Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

SOS opvoeding: “Onze zoon heeft een heel negatieve vriendengroep en we zijn bang dat hij zijn toekomst weggooit”

Door De Redactie

Liesbeths veertienjarige zoon laat zich meeslepen door zijn ‘slechte’ vrienden. Ze maakt zich dan ook ernstige zorgen over zijn toekomst en ging te rade bij psychotherapeut Sven Bussens.

Wat zegt mama Liesbeth?

“Laatst had hij iets gestolen in een winkel. Doet hij dat om indruk te maken op zijn vrienden?”

Liesbeth (45): “Martijn, de oudste van onze drie jongens, liegt en bedriegt. Hij heeft al regelmatig frisdrank gestolen in de winkel op de hoek van onze straat. Ik snap niet waarom hij dit doet. Hij kan mij gerust om een blikje vragen om mee te nemen naar school of geld vragen om er eentje te kopen. De laatste keer heeft de eigenaar van de winkel hem betrapt toen hij het blikje in zijn jaszak verstopte. Gelukkig ken ik die man en hebben we het onderling kunnen oplossen. Anders had de politie er nog bijgehaald moeten worden, stel je voor…

Ik begrijp er niks van. Ik weet zelfs niet of dat blikje dan voor hemzelf is of voor iemand anders. Misschien doet hij het alleen om aan zijn vrienden een straf verhaal te kunnen vertellen en zo indruk te maken? Volgens mij rookt hij ook en misschien stopt het daar wel niet bij? Martijn heeft een heel negatieve vriendengroep. Op school zijn ze bekend of misschien beter: ‘berucht’. Ze pesten andere leerlingen en maken het de leerkrachten moeilijk. Zeer regelmatig is er iemand uit zijn groepje die een schorsing krijgt. Gelukkig heeft Martijn nog geen schorsing gekregen en blijft het bij nota’s in zijn agenda. De laatste nota’s gaan over rondlopen in de gang tijdens de lesmomenten, zijn huiswerk niet maken en onbeschofte reacties tegenover leerkrachten. Maar ik heb schrik dat hij binnenkort ook een schorsing zal krijgen. 

Martijn is altijd al heel beïnvloedbaar geweest. Hij is heel onzeker, hij schat zichzelf niet te hoog in. Al in de lagere school was het CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding) betrokken en waren er zorgen over zijn laag zelfbeeld en zijn gedragsproblemen. Het is eigenlijk een wonder dat hij de lagere school is doorgekomen, hij heeft een aantal keer gedubbeld. Martijn doet altijd zijn uiterste best om er toch maar bij te horen en laat zich bij het maken van keuzes leiden door anderen. Als iemand een rood T-shirt heeft, wil hij er ook een, als een vriend een bepaald computerspel heeft, wil hij dat ook, als iemand naar hier of daar gaat, wil hij daar ook naartoe. Eigenlijk zou ik het liefst hebben dat hij geen contact meer heeft met die zogenaamde vrienden. Ze gebruiken hem om dingen geregeld te krijgen. Onlangs heeft hij sigaretten doorverkocht voor hen. Ik ben het via mijn buurvrouw te weten gekomen, zij had het groepje gezien aan het station, en Martijn liep van het ene groepje naar het andere groepje met de sigaretten. Kan ik hem het contact ontzeggen met al die jongens? Ik zou het graag willen, maar denk niet dat ik hem zover kan krijgen, dat aanvaardt hij nooit. 

Ik vraag mij af of de ouders van die andere jongens weten waarmee ze allemaal bezig zijn. Ik zou hen kunnen bellen, maar ben bang dat Martijn mij dit heel kwalijk zal nemen en misschien zelfs niet meer tegen mij zal spreken of nog erger, misschien zal weglopen. Ik wil toch ergens het vertrouwen behouden. Naar het CLB of de school bellen, durf ik ook niet. Ze zullen denken dat mijn man en ik het niet aankunnen en ons misschien allerlei dingen opleggen. Ik ken dat. 

We weten op dit moment echt niet wat gedaan. We zijn bezorgd dat Martijn zijn toekomst weggooit. Als hij zo verder doet, zal hij ongetwijfeld in de problemen komen en wij ook, want wie zal er op het einde van dit verhaal beschuldigd worden of moeten betalen? Wij, de ouders natuurlijk. Het is allemaal zo jammer. Martijn kan nochtans zo attent zijn voor zijn jongere broers. Onlangs heeft hij iets in hout gemaakt voor de verjaardag van Niels, zijn jongste broer. We waren allemaal verrast. Hij had er in alle stilte aan gewerkt, en plots, op de verjaardag van zijn broer, verscheen hij met een mooi houten rek. Op dat moment hebben we hem veel complimenten gegeven en dan valt het op hoe moeilijk hij daarmee kan omgaan. Hij haalt dan z’n schouders op, zegt dat dat allemaal niet moeilijk is en dat we niet onnozel moeten doen. Hij kan niet geloven dat we echt onder de indruk zijn en fier zijn op hem. Toen hij kleiner was, werd hij soms kwaad als we hem een compliment gaven. Zeer vreemd. We zijn er dan ook mee gestopt, dat is duidelijk te moeilijk voor hem. Het lijkt wel alsof hij het niet kan aannemen of geloven. Wat kunnen we doen? We zijn bang dat we onze zoon aan het verliezen zijn.”

