Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Ik besef hoe goed mijn kinderen het doen, ondanks het immense gemis”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Onbekende aan de deur

“De deurbel gaat. Twee kinderen springen op en rennen naar de hal, enthousiast omdat er iemand onverwachts voor ons huis staat. Zo gaat het elke keer. Bezoek is in waarde gestegen sinds ons gezin kleiner is geworden. Elke deurbel luidt een mogelijk vrolijk moment in. In het begin waren beide kinderen ontgoocheld wanneer het bezoek niet voor hen kwam, nu blijven ze gewoon in de deuropening staan en tetteren vrolijk mee, soms tot lichte ergernis van hun moeder.

Dat krijg je met een kleiner gezin, denk ik. Input van buitenaf zorgt voor een nieuwe adem. De meeste gezinnen breiden gedurende de jaren uit, bij ons liep het anders. Hoe vaker ik gesprekken heb met lotgenoten, hoe meer ik dat aanvaard. Ik ben niet de enige die haar partner verloor, die er ineens alleen voor stond met de kinderen. Dat denk je wél wanneer het je overkomt, dat je moederziel alleen bent op de wereld, maar zo gaat het met alle problemen: in eerste instantie lijkt de storm over jou alleen te razen, lijkt niemand anders het gevoel te kennen, pas veel later merk je dat je niet de enige bent.

Maar soit, ik wijk af. De deurbel is dus gegaan en het enthousiasme van de kinderen is groot. Ze vallen bijna over elkaars en hun eigen voeten om toch maar als eerste de voordeur te bereiken. Ik sta af te wassen en ben dus niet meteen in de hal. Terwijl ik met een handdoek in mijn handen richting voordeur loop, hoor ik een mannenstem aan de kinderen vragen of hun mama of papa thuis is. Ik heb de vraag al vaker gehoord, maar vandaag treft ze me midscheeps. Ik haal diep adem, laat aan de man zien dat er wel degelijk een volwassene bij de kinderen is, en hoor Polly nog net zeggen:

“Ons mama is thuis, maar ons papa niet, want die is dood.”

De man aan de deur is duidelijk even van zijn melk.

‘Ja ja ja, Polly, ‘t is goed’, zeg ik, alsof ik haar of mezelf bij de onbekende moet veronschuldigen. Ik schuif haar, iets kordater dan eigenlijk bedoeld, wat aan de kant, zodat ik de man te woord kan staan. Het blijkt een verkoper te zijn, die ik met alle vriendelijkheid probeer af te wimpelen. Nee, ik heb geen nood aan een nieuwe internetlijn, ja, ik begrijp dat de man ook maar z’n werk doet. Maar het hoeft niet voor mij, zo hier, aan de deur. Pogingen ondernemend niet zuchtend met mijn ogen te beginnen draaien, zeg dat ik écht geen interesse heb, wens hem een fijne dag en sluit de deur, waarbij me alsnog een zucht ontsnapt.

Dan pas zie ik dat Polly nog steeds in de deuropening naar de woonkamer staat.

“Waarom was je boos, mama?”, vraagt ze.

“Ik was toch niet boos?”, zeg ik verbaasd. “Of denk je dat omdat ik moest zuchten?”

Twijfelend kijkt ze me aan.

“Nee,” zegt ze, “je zei ‘ja ja ja, Polly, ‘t is goed, en dat zeg je toch alleen maar als je boos bent?”

Ik glimlach, zeg dat ik echt niet boos was, dat ik het gewoon wat ongemakkelijk vond aan de deur, toen ze tegen een onbekende over papa sprak.

“Ik besef hoe goed mijn kinderen het doen, ondanks het immense gemis dat ze heel hun leven moeten meedragen”

Nog steeds kijkt ze me met een frons op haar gezichtje aan.

“Maar het ís toch zo?”, zegt ze. “Papa ís toch dood?”

Ik knik, zeg dat ik dat soms niet aan onbekende mensen wil vertellen, dat ik dat soms al eens graag voor mezelf houd.

“Dat is raar”, zegt Polly, terwijl ze de keuken inloopt. “Ik zeg dat tegen ie-de-reen.”

Terwijl ik mijn handen weer in het afwaswater steek, kijk ik naar mijn twee kinderen, en besef hoe goed ze het doen, ondanks het immense gemis dat ze heel hun leven met zich mee zullen moeten dragen.

Ik weet niet hoe het is om zonder vader of moeder op te groeien, ik heb beide nog steeds in mijn leven. Hoe zou ik dan in godsnaam moeten weten hoe een ander verwerkingsproces verloopt? Ik wéét niet hoe het voelt om een ouder te verliezen, of een kind, of een broer of zus, ik weet niet of de verwerking van dat verdriet op dezelfde manier verloopt. Ik weet alleen hoe het voelt om de liefde van mijn leven te verliezen, that’s it.

Als Polly aan iedereen wil vertellen dat haar papa dood is, dan is dat misschien haar manier van verwerken. Misschien heb ik mij daar – net zo min als iemand anders – eigenlijk simpelweg niet mee te bemoeien.”

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!