De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Aaron

Uit het hart van Hannelore: “‘Alles is zo zonder papa’, zegt Hoppe. En zonder papa klopt het niet hé?”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Als het verdriet hoog zit

We zijn buiten met vrienden, coronaproof. Een late kerst vieren, of gewoon proosten op een – hoe dan ook – béter jaar. We hebben niet echt een reden nodig om samen te komen, het doet simpelweg deugd anderen te zien in deze rare tijden, ook al is het dan op afstand en met mondmasker op. Hoewel we het kleine gezin ondertussen al wat gewoon zijn, doet het soms enorm veel deugd elkaar even los te laten en ‘input’ van buitenaf te krijgen. Zowel voor de kinderen, als voor mezelf. Ik zit sowieso al heel vaak alleen aan mijn schrijftafel, dus contact met vrienden moet ik onderhouden om niet in een isolement te verzeilen.

“Hoppe blijft opvallend lang in mijn buurt hangen, terwijl hij normaal gezien meteen speelt of voetbalt. Maar nu zie ik dat hij het lastig heeft, ik voel aan alles dat er iets niet goed zit”

We zijn nog maar gearriveerd en ik merk al dat er iets niet klopt. Hoppe blijft opvallend lang in mijn buurt hangen, terwijl hij normaal gezien meteen speelt of voetbalt of … Maar nu zie ik dat hij het lastig heeft, ik voel aan alles dat er iets niet goed zit, maar kan er niet meteen de vinger op leggen. Een uur geleden zei hij nog dat hij hiernaar uitkeek, dat hij er zin in had, dus ik weet niet goed waar de ommekeer vandaan komt. Omdat ik echter uit ervaring heel goed weet hoe snel en onverwachts verdriet kan toeslaan en hoe gemakkelijk het je gemoedstoestand kan beïnvloeden, zwijg ik en probeer er niet te veel aandacht aan te besteden. Ik weet ondertussen dat hij zich op dat soort momenten liever in stilzwijgen hult, hoe hij liever heeft dat niemand ziet wat er zich in zijn hoofd afspeelt. Ik wil wel helpen, maar als het Stijn is die door z’n hoofd speelt, dan kan ik niet meer doen dan hem dicht bij mij houden en hem rust gunnen. Er is geen pasklare oplossing voor dat soort gemis, hoe frustrerend ik het ook vind.

Het is gezellig bij de vrienden en ook Hoppe lijkt heel langzaamaan wat los te komen, maar dan maak ik de idiote fout te zeggen dat het zo mooi is dat hij een houthakkershemd draagt zoals Stijn er ook een had. Het moet een heel klein druppeltje zijn dat de emmer doet overlopen, want hoewel ik het lief bedoelde, ontploft Hoppe. De tranen schieten hem in de ogen en hij rent zonder nog iets te zeggen van ons weg. Verbouwereerd blijf ik staan, het schuldgevoel schiet vanuit mijn tenen naar mijn hoofd en terug, al weet ik dat er geen schuld komt zien bij dit soort situaties. Als verdriet hoog zit, is er niet veel nodig om iemand dat laatste duwtje over de rand te geven. Maar toch: ook ik voel meteen de tranen opkomen. Ik vloek, maar dwing mezelf te blijven staan en hem even alleen te laten. Het heeft geen zin hem nu achterna te gaan, hij komt wel als hij zijn rust gevonden heeft.

“Alles is zo zonder papa nu,” zegt Hoppe. “Ik weet het,” zeg ik. “En zonder papa klopt het niet, hé?” Hij schudt zijn hoofd”

Na een tijdje komt Hoppe inderdaad uit zichzelf terug, ik vraag hem voorzichtig of hij zin heeft om even samen te gaan wandelen, enkel wij met z’n tweetjes. Hij knikt, dankbaar voor het aanbod. We laten de spelende, nietsvermoedende Polly even bij de vrienden en gaan wandelen. Het doet ons allebei deugd. Hoppe haalt aan hoe hard hij Stijn deze winter mist, hoeveel pijn de feestdagen doen zonder zijn papa, dat corona het alleen maar nóg moeilijker maakt. Ik beaam, maar probeer hier en daar ook een vrolijke noot in het gesprek te brengen, terwijl we naast elkaar wandelen, hij dicht tegen mij aan, hoewel dat niet vaak meer gebeurt nu hij tien jaar is geworden. “Alles is zo zonder papa nu,” zegt hij. “Ik weet het,” zeg ik. “En zonder papa klopt het niet, hé.” Hij schudt zijn hoofd. Mijn maag trekt samen wanneer ik de volwassen zorgen in zijn jongensoogjes zie. Ik trek hem nog wat dichter tegen mij aan, zeg hem dat het heel normaal is dat we Stijn nog steeds missen, dat we dat waarschijnlijk nog heel lang zullen doen. Maar ik haal ook aan dat zijn papa het fantastisch zou vinden te zien dat zijn kinderen nog plezier kunnen hebben.

Terug bij de vrienden haalt Hoppe opnieuw adem, geeft mij een knuffel en gaat spelen. De vrienden kijken bezorgd, maar ik bal mijn handen in mijn zakken tot vuisten, bedwing de tranen en probeer terug te glimlachen. Er is weinig dat me zo frustreert als het niet kunnen wegnemen van het verdriet bij de kinderen, maar blijven glimlachen, het helpt toch alvast een heel klein beetje.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content