Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Als we uit het ziekenhuis ontslagen worden, gaat Hoppe tegen de vlakte”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

In het ziekenhuis zijn we, waar we voor Hoppe z’n hartje moeten zijn. Ik maak mijn belofte aan Hoppe waar door niet in detail te treden. We zijn er voor zijn hart, punt, meer info hoeft er de wereld niet in. In de operatieruimte zie ik hoe hij in slaap wordt gebracht, ik lach naar hem, terwijl hij langzaam wegglijdt en probeer hem mijn angst niet te tonen.

De anesthesist geeft aan dat Hoppe slaapt, dat mijn aanwezigheid niet meer nodig is. Ik word naar de gang geleid, met de mededeling dat ik in de wachtruimte kan plaatsnemen. “Het zal niet lang duren”, wordt er gezegd, maar dat is relatief, natuurlijk. In de ogen van de artsen is de operatie iets alledaags, peanuts, terwijl het voor mij bang afwachten is.

Vroeger dacht ik niet na bij operaties. Dat blinde vertrouwen in artsen, in de wetenschap, heb ik nog steeds, maar ik vertrouw het leven an sich niet meer, merk ik. Die vingerknip waarmee het zomaar ineens voorbij kan zijn, ik heb er schrik voor gekregen. In de gang loop ik verloren. Het operatiekwartier ligt in het oude gedeelte van het ziekenhuis en alles voelt kil aan. Als ik de verpleegsterspost passeer en vraag waar ik de wachtruimte kan vinden, zegt een van hen dat ze het me even zal tonen.

“Dat blinde vertrouwen in artsen, in de wetenschap, heb ik nog steeds, maar ik vertrouw het leven an sich niet meer, merk ik”

Ze vraagt of ik koffie wil. Haar vriendelijkheid staat in schril contrast met de koude sfeer in de gangen. Ik knik, dankbaar om de warmte van de vrouw én de koffie, terwijl ik me afvraag of ze het misschien kan zien, mijn ongerustheid. Straal ik het uit? Staat er in grote letters op mijn voorhoofd: ‘Ik ben al iemand kwijt, ik kan het niet nóg eens aan’? In de wachtzaal vraagt een man waarvoor ik in het ziekenhuis ben. Even denk ik: laat mij met rust, meteen daarna ben ik blij dat we praten, dat er afleiding is.

Wanneer we elkaar uiteindelijk een fijne dag toewensen, is de tijd sneller gepasseerd dan verwacht. Het bed met daarin een slapende Hoppe rolt voorbij de wachtzaal en ik hol mee de gangen door richting recovery-zaal. De opluchting raast door mijn lijf. Alles is goed verlopen, hij is er nog. Als we uiteindelijk uit het ziekenhuis ontslagen worden, gaat Hoppe alsnog tegen de vlakte. Ik weet hem nog net op te vangen en roep om hulp.

Opnieuw moet ik de dingen uit handen geven, de artsen vertrouwen, moeten we wachten op nieuws, op advies, op geruststelling. Wachten, wachten, wachten. Ik hou me sterk, merk ik, maar mijn handen trillen onophoudelijk. Terwijl Hoppe tot rust lijkt te komen, hou ik de beide families op de hoogte en lucht ik mijn hart in de ‘vriendinnengroep’, maar de eenzaamheid spoelt als een grote golf over me heen.

Het is simpel. Als het over de kinderen gaat, wil ik Stijn horen. Ik weet heus wel dat de beide families aan Hoppe denken, dat ze ons steunen, dat ze er voor ons zijn, maar niemand kijkt naar een kind zoals een ouder dat doet. Ik denk niet dat dat veel uitleg behoeft, toch? De enige persoon die op dezelfde manier paniek zou voelen, die dezelfde opluchting zou voelen wanneer we uiteindelijk naar huis mogen, die de daaropvolgende nacht(en) ook wakend naast het bed zou zitten, is Stijn. En die is er niet meer.

Op dit soort momenten is het gemis het meest voelbaar. Veel meer dan ik zelf het grote gemis nog voel, als partner, als lief, als vrouw, is het gemis van Stijn er, als vader van Hoppe en Polly. Als persoon die de kinderen even graag ziet als ik, als persoon die evenveel voor hen overheeft, die voor hen door het vuur zou gaan. Dat gemis valt niet op te lossen.

“Wat snijdt het soms onverwachts diep, wanneer je gewoon die ene persoon naast je wilt die exact dezelfde bezorgdheid voelt”

Dat ik veel aankan, dat weet ik nu wel. Een volleerd huisvrouw ben ik ondertussen (die had ik niet zien aankomen, haha), een handige harry bovendien ook al, op werkgebied hou ik me kaarsrecht en ben ik gelukkig, als mens durf ik tijd te maken voor mezelf en als moeder ben ik er voor mijn kinderen. Altijd en onvoorwaardelijk.

Maar god, wat kan ik soms stevig wankelen als het op die kinderen aankomt. Wat snijdt het soms onverwachts diep, wanneer je gewoon die ene persoon naast je wilt die exact dezelfde bezorgdheid voelt. Of dezelfde trots, dezelfde liefde. Keihard vloeken is het op zo’n moment. Keihard.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content