De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Zoals een ander tuiniert, sport, presenteert, zorgt, poetst, opereert… zo houdt schrijven mij recht”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Liefde voor schrijven

Als je iets in de media doet, ben je een magneet voor reacties, zowel mooie, warme en gemeende, als keiharde, arrogante en triestige reacties. De meeste mensen die aan zo’n job beginnen, zijn daar niet op voorbereid. Je begint nu eenmaal geen muziek te maken of te presenteren of te schrijven of te acteren of… om te worden uitgescholden. Je begint eraan omdat je het graag doet, net zoals iemand die van cijfers houdt, zich gaat bezighouden met wiskunde. Net zoals een fanatiek sporter professioneel begint te trainen. Net zoals iemand die voor anderen wil zorgen, in de verpleging begint. In mijn ‘branche’ kom je echter in spotlights te staan. Het is zoals in politiek. Als je je nek uitsteekt, kan het je kop kosten.

De meesten van mijn collega’s begonnen vanuit een liefde voor muziek of woord, of omdat ze performer zijn in hart en nieren. Ik ken er maar weinig die zijn beginnen te schrijven enkel en alleen vanuit het idee: ik wil beroemd worden. (Of misschien kom ik niet met dat soort mensen in contact, misschien is mijn beeld dus wat vertekend en ben ik er nog heerlijk naïef in.) Ik heb het gevoel dat mijn collega’s – net als ik – stevig werken om hun brood te verdienen. En dat sommigen voor het kleinste worden neergesabeld zodra ze een stap zetten die door het publiek minder wordt gesmaakt. Dat is hard, maar daar leer je gaandeweg mee leven. Zo gaat het uiteindelijk in elke job. En het gras lijkt altijd groener…

Toen Stijn stierf had ik, door die job, natuurlijk een platform om mijn frustraties en verdriet te ventileren. Ik had niet enkel mijn familie en vrienden om mee te praten, ik kon na enkele maanden op sociale media ook heel open schrijven over wat me bezighield. Ik begon hier columns neer te pennen en maakte een nieuw lied over het verdriet dat hier nog zo vaak in huis hangt, omdat ik niet over iets anders kon schrijven, omdat dat toen mijn leven beheerste. En nog steeds beheerst. En omdat dat is wat ik doe: ik schrijf. Zoals een ander tuiniert, sport, presenteert, zorgt, poetst, opereert… zo houdt schrijven mij recht.

Toen liet iemand me ineens vlakaf weten dat ik mijn verdriet aan het ‘commercialiseren’ was. Een ander liet mij weten dat ik niet alleen was, dat ik ook wel eens wat rekening mocht houden met het verdriet van mensen die er niet over konden schrijven. Ik viel van mijn stoel. Alles in mij schreeuwde om Stijn, om zijn rustige aanwezigheid, hij die me zou zeggen: “Negeer dat soort mensen, ze weten niet beter.” Maar Stijn was er niet en het enige wat ik kon doen, was onderuitgaan en een potje janken. Daarna werd ik kwaad. Ik kroop in mijn pen, probeerde vriendelijk te blijven, maar ik kookte vanbinnen. Naar de buitenwereld deel je maar wat je wilt en kunt delen. Als ik schrijf dat ik enkele slechte dagen achter de rug heb, dan waren anderen daar niet bij, ze weten niet hoe diep je zat. Als ik bakken geld had willen verdienen, dan stond ik nu al terug op het podium. Verdriet trekt volle zalen, naar het schijnt.

Ik loop enkele dagen met de kwaadheid rond, maar merk dat het mij vooral onderuit heeft gehaald, dat mijn lijf weer zwakker staat, dat het verdriet weer moeiteloos mijn hoofd binnensluipt. Een vriend zegt: “Kijk naar alle berichten van mensen die je dankbaar zijn voor je openheid.” Ik knik, weet al zolang dat ik niet naar die paar zuurpruimen moet luisteren, maar voel me gepakt in mijn kwetsbaarheid. En het zet mij aan het piekeren.

“ ‘Hoge bomen vangen veel wind’, zegt de vriendin. ‘Maar ik ben godverdikke maar een struik!’ repliceer ik”

“Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind”, zegt een vriendin.

Hoge bomen? Ik ben godverdikke maar een struik”, repliceer ik, waarop de vriendin luid begint te lachen.

Het is toch zo?” zeg ik. “Ik ben een triestige struik die zich ook maar gewoon recht probeert te houden. En zelfs al was er geen publiek, dan nóg zou ik schrijven.”

We wandelen in stilte verder, tot de vriendin opnieuw begint te giechelen. Voor ik het goed en wel besef, ben ik hardop mee aan het lachen.

Terwijl we coronagewijs met een ellenboogduwtje afscheid nemen, knipoogt de vriendin even en zegt dan: “Maar je bent wel een toffe struik.”

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content