vasthoudt. Niet in mijn privéleven, niet in mijn werk. Ik ben niet technisch aangelegd, maar wel geïnteresseerd in de mogelijkheden. Samen met het team van VTM heb ik uitgezocht hoe ik nu alleen op reportage kan. Als je mij live ziet bij het Witte Huis, dan staat er één iPhone op een statief. Een tweede neemt het geluid apart op. De meeste Amerikaanse collega’s kennen me intussen al, maar geregeld komt er toch nog eentje vragen: ‘Hoe doe jij dat allemaal?’ ”

Dus je staat daar alleen, zonder cameraman?

“Ja. En als het fout loopt, moet ik het ook zelf uitzoeken. Soms schijnt de zon in mijn ogen en zie ik mezelf niet in mijn camera. Dan moet ik aan de regie in Antwerpen vragen: ‘Is dit licht goed?’ of ‘Sta ik er goed op?’. Maar het maakt mij ook flexibel. Als er iets gebeurt, spring ik in mijn eentje de wagen in of het vliegtuig op.”

Greet, ik heb toen ik zestien was als au pair aan zee gezeten en jij was daar toen ook…

(onderbreekt): “Echt waar, ben jij dat?”

Jazeker, en wat me altijd is bijgebleven: we zaten daar met gezinnen aan de strandcabine. Jij kwam een weekend langs, zonder man of kinderen, en je had als enige een gsm bij je voor als je opgeroepen werd. Ik dacht toen: ‘wow, wat een vrouw van de wereld!’ Voelde jij dat toen ook zo aan, dat je andere keuzes had gemaakt dan de rest?

“Ja, voor een stukje wel. Nu, ik had – en heb nog altijd trouwens – een heel hechte groep vriendinnen en sommigen hebben dan wel kinderen, maar daarnaast een carrière. Ik had gewoonweg geen kinderwens. En ik was altijd onderweg. Bij kinderen komen verantwoordelijkheden kijken die ik niet kon invullen. Ik leid een ander leven, maar dat was een heel bewuste keuze, en ik ben nog altijd blij dat ik die zelf in handen heb genomen.”

Tot slot Greet: welke andere dappere vrouwen ken jij?

“O, zoveel! Mijn mama, zeker en vast. En mijn vriendinnen. (denkt na) Maaike Cafmeyer. Hoe zij er weer staat na alles wat ze meegemaakt heeft. O, en rolstoelatlete Marieke Vervoort! Een vrouw die telkens doorzette, positief naar het leven keek, genoot van wat ze wél had… dat vond ik zo enorm dapper. Ik hou niet van huilebalken, mensen die zitten te zagen op sociale media. Ik denk dan altijd: ga er maar lekker tegenaan, dat is beter dan al dat geklaag.”

Beluister het voorleesverhaal van Greet De Keyser

Veel luisterplezier!

Lees het verhaal van Greet en 49 andere straffe Belgische vrouwen in ‘Er was eens een dapper meisje’, een voorleesboek over dromen van Karen Hellemans en Stephanie Dehennin. Uitgebracht door Pelckmans uitgeverij en verkrijgbaar in o.a. De Standaard Boekhandel.

Er was eens een dapper meisje

Meer lezen over dromen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content