Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Aan de muren hangen tientallen foto’s. Wat waren we mooi met z’n vier”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (35) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Onze columniste in het kort: Hannelore Bedert is bij het grote publiek bekend als singer-songwriter, en auteur van ‘Lam’, waarmee ze de Bronzen Uil publieksprijs 2019 won. 

“Jij leeft niet meer, hé, papa”

Polly zit op het toilet. Sinds kort wil ze dat alleen doen als we thuis zijn. Ze kan er alleen op en ze wil er alleen af. Als ik nog maar in de buurt van de deur durf te komen, stuurt ze me resoluut de laan uit.

Vandaag zit ze wel heel erg lang in het kleine kamertje. Ik leg de krant weg en ga polshoogte nemen in de hal. Nog voor ik bij de deur sta, nog voor ik kan vragen of alles lukt daarbinnen, hoor ik haar fijne stemmetje. Maar ik ben niet degene tegen wie ze praat. Terwijl ik mijn hand op de klink leg en de deur wil openen, hoor ik haar zeggen: “Jij leeft niet meer, hé.”

“In de eerste weken na het overlijden ging ik enkel boven in de badkamer naar het toilet. Om de foto’s beneden niet elke keer opnieuw te moeten bekijken.”

Ik krimp ineen, trek mijn hand weg alsof de klink onder spanning staat. Aan de muren van de toiletruimte hangen tientallen foto’s, van de kinderen, van mij, van Stijn. Wij met vier, in betere tijden. In de eerste weken na het overlijden ging ik enkel boven in de badkamer naar het toilet, om de foto’s beneden niet elke keer opnieuw te moeten bekijken. Het lukte me niet om telkens te moeten kijken naar het geluk dat van de foto’s spat. Wat waren we mooi met z’n vier.

Afgelopen herfst schilderde ik met vrienden het gelijkvloers, het leek me een goed moment om de foto’s eindelijk weg te halen. Toen de muren droog waren, twijfelde ik, waarna ik de foto’s allemaal gewoon terug aan de muur hing, alsof ze nooit weg waren geweest. We waren er ondertussen aan gehecht geraakt. Soms komt bezoek met rode ogen terug de leefruimte in. Ik zeg er nooit iets over, iedereen heeft recht op zijn verdriet. Andere keren wordt er glimlachend gezegd dat het fijn is daar zoveel Stijn te zien. Een vriend zei: “Nu zit je daar écht op je gemak.”

“Wat zou het mooi zijn mochten foto’s af en toe tot leven kunnen komen. Maar hoe pijnlijk zou het tegelijkertijd zijn als ze daarna weer tot stilstand komen?”

“Jij leeft niet meer, hé”. Polly zegt het vrolijk, alsof ze verwacht dat Stijn vanop één van de foto’s bevestigend zal knikken, haar over haar hoofdje zal aaien en zal zeggen ‘dat ze zo groot geworden is’. Wat zou het mooi zijn mochten de foto’s af en toe tot leven kunnen komen, mochten we af en toe nog eens antwoord krijgen op de vele vragen die we hem nog willen stellen. En hoe pijnlijk zou het tegelijkertijd niet zijn als de foto daarna weer tot stilstand zou komen en zou zwijgen.

Terwijl Polly tegen haar papa praat, trek ik de deur van de hal voorzichtig dicht en keer terug naar mijn krant. Ook een kleuter wil privacy. Even later staat ze naast mij, met een frons op haar gezichtje.
“Mama, kan je lijfje verminderen?”
Ik kijk op van de krant. “Hoe bedoel je, Polly? Vermageren? Ja, dat kan.”
“Nee,” zegt ze, “Verminderen!”
“Verkleinen, bedoel je?”
Ze zucht, trekt haar kinderstoel naar achter, klautert erop en legt haar handjes zuchtend op tafel. “Neehee, mama, ver-min-de-ren! Dat je zo op een knopje duwt en dat je lijfje dan vermindert. En dat je dan ineens weg bent.”
Peinzend kijk ik haar aan, in de hoop dat ik haar de indruk geef te weten waar ze het over heeft. “Euh, nee, ik denk niet dat dat kan, Polly.”
“Maar papa was toch ineens weg?”

Aha, daar is het… De vragen komen de laatste maanden niet zelden op Stijn uit. Ik staar naar de krant, weet niet goed wat antwoorden. Ook dat is heel normaal geworden. Vroeger had ik een antwoord op. “Misschien staat het in de krant,” zegt Polly. Ik kijk op. “Staat wat in de  krant?” “Of mijn lijfje kan verminderen?” Ik glimlach, schud mijn hoofd. “Je zult niet ineens verkleinen of verminderen, Polly. Bij papa ging het ook niet zo. We hebben papa nog gezien, hé, nadat hij gestorven was.”

Polly knikt, begint lijntjes te tekenen op het blad voor haar. Even twijfel ik of ik al moet uitleggen wat crematie is, maar bedenk meteen dat daar nog tijd genoeg voor is. Gelukkig kijkt Polly op. “Wil jij soms vermageren, mama?” Ik lach, luidop, en knik. “Mama wil altijd vermageren.” Polly kijkt me niet begrijpend aan. Haar vraag was toch niet grappig bedoeld? Terwijl ze verder lijntjes trekt over het witte blad, kijkt ze op en zegt, zwaaiend met haar roze stift: “Maar niet verminderen, hé, mama. Anders ben jij ook ineens weg.”

Tekst: Hannelore Bedert – Foto: Ann De Wulf

Lees meer van Hannelore Bedert:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!