Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Hoelang mag dat, aankloppen bij vrienden en zeggen: het lukt me niet?”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Gouden vrienden

Hoelang kan je mensen lastigvallen met je verdriet? Tot hoeveel weken, maanden, jaren na wat het verdriet veroorzaakt heeft, mag je aankloppen en zeggen: “Het lukt me niet”? Hoelang houden vrienden zoiets vol? Wat als ze het beu worden? Wat als ze je gewoon liever hebben wanneer je vrolijk bent, wanneer het verdriet niet op je gezicht af te lezen valt? Al zo vaak heb ik wakker gelegen en gedacht: was alles nog maar zoals het vroeger was. Het wordt moeilijk wanneer je jezelf met een schuldgevoel opzadelt, wanneer je denkt dat je anderen lastigvalt met je verdriet. Van lotgenoten hoorde ik dat het een fase is waar je door moet, dat ook die fase weer overgaat. Maar nu zit ik er middenin. En het is zoeken.

Ik ben ontzettend goed omringd. Dat heb ik meermaals geschreven en herhaald. Met mijn gat in de boter gevallen, dat was het. Ondanks het immense verdriet tekenden de vriendschappen zich duidelijk af. Alles op scherp. Alsof je eerst samen door een heftige situatie moet gaan om te beseffen hoe sterk de band is die jullie samenhoudt. Maar het is wel een zoektocht. Want hoewel ik geen tekort heb aan warmte, hoewel de echte vriendschappen nóg sterker zijn geworden dan voorheen, hoewel er zelfs nieuwe, onverwachte vriendschappen bijgekomen zijn, toch denk ik: was alles nog maar zoals vroeger. Toen ik nog niet met die rugzak verdriet rondliep.

De dankbaarheid naar vrienden die nog steeds – verwacht of onverwacht – aan de deur staan, is enorm groot. Zij die weten wanneer het moeilijke dagen zijn en ons dan maar met z’n drietjes uitnodigen. Om ons uit ons huis te halen, wetende dat ik me anders met mijn verdriet opsluit. Wat kan dat deugd doen. Samen zijn. Niet alleen zijn.

“Hoe melig het ook mag klinken: wat was ik graag stokoud geworden met Stijn.”

Misschien denk ik te vaak dat anderen weten hoe het voelt. Misschien weten ze dat pas wanneer het hen zelf overkomt. Vroeger steigerde ik wanneer iemand zei: “Je hebt nog niet veel meegemaakt.” Dan was ik op mijn tenen getrapt, want hey, ik had toch al vaak hartzeer gehad? Wist ik veel dat ze bedoelden dat ik het leven nog niet in z’n meest ruwe vorm had meegemaakt… Had ik toen geweten dat ik ooit tot de groep zou behoren die wél weet welke schade het leven kan aanrichten, ik had er vriendelijk voor bedankt.

Wat was het heerlijk om in die onschuld rond te wandelen. Wat zou ik daar graag naar terugkeren, naar die zorgeloosheid. Naar het ‘simpele’ hartzeer na een gebroken tienerrelatie, even pijn voelen om daarna vrolijk in iets nieuws terecht te komen. En jezus, wat was ik daar goed in… Mijn eerste grote (jeugd)liefde had een litteken achtergelaten, daarna probeerde ik dat litteken op te lappen met allerhande andere relaties – waarvoor ik te weinig ‘sorry’ heb gezegd, spijt komt altijd te laat – maar dat litteken was niks vergeleken met de gapende wonde die er nu geslagen is. Soms lijkt mijn hele lijf een open wonde en voelt het alsof ik nooit meer op te lappen val.

“Zonder dit soort vrienden raak je niet door het soort slijk waar we ons sinds die bewuste nacht doorheen slepen”

Ik wéét dat het goedkomt, ooit, dat het op een mooie dag een groot litteken zal zijn dat niet meer zal vervagen. En dat ik het met trots en liefde zal dragen. Omdat er mooie herinneringen aan vasthangen. Maar wat had ik het graag anders gezien. En wat kan het gemis – ondanks alle vriendschap en warmte en liefde – soms ontzettend hard snijden. Hoe melig het ook mag klinken: wat was ik graag stokoud geworden met Stijn.

Maar ik mag niet klagen, ik ben omringd door gouden vrienden. En zonder dat soort vrienden raak je simpelweg niet door het soort slijk waar we ons sinds die bewuste nacht doorheen slepen. Ze zijn er tijdens de slijkdagen en ze zijn er wanneer de vrolijkheid de bovenhand neemt. En die laatste dagen zijn talrijker dan ik had durven te hopen. Met één van mijn beste vriendinnen – onze vriendschap gaat al terug naar de weken vóór de eerste kleuterklas, kun je nagaan – heb ik afgesproken dat we samen een kamer zullen delen in het rusthuis. Op de een of andere manier is dat een zeer geruststellende gedachte.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!