Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Wat zou ik het bakje en de nieuwe grote vriend graag van Polly overnemen. Als dat maar kon…”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Een nieuwe vriend rijker

We hebben voor de zoveelste keer een afspraak in het ziekenhuis, voor de controle van Polly’s ICD die haar hartje beschermt. Haar ‘bakje’, zoals Polly het ding altijd noemt, vaak met grote trots.
Maar bij elke controle hou ik mijn hart vast (haha), want dan is er géén trots, dan zou ze het ‘bakje’ er het liefst van al eigenhandig uit halen. Tijdens de periode op kinderintensieve, toen haar ICD werd geplaatst, moet ze een schrik opgelopen hebben, waardoor ze het nu al op een brullen zet wanneer ze nog maar een glimp ziet van een witte jas. Voor zo’n klein, lief meisje, kan ze op dat soort momenten héél veel geluid produceren.

Ook vandaag ben ik dus op alles voorbereid, maar Polly verbaast zowel mij als de cardioloog door vrolijk en flink het hele onderzoek te ondergaan, alsof ze het nooit anders heeft gedaan. Af en toe kijkt ze me triomfantelijk aan, knipoogt.

Ik zit er wat ongemakkelijk bij en blijf toch op mijn hoede, mijn tas, mijn afleiding en koekjes in de buurt houdend. Heel even denk ik nog dat het fout zal lopen, wanneer de cardioloog aan het einde van de consultatie een monitor bovenhaalt die vanaf nu naast Polly’s bedje moet staan en altijd in verbinding zal blijven met het ziekenhuis. Dat had Polly niet verwacht – meestal blijven de enge dingen gewoon netjes in het ziekenhuis – dus kijkt ze er met argwaan naar, tot de cardioloog zegt: “Deze grotere bak is nu de nieuwe vriend van jouw kleine bakje. Die twee zullen de beste vriendjes zijn, voor altijd.”
Meteen trekt de angst uit haar oogjes weg, waarna ze even later, fier als een gieter met het ding in haar armen het ziekenhuis uit loopt. Een nieuwe vriend rijker.

’s Avonds worstelen we ons door de handleiding. De monitor houdt haar vooral ‘in rust’ in de gaten, dus staat hij naast haar bed. Om de connectie tussen de monitor en haar ‘bakje’ te laten ontstaan, moet Polly een poosje dicht bij de monitor blijven. Lachend danst ze wat op haar bed, terwijl we wachten tot alle nodige lampjes branden en het oorverdovende piepsignaal ermee ophoudt. ‘Het connecteren kan tot 15 minuten duren’, staat in de handleiding te lezen, dus proberen we ons bezig te houden en starten we alvast met lezen, zoals elke avond.

“Terwijl ik haar onderstop, zegt ze dat ik mij geen zorgen hoef te maken. Ze glundert, maar ik zie iets in haar ogen wat ik niet kan plaatsen.”

Door het luide piepen heen lezen blijkt moeilijk, dus liggen we met z’n tweetjes naar de monitor te staren. Net als ik er de handleiding nóg eens wil bijnemen – geduld is nooit mijn sterkste kant geweest –, houdt het piepen eindelijk op. Opgelucht halen we adem.
Terwijl ik haar onderstop, zegt ze dat ik mij geen zorgen hoef te maken. Dat er nu een grote vriend is die voor haar bakje zorgt. Ze glundert, maar ik zie iets in haar ogen wat ik niet kan plaatsen.

Een halfuur na bedtijd komt Polly ineens de trap terug af. “On-ge-loof-lijk”, zegt ze met rollende ogen en een dramatische toon in haar stem. Ik probeer niet te lachen, vraag waarom ze uit haar bed is. “Heb je ’t niet gehoord dan?”, vraagt ze zuchtend.
“Euh, nee, ik heb niks gehoord. Het was toch stil boven?”
Verbaasd kijkt Polly mij aan. “Mama, serieus, het was he-le-maal niet stil boven.”
“Hoezo?”, vraag ik. “Je was toch alleen in je kamer?”
Beslist schudt ze haar hoofd. “Ik heb ál mijn knuffels in bed moeten steken, al-le-maal. Ze wilden niet slapen!”

Geamuseerd kijk ik haar aan, niet goed wetend of ik nu moet lachen of haar gemaakt boos weer naar bed moet sturen. “Waarom willen ze niet slapen?”
Polly zet haar handjes in haar heupen, kijkt me zelfverzekerd aan. “We moeten morgen naar het ziekenhuis, want mijn knuffels willen ook allemaal een bakje.”
“O ja?”, glimlach ik, terwijl ik haar terug de trap op draag.
Als ik haar in haar bed neerleg, zegt ze stilletjes: “Ik wil niet de enige zijn hier met een bakje…”

Dat was het dus, wat ik daarnet zag toen ik haar onderstopte. Ik trek het kleine meisje dicht tegen mij aan, samen kijken we naar de lichtgevende sterretjes op de monitor. Als ik even later de kamerdeur sluit, ligt ze nog steeds stil naar de lichtjes te staren. Wat zou ik het bakje en de grote vriend graag van haar overnemen. Als dat maar kon.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!