Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Het besef dat een mens niet gemaakt is om alleen te blijven, drong de laatste maanden nog meer tot me door”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (35) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Onze columniste in het kort: Hannelore Bedert is bij het grote publiek bekend als singer-songwriter, en auteur van ‘Lam’, waarmee ze de Bronzen Uil publieksprijs 2019 won.

Huidhonger

Al in de eerste weken nadat Stijn overleden was, sprak ik over een nieuwe relatie. Pas veel later besefte ik dat ik aan het ratelen was. Feit was dat ik eigenlijk misselijk werd bij het idee alleen al. Maar ik zei wel tegen iedereen “dat het goed zou komen, dat ik niet alleen zou blijven”. En daar zat het gevoelige punt. Ik had schrik, onnoemelijk veel schrik. Allesoverheersende angst zelfs, om weer alleen te zijn na veertien jaar onafgebroken samen zijn.

Wat moest ik in godsnaam beginnen zonder Stijn als klankbord? Het idee vanaf dat moment zonder Stijn verder te moeten – niet alleen als mama, maar ook als lief – scheurde mij in stukken. Het gemis om Stijn sneed zo hard dat ik wanhopig om me heen greep en me vastklampte aan eender wie of wat.

“In de eerste maanden na Stijns dood, leerde ik het woord ‘huidhonger’ kennen. Hij was er gewoon altijd geweest, ik had nooit moeten hunkeren naar aanraking”

In die eerste maanden leerde ik het woord ‘huidhonger’ kennen, iets dat me voordien vreemd was geweest. Ik las tientallen boeken over rouwen, sprak met zoveel mensen over verdriet, leerde lotgenoten kennen. En ontelbare keren kwam het woord ‘huidhonger’ naar boven. In het begin begreep ik niet waar het over ging, ik had nooit ‘honger’ gevoeld naar een andere huid. Of ik had het alleszins niet zo ervaren. Stijn was er gewoon altijd geweest. En hij was lijfelijk, warm en aanwezig. Ik had nooit moeten hunkeren naar aanraking.

Stijn en ik waren geen ‘plak-koppel’ geweest. Wanneer we na een feestje naar huis fietsten, beseften we vaak pas hoe weinig we elkaar die avond hadden gezien. Op restaurant met vrienden maakten we er een sport van om niet bij elkaar te zitten. We praatten tenslotte al zo vaak met elkaar, het deed deugd op zulke avonden met anderen te babbelen. We kwamen later die avond toch terug bij elkaar uit.

Maar toen Stijn enkele weken weg was, besefte ik pas wat ‘huidhonger’ precies inhield, al kwam het maar heel langzaam. Mensen die me omhelsden, hield ik wat steviger vast, een vriend die zijn armen om mij heen sloeg, probeerde ik wat langer bij me te houden. Het had geen enkele andere betekenis, ik was niet op zoek naar een nieuwe man, ik zocht geen vervanging voor Stijn. Maar ik miste de aanwezigheid wel constant, de vanzelfsprekendheid waarmee je door je lief, je partner, wordt geknuffeld. Het evidente gemak waarmee je aangeraakt kon worden én zelf mocht aanraken.

Het besef dat een mens niet gemaakt is om alleen te blijven, drong de laatste maanden nog meer tot me door. Elke vriend of vriendin die me in een omhelzing nam, was ik dankbaar. Hoewel ik me even vaak in de zetel nestel en niet buiten kom, hou ik van sociaal contact en nog meer van menselijkheid, van warmte. Misschien zelfs nog het meest van blindelings kunnen vertrouwen op anderen.

Enkele maanden voor Stijn stierf, keken we samen naar een programma waarin een weduwnaar een nieuwe vrouw had leren kennen, vrij snel zelfs na het overlijden. Je zag hoe hard hij worstelde met enerzijds de verliefdheid en anderzijds het nog steeds aanwezige verdriet. Als weduwe of weduwnaar kom je namelijk als een ‘pakket’. Er zijn vaak kinderen bij, die niet week om week naar een ex-partner verhuizen, maar er is ook de overleden partner, die hoe dan ook een plaats moet krijgen in de nieuwe relatie. Als ik ooit weer een leven met iemand opbouw, dan zal die mijn kinderen graag moeten zien, maar dan zal die ook moeten aanvaarden dat Stijn altijd deel van ons leven zal zijn. Niet als een waakhond uiteraard en al helemaal niet als een rivaal, wel als iemand die onuitwisbaar in ons leven hangt.

“Ik durf me stilaan open te stellen, maar opnieuw beginnen nadat je hart uit je lijf lijkt te zijn gerukt, wat is dat moeilijk”

Er zijn zo veel manieren om opnieuw te beginnen. Heb je een fout geschreven, dan wis je die weg. Val je van je fiets, dan kruip je er weer op en je zoekt je evenwicht. Heb je iemand gekwetst, dan bied je je verontschuldigingen aan en je hoopt met een schone lei te mogen herbeginnen.

Ik durf me stilaan open te stellen, deins niet meer meteen terug als iemand me vraagt of ik een koffie wil gaan drinken, maar toch… Opnieuw beginnen nadat je hart uit je lijf lijkt te zijn gerukt, man, man, man, wat is dat moeilijk.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!