Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Ik wist op welk soort man ik viel. Maar toen ik verliefd werd, deden die dingen er niet meer toe”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Ik had geen handgeschreven lijstje voor ik verliefd werd, maar in mijn hoofd wist ik wel wat ik wilde, welke eigenschappen ik aantrekkelijk vind. Als vrienden me vroegen met wat voor ‘soort man’ ik het zag zitten om weer een leven op te bouwen, wist ik altijd wel een antwoord te geven.

“Als je verliefd wordt, heb je al die dingen niet in de hand. Je wordt verliefd om verschillende redenen, maar vooral níét omwille van een lijstje”

Humor moest er zijn. Vrolijkheid. Goesting in het leven. Handigheid ook, zin om de dingen aan te pakken. Slim, zonder wijsneuzerig te zijn. Emotioneel verstandig. Geen ‘kluizenaar’, maar ook geen hypersociale vent. Geen kinderen (want o jee, ik had er al twee) én geen nood aan een nieuwe baby (want ik had er al twee). Absurd hoe ver je gaat wanneer je in cirkeltjes loopt en het eigenlijk allemaal niet goed weet.

Hoe dan ook: als je verliefd wordt, heb je al die dingen niet in de hand. Je wordt verliefd om verschillende redenen, maar vooral níét omwille van een lijstje. Als je al iets voor ogen had, dan lopen de dingen sowieso anders. Zo werd ik verliefd op het lief, terwijl ik héél goed wist dat hij kinderen heeft. En vreemd genoeg had ik er geen schrik voor.

De verliefdheid deed mijn hoofd al zo hard tollen, omdat ik nog schipperend was tussen verdriet om Stijn en weer willen leven, dat er geen ruimte was om na te denken over het feit dat ik al twee kinderen heb en er niet per se nog bij wil. De jongens van het lief waren er ineens en ik maakte mij er wonderbaarlijk weinig zorgen over. Meer zelfs: ineens leek het mij fijn. Zowel voor mezelf als voor de kinderen. Dus nu er ineens vier kinderen zijn, willen we ook dolgraag dat de kinderen elkaar wat beter leren kennen.

We willen niks forceren, dat spreekt voor zich, maar we beslissen een weekendje weg te proberen. Met z’n zessen gaan we naar de plek waar ik honderden keren met Stijn ben geweest, waar we zijn getrouwd, waar enorm veel herinneringen aan vasthangen. Het klinkt raar, maar het voelt juist. Een prachtplek is het, met veel groen, een zwemvijver, een eilandje en een half bewoonbaar huisje. Het voelt idioot om elders iets te huren als we het lief en zijn kinderen met deze plek kunnen laten kennismaken.

Hoppe, Polly en ik zijn er al wanneer het lief en de jongens arriveren. In geen tijd zijn de vier kinderen weg, spelend, en lijkt alles als vanzelf te lopen. Als ik tegen het lief zeg dat ik het beeld van die vier kinderen samen mooi vind, draait hij even lachend met zijn ogen. Hij weet nu al hoe ongelooflijk melig ik soms kan zijn. Maar tijdens de daaropvolgende uren zie ik dat ook hij blij is dat alles zo gemoedelijk verloopt.

Op zaterdagavond loopt het echter mis. Polly volgt een van de jongens al fietsend een heuveltje op, maar wie een heuveltje oprijdt, moet aan de andere kant ook terug naar beneden. En daar landt Polly naast haar fietsje. De wonde op haar hoofd produceert – zoals hoofdwonden dat wel vaker doen – erg veel bloed en even is er paniek. We beslissen dat er niets anders op zit dan naar het ziekenhuis te rijden. We zijn nu eenmaal geen dokters.

Het lief kruipt achter het stuur, want Polly hangt als een angstig aapje in mijn armen en laat niet los. We laten de drie jongens achter in het huisje, met de afspraak dat we hen telefonisch op de hoogte zullen houden, en haasten ons richting ziekenhuis. Het lief laat me op Polly inpraten, concentreert zich op de weg en ook bij aankomst in het ziekenhuis lijken we als een geoliede machine te handelen. Na uren wachten blijkt de wonde mee te vallen, is Polly gekalmeerd en zijn wij gerustgesteld.

“Dat we al het hele weekend zo weinig woorden nodig hebben om op dezelfde lijn te zitten is ongelooflijk rustgevend”

Bij thuiskomst leggen we de vier kinderen te slapen en gaan we buiten zitten met een glas wijn. We zwijgen allebei. “Bon,” zeg ik uiteindelijk, “dat is dan ook weer iets wat we samen aankunnen.” We halen opgelucht adem, weten allebei dat het allemaal zo evident niet is. En dat het tegelijkertijd toch allemaal heel gewoon en naturel aanvoelt. Dat we al het hele weekend zo weinig woorden nodig hebben om op dezelfde lijn te zitten, zowel wat de kinderen betreft als bij alles wat er om ons heen gebeurt, is ongelooflijk rustgevend.

Benieuwd wat de toekomst brengt, maar het is alvast fijn te weten dat je af en toe je eigen lijstjes grondig moet bijstellen.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!