Hoe moet het nu verder?

“Omdat ze schrik hebben om hun zoon te verliezen, ondernemen de ouders te weinig”

Psychotherapeut Sven Bussens: “De bezorgdheid die beide ouders voelen over Martijns gedrag, is terecht. Martijn laat zich sterk beïnvloeden door zijn vrienden, steelt soms, pest andere leerlingen, overtreedt regels op school en is opstandig tegenover de leerkrachten. Daarbij heeft hij ook nog een laag zelfbeeld. 

Liesbeth vertelt dat ze zo bezorgd is dat ze bijna niet meer slaapt en zou geruster willen kunnen zijn. Ze wil graag meer positieve verhalen over het gedrag van haar zoon op school horen, ze wil dat hij eerlijk is tegen haar en papa en geld vraagt als hij iets wil in plaats van te stelen. Bovendien vraagt ze zich af of zij de ouders van de andere jongens kan bellen. Eigenlijk zou ze ook willen dat haar zoon een andere vriendengroep vindt.

De realiteit is dat vrienden heel belangrijk zijn voor tieners. Via vrienden maken jongeren kennis met verschillende manieren van kijken naar de wereld, ze voelen zich verbonden, bouwen zelfvertrouwen op, kunnen vrijuit hun gedachten delen, enzovoort. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de vriendengroep van Martijn onderling negatief gedrag versterkt. En toch betekent dat niet dat je als ouder contact met die groep kunt verbieden of een andere vriendengroep kunt afdwingen. Tijdens onze gesprekken wordt duidelijk dat Liesbeth en Frederik weinig ondernemen tegen het negatieve gedrag van hun zoon. Ze hebben schrik om Martijn verder te verliezen. Liesbeth en Martijn kunnen op dit moment ook niks bedenken om hun zoon aan te halen. Ze hebben het vooral over hoe schaars het contact is met hem. ‘Hij eet alleen’, ‘we praten bijna niet meer’, ‘we zien elkaar alleen bij het passeren’…. We hebben het over het belang van voldoende aanwezig te blijven in het leven van tieners, ook al lijken ze ons minder toe te laten. Want door dagelijks contact blijven we ons kind kennen, behouden we een positieve connectie, kunnen we reageren op gedrag en bezorgdheden uitspreken.

In de komende weken zoeken de beide ouders opnieuw meer contact met hun zoon. Ze nodigen hem opnieuw uit aan tafel: ‘We hebben graag dat je samen met ons eet, we hebben jou er graag bij, dan zijn we volledig en dat is gezellig’. Liesbeth en Frederik concentreren zich vooral op de boodschap die ze hun zoon willen geven, namelijk dat ze het belangrijk vinden dat ze een fijn contact hebben. Martijn eet niet altijd mee, maar ze laten zich niet verleiden tot een strijd. Een tijd later vinden zowel Frederick als Liesbeth moed om ook hun bezorgdheden over zijn gedrag en zijn vrienden uit te spreken. Ze maken Martijn duidelijk dat ze weten dat ze hem niet kunnen verbieden zijn vrienden te zien, maar dat ze het belangrijk vinden om hun zorgen te delen, omdat ze willen dat het goed gaat met hem. Ze blijven ook duidelijk maken dat Martijn altijd bij hen terechtkan indien hij dit zou willen.

Twee weken later is Martijn opnieuw betrokken bij een diefstal. Frederick en Liesbeth vertellen hun zoon dat ze bezorgd zijn dat hij het verkeerde pad opgaat en ze dit probleem niet alleen kunnen aanpakken. Daarop besluiten ze de ouders van zijn vrienden te contacteren. Om elkaar te helpen en om de jongens te helpen. Liesbeth: ‘We kunnen zijn privacy niet voorop blijven stellen als onze zorgen zo groot zijn’. 

Tegen de verwachtingen van Martijn in hebben Liesbeth en Frederik ondertussen een goed contact met de ouders van twee jongens uit het groepje. De ouders overleggen vaak, voelen zich gesterkt door elkaar en gaan ook samen in op uitnodigingen van de school. Liesbeth: ‘Er lijkt op dit moment iets in beweging, ik heb de indruk dat Martijn ziet dat we echt bezorgd zijn en dat we willen helpen. Het lijkt alsof we meer tot hem doordringen. Ik denk dat het komt doordat we volhouden en weg van het conflict blijven. Onze bezorgdheid uitspreken, was het moeilijkst, maar het was wel de belangrijkste stap. We hebben nog altijd veel zorgen, maar we staan er niet meer helemaal alleen voor. Praten met andere ouders van het groepje helpt echt. We zijn er natuurlijk nog niet, en we houden ons hart vast voor wat het nieuwe schooljaar zal brengen.”

Uit: Libelle 36/2020 – Tekst: Sven Bussens, auteur en docent aan Hogeschool Gent, hoofdopleider in het Oplossingsgericht Centrum (oplossingsgerichtcentrum.be)

MEER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes! seconden