Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Stijn tekende graag, en altijd wist ik waar het over ging. Misschien koester ik zijn tekeningen daarom zoveel”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Brievenschrijfdrang

Als tiener hield ik van brieven. Ik schreef er met hopen, nog liever kreeg ik er in de bus. Een jongen die goed kon schrijven, had altijd een streepje voor, mijn eigen schrijfsels waren stuk voor stuk grootse, lyrische bedoeningen. Dat je als tiener vaak overdrijft met woorden, weet je gelukkig pas veel later, wanneer het weer oké is om terug te kijken op die periode en te denken: wat was ik toen nog jong.

“Stijn en ik schreven elkaar eigenlijk nooit. Op reis met een vriend ondernam hij een poging, maar de brief arriveerde pas toen hij al drie weken terug thuis was”

Verbaasd was ik dan ook toen ik na een jaar samenzijn met Stijn besefte dat we elkaar nooit schreven. Ik studeerde en zat op kot, hij werkte en woonde met vrienden samen. Er moesten geen stiekeme brieven verstuurd worden, met hunkering en verlangen naar de dagen waarin je elkaar misschien eens ergens zou kunnen ontmoeten. We zagen elkaar elke avond en het aantal weekends waarin ik nog naar het ouderlijke huis treinde, werden alsmaar zeldzamer.

Op reis met één van zijn beste vrienden ondernam Stijn een poging, maar de brief arriveerde pas bij mij toen Stijn al drie weken terug thuis was. We konden erom lachen, hij zei dat hij het tenminste geprobeerd had.

Stijn tekende veel. Op mijn kamer heb ik een doos staan met alle tekeningen die hij maakte sinds we samen waren. Op blaadjes, opengescheurde enveloppen, koekpapiertjes, servetten, altijd had hij wel ergens iets op getekend. En altijd wist ik waar het over ging. Misschien koester ik ze daarom nog meer dan wat hij in woorden zou hebben geschreven.

Mijn eigen brievenschrijfdrang verdween gaandeweg naar de achtergrond. Ik schreef wat ik wilde zeggen in liedteksten of in proza, en wat ik aan Stijn kwijt wilde, vertelde ik hem gewoon. Maar ik miste het wel en realiseerde me dat elke keer wanneer ik de brievenbus opende. Toen we, tijdens het verbouwen, een voordeur moesten kiezen, discussieerden we urenlang over het wel of niet aanwezig zijn van een brievenbusklep in de deur. Stijn vond zo’n klep in een stadswoning handig, ik wilde per se een volwaardige brievenbus aan onze gevel. Zo kon ik op z’n minst nog naar buiten gaan om de dezelfde magie te voelen die ik vroeger ook had gevoeld, toen ik nog naar de brievenbus aan het begin van de ouderlijke oprit sloop om te kijken of mijn lief – van wie niemand iets af mocht weten – al even stiekem een brief had gedropt.

Hoe ouder ik werd, hoe meer facturen en ander vervelends er in de bus landden en hoe minder ik met plezier naar de brievenbus trok. Het gemak van mail en sms werd duidelijk, maar af en toe liet ik toch nog vallen, bij vrienden, bij familie, dat ik de gezelligheid van een geschreven brief in de bus miste.

Op mijn verjaardag, in volle quarantaineperiode, open ik mijn voordeur. Op de stoep staan met krijt gelukwensen geschreven, aan de gevel hangt een slinger. En de brievenbus puilt uit. Terwijl ik de stapel post uit de bus haal, met een zorgvuldigheid die zelfs mijn zoon opvalt, komt de buurman aan de overkant van de straat uit zijn huis, klaar voor zijn dagelijkse wandeling met de hond. Hij zwaait, roept “Heb je een feestje? Mag niet, hé, in lockdown!”, knipoogt en wandelt weg.

“De hele dag gaat de deurbel en komen vrienden me – op veilige afstand – feliciteren. Wat voel ik me, in volle afzondering, ineens omringd”

Ik zwaai hem na en loop dan met mijn stapel post naar de keukentafel, het voelt alsof ik een relikwie in mijn handen heb (en dat zegt veel voor een niet-gelovige). De kaartjes, maar vooral ook de brieven, handgeschreven, in echte enveloppen, ik lees ze, voel een ongelooflijke warmte en lach om mijn eigen meligheid. Gedurende de hele dag gaat de deurbel en staan vrienden – op veilige afstand – klaar om mij te feliciteren. Af en toe staat er een cadeautje, zomaar ineens. Wat voel ik me, in volle afzondering, ineens omringd.

Wij mensen, we zijn dit niet gewend, dit soort afzondering. Het verplicht ons na te denken, over hoe we leven, maar misschien ook – en vooral – hoe we ten opzichte van anderen staan. Wie we nu eigenlijk het meest missen en met wie we graag contact houden. En voor wie we blijven klaarstaan, ongeacht de situatie.

Misschien haalt heel deze afzonderingsperiode dan toch het mooiste in ons naar boven.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!