Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Op onze kampeertrip krijgt Hoppe het moeilijk. ‘Er zijn hier zoveel papa’s’, zegt hij”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Rust in ons hoofd

We gaan kamperen met vrienden. Alle maatregelen worden gecheckt en de afspraken met de campinguitbater zijn gemaakt. Terwijl ik spullen bijeenzoek, kleren in rugzakken prop, de tent, slaapzakken en luchtmatrassen aan het inladen ben, besef ik dat ik voor de zoveelste keer op het punt sta met de kinderen weg te gaan zonder Stijn.

Het maakt me ongemakkelijk te weten dat er bij de andere gezinnen op dat eigenste moment ook wordt ingepakt, maar dat ze daar die klus met z’n tweetjes kunnen klaren. Ik voel tranen opkomen en bedenk me dat ik me moet wapenen tegen dat gevoel, want dat ik er de komende dagen vaak mee geconfronteerd zal worden.

Ik ben heel duidelijk de weduwe en Stijn is de grote afwezige. Dat went niet

We zijn niet gestopt met reizen, of op weekend gaan met vrienden en familie. Stijn zou het niet gewild hebben en bovendien doet het ons ook elke keer deugd, even weg zijn uit het dagelijkse leven. Maar de ene trip is al confronterender dan de andere. Als ik met mijn zus op weekend ga, zijn we twee moeders met kinderen, als ik met vrienden vertrek, ben ik heel duidelijk de weduwe en is Stijn de grote afwezige. Dat went niet.

Tijdens de kampeerdagen is de temperatuur opvallend ‘Belgisch’. Een uur zon wordt onderbroken door twee uur gietende regen, om daarna weer over te schakelen naar verzengende hitte. ’s Nachts is het steenkoud. Maar ondanks het wisselende weer overheerst bij iedereen een gevoel van vrijheid. We leven buiten en we zijn onder vrienden.

Als ik uit de tent kruip om aan het vuur te gaan zitten, slik ik mijn tranen weg

Op de eerste avond krijgt Hoppe het echter moeilijk bij het slapengaan. “Er zijn hier zoveel papa’s”, zegt hij. Waarop Polly zegt: “En die van ons is dood…” Ik lig op mijn luchtmatras tussen de twee kinderen in en kan alleen maar knikken en knuffelen. Als ik even later uit de tent kruip om bij de vrienden aan het vuur te gaan zitten, slik ik mijn eigen tranen weg.

Het beeld van andere vaders in een gezin is iets pijnlijks, hoewel ik er stilaan aan begin te wennen. Ik mag me er niet door laten meeslepen, anders haalt het me sowieso onderuit. Maar dat het voor Hoppe nog meer pijn doet, al die vaders zien en die van hem nooit meer bij zich hebben… Ik wilde dat ik die pijn van hem kon overnemen.

Op dag drie blokkeert Hoppe. Aan alles is voelbaar dat hij geen blijf weet met zichzelf, met het gemis om Stijn en met het vinden van zijn plaats in de groep, hoewel we de vrienden zo goed kennen en de aanwezige kinderen bij hem op school zitten. Er wordt gevoetbald en gespeeld, de mannelijke vrienden nemen een prachtrol op zich, maar het is simpelweg niet hetzelfde als zijn eigen papa. En de speelvriendjes zijn leuk, uiteraard, maar ik zie dat de drukte Hoppe overweldigt.

We snakken alle drie naar rust in ons hoofd

De blokkage is zo stevig dat ik er zelf ook geen raad mee weet. Af en toe is hij afgeleid en speelt hij mee, maar even vaak loopt hij wat doelloos rond en komt bij mij hangen, waardoor ik zelf ook geen rust meer lijk te vinden in de hele kampeertrip. Tegen de avond beslis ik dat we een dag vroeger naar huis gaan. We snakken alle drie naar een warm bed en vooral: naar rust in ons hoofd. Polly lijkt het niet erg te vinden, zolang we maar blijven ‘tot alle kindjes moeten gaan slapen’.

Bij Hoppe zie ik opluchting. Meteen al na de beslissing zie ik hem opleven. Hij speelt met de vriendjes tot vlak voor vertrek, maar er is duidelijk weer wat rust in zijn hoofd.
In de auto vallen beide kinderen in slaap. In de achteruitkijkspiegel zie ik hen slapen en voel pas op dat moment de tranen opkomen die ik al enkele dagen heb weggeduwd.
Ik heb er geen moeite mee dat ik vrijgezel ben, maar god, wat mis ik mijn gezin. Dat volmaakte, niet uiteengerukte geheel.

Ik wijk al eens graag af van de platgetreden paden, maar nog nooit heb ik zo hard verlangd naar het clichématige, standaard, doodnormale, voor de hand liggende gegeven van een gezin, bestaande uit een vader, een moeder, een zoon en een dochter. Het beeld dat je op oerconservatieve schilderijen ziet. De koning met zijn koningin, de prins en de prinses. Dat soort clichés. Stijn en ik, Hoppe en Polly. Ik zou er alles voor geven nu.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!