Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Weg met die feestdagen. Voor even. Tot ik er weer gelukkig van kan worden”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Bye bye kerstboom

De feestdagen zijn achter de rug – ik reken er ook de wandelingen en vuurkorfmomenten na datum bij – en er gaat een zucht van verlichting door mij heen. Ik heb de kerstperiode altijd wat druk gevonden, maar sinds het zonder Stijn moet, zijn het ook erg confronterende dagen. Het was voor iedereen een rare periode dit jaar, aangezien corona vrolijk roet in menig feestmaal strooide, maar toch: het blijven dagen waarop iedereen de warmte van gezin en familie opzoekt. En hoewel ik aan dat laatste geen gebrek heb, kunnen we er niet omheen: er is altijd die lege stoel aan de feesttafel, altijd maar die leegte. Zelfs in coronatijden, wanneer je de feesttafel moet laten voor wat ze is, is de leegte voelbaar. Ik vermoed dat dat nooit zal veranderen, het wordt hooguit misschien wat draaglijker.

Maar ook: de feestperiode duurde deze keer ongelooflijk lang, zo bleek. Niet omdat er ineens feestdagen bijgekomen waren, maar omdat er op veel plaatsen al kerstverlichting werd gehangen nog voor de Sint in het land was. Ik werp niet met verwijten, want ook hier was ik op 5 december al een kerstboom de leefruimte in aan het sleuren, omdat ik “de gezelligheid naar binnen wilde halen” (zo had ik het aan Polly uitgelegd, die opmerkte dat de Sint nu toch echt héél weinig plaats had om binnen te komen – en “we hébben al geen schouw, mama!”).

Ons huis is niet zo breed. We hebben een smalle rijwoning waar vooral in de hoogte is gewerkt (ja ja, ik weet het, we zullen over veertig jaar nog eens praten, wanneer ik de zolder al eeuwen niet meer heb gezien omdat ik de vier trappen naar die verdieping niet meer op kan). Plaats je zo’n grote boom in een smalle ruimte, dan eist die z’n plek op. Toen ik de boom – na veel gesleur en gesjouw – eindelijk op zijn plaats had gekregen, bleek hij de helft van het zicht op de tuin weg te nemen. Hoppe keek ernaar en zei alleen maar: “Hm. Groot.”

De boom was dus euh… aanwezig. En bovendien: al vanaf dag één bleek Pluisje een grote fan. Wist ik veel dat katten zo gek zijn van kerstbomen. Slim als we waren, dachten we bij het versieren nog: we hangen alles hoog genoeg, dan kan Pluis er niet bij. We weten ondertussen dat niks aan een kerstboom veilig is voor katten. Een kat kan overal aan. Maar hey, feestelijke gezelligheid moest en zou er zijn!

“De boom bracht niet de beoogde feestsfeer in huis en ik merkte dat ik er geregeld met een knagend gevoel naar zat te staren”

En toch… gezellig of niet, na enige tijd begon ik me te ergeren aan de boom. Er leek minder licht en ruimte in ons huis te zijn en de helft van de tijd moesten we Pluis eruit halen. Hij bracht ook niet de beoogde feestsfeer in huis, en ik merkte dat ik geregeld met een knagend gevoel naar de boom zat te staren. Alsof hij me alsmaar meer met de neus op de feiten duwde: je kunt je hele huis versieren, de feestdagen zoals vroeger zijn voorbij.

Vandaag – al een eindje in januari – heb ik er genoeg van. Ik baal van mijn eigen uitstelgedrag, bedenk dat ik al veel sneller had kunnen handelen, haal de ballen en de lichtjes uit de boom, rol de slingers op en duw alles weer in de doos, klaar om opnieuw een jaar op zolder stof te vergaren. Ik open het grote glazen schuifraam, sleur de boom het terras op en klop tevreden de aarde van mijn handen. Dat ik de hem eerstdaags nog een plaats moet geven in de tuin, probeer ik nog even uit mijn gedachten te bannen. In de woonkamer veeg ik de achtergebleven aarde en naalden weg en zet het boekenkastje terug op z’n oorspronkelijke plaats. De hele tijd zit Pluis me van op de trap met argusogen gade te slaan.

Tevreden plof ik met een boek en koffie in de zetel, van waaruit ik niet meer hoef te kijken naar het grote, groene gevaarte. In mijn ooghoek zie ik Pluis dichterbij sluipen, snuffelend aan de grond. “Pluisje is een hond!”, zeg ik lachend, besef dan dat ik luidop aan het praten ben, terwijl ik in mijn eentje in de zetel zit, en besef dat ik dat al vaker heb gedaan sinds Stijn er niet meer is. Alleen zijn doet rare dingen met een mens.

En terwijl ik een slok koffie neem en in alle rust mijn boek opensla, denk ik: weg met die feestdagen. Voor even. Tot ik er weer gelukkig van kan worden.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!