Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: ” ‘Hoe schoon jij je verdriet draagt,’ zegt de vriend, ‘meer mensen zouden dat moeten durven’ “

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Een kwetsbaar vogeltje

Jezus, dat mens zit diep…” Een zin van die orde kreeg ik deze week te lezen. Ik had op (die verdomde) sociale media nog maar eens opgeroepen om iets te doen aan de absurde wetgeving voor jonge weduwen – omdat sommige politici nu eenmaal nogal hardhorig zijn – en het bericht werd massaal gedeeld. Ondanks de grote verontwaardiging bij zovelen verbaast het me elke keer weer hoe hard een volk mag roepen en hoeveel politieke beslissingen er naderhand genomen worden waar geen kat om vroeg.

Misschien bekijken mensen mij als een triestig, kwetsbaar vogeltje. Of als een zagende, depressieve duif

Maar soit, iemand deelde mijn bericht en schreef erbij dat ze bij het lezen van mijn columns altijd het gevoel heeft dat ik nogal diep zit, dat het niet goed met mij gaat. Ik schrok, was even wat verbouwereerd, moest er daarna mee lachen, maar verbaasde mij er enkele uren later over dat de opmerking in mijn hoofd bleef hangen.

Misschien is het wel zo, dacht ik. Misschien zeg ik wel te vaak hoe verdriet voelt. Misschien praat ik te vaak alleen maar over de donkere kant. Misschien bekijken mensen mij als een triestig, kwetsbaar vogeltje. Of als een zagende, depressieve duif. Uit nieuwsgierigheid begin ik wat oude schrijfsels opnieuw te lezen, me constant afvragend waarom het beeld dat mensen van een ander vormen soms zo ongelooflijk rechtlijnig is, zo eng, hoe vaak mensen een oordeel klaar hebben zonder iemand echt te kennen.

Ik heb mij daar de laatste jaren bij neergelegd, dat er maar weinig mensen zijn die mij écht kennen. En dat net díe vriendschappen en relaties het meeste waard zijn. Dat dat de mensen zijn bij wie je volledig jezelf kunt zijn. En dat het oké is om de mening van anderen naast je neer te leggen. Maar soms blijft er toch eentje hangen, merk ik.

“Hoe schoon jij je verdriet draagt… Ik heb er alleen maar respect voor”, zegt de vriend

Een vriend belt de avond nadien aan. Sinds de start van de hele coronatijd hebben we er een gewoonte van gemaakt stoepbabbeltjes te houden. Ook al is er een tuin, we zijn gehecht geraakt aan het op de grond zitten tegen de gevel. Als ik hem vraag of mensen een verkeerd beeld van me hebben, als ik hem uitleg dat ik er toch wat mee verveeld zit, kijkt hij mij verbaasd aan. Dan bulderlacht hij – daar is hij goed in – en zegt: “Jij een kwetsbaar vogeltje?” Hij komt bijna niet meer bij van het lachen. Ik knik. “Kwetsbaar en altijd verdrietig.” De vriend kijkt verbaasd. “Jij bent toch niet altijd verdrietig?”

Schouderophalend zeg ik dat ik blijkbaar wel die indruk geef. Hij schudt zijn hoofd. “Ik denk niet dat ik een sterkere vrouw ken dan jij. Laat staan iemand die met zoveel veerkracht en zoveel goesting in het leven blijft doorgaan.” “Niet overdrijven”, zeg ik, terwijl ik mijn gezicht in de plooi hou en probeer niet te lachen met zijn plotse ernst. Maar hij blijft me geconcentreerd aankijken. “Nee, echt”, vervolgt hij. “Hoe schoon jij je verdriet draagt… Ik heb er alleen maar grenzeloos respect voor.”

Als ik zwijg, zegt hij: “Jij durft je tenminste kwetsbaar op te stellen. Meer mensen zouden dat moeten doen.” We kijken naar een groep uitgelaten fietsers in de straat, lachen allebei omdat het beeld zo haaks staat op de afstandelijke coronasamenleving dezer dagen. “En trouwens”, zegt de vriend. “Ondanks alles heb ik je het laatste jaar al meer zien lachen dan huilen.” Ik kijk hem dankbaar aan, blij dat het mijn vrienden dus wél opvalt. Het gaat best goed met mij. En met ons.

Als iedereen nu eens aanvaardt dat elk mens verdriet op zijn of haar eigen manier verwerkt…

Als ik later die avond mijn bed opzoek, heb ik in de badkamer even zin om tegen mijn spiegelbeeld te zeggen dat ik het zo slecht nog niet doe. Ik voel dat de mottige denkpiste van de voorbije dagen eindelijk uit ‘mijn systeem’ is. Mag het godverdikke nog? Dat een mens na twee jaar nog steeds verdriet heeft en bij momenten tegen de grond hangt? Als iedereen nu eens aanvaardt dat elk mens verdriet – en bij uitbreiding alle andere moeilijkheden van het leven – op zijn of haar eigen manier verwerkt…

Als ik voor sommigen overkom als een triestig, kwetsbaar en depressief vogeltje, dan is dat maar zo. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ‘kwetsbaar durven te zijn’ ooit de hele wereld overneemt.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!