Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Nog steeds heb ik het gevoel dat Stijn ergens kan arriveren alsof er niks is gebeurd”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (36) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Vakantie

Op vakantie gaan, ik deed het graag toen Stijn er nog was en ik blijf het graag doen. Weg zijn van de dagelijkse beslommeringen, van alles wat we gewoon zijn aan het leven, even niet in eigen huis zijn, even een andere omgeving zien, andere lucht inademen, slapen in een ander bed. We deden het zo vaak samen, Stijn en ik. Met twee naar Argentinië, Chili, Engeland, Zuid-Afrika,… Vaak ging ik er ook in mijn eentje op uit. Dan trok ik een week naar de Ardennen, Nederland of Frankrijk, waar ik me een week afzonderde in een huisje, om te schrijven en te wandelen, om mijn immer volle hoofd leeg te maken. Ik ging spelen in Zuid-Afrika en hing er enkele vakantiedagen aan vast. Ik trok in mijn eentje – en bovendien hoogzwanger van Polly – met de slaaptrein naar Polen om er Auschwitz te bezoeken, want dat had ik nog niet gedaan. Vrienden verklaarden me gek, Stijn vond het prima en wist dat ik af en toe eens weg moest zijn, dat ik zo nu en dan eens nieuwe dingen moest kunnen ‘binnennemen’, in mijn eentje. De eenzaamheid deed me altijd goed. Het thuiskomen ook.

“Het was sowieso één van onze sterktes: we gaven elkaar veel vrijheid, maar kwamen altijd terug bij elkaar uit.”

Ook Stijn ging er af en toe tussenuit, dan ging hij skiën of snowboarden met vrienden. Daar zag ook ik geen graten in, ik heb sneeuw altijd minder leuk gevonden dan anderen doen. Wanneer vrienden vroegen: ‘Missen jullie elkaar dan niet?’, keken zowel Stijn als ik verbaasd op. Natuurlijk misten we elkaar weleens wanneer we zo apart waren, maar we kwamen toch altijd terug thuis? Je ziet elkaar toch niet minder graag omdat je even ademruimte of avontuur in je eentje zoekt? Het was sowieso één van onze sterktes, dat beseften we heel goed. We gaven elkaar veel vrijheid, maar kwamen altijd terug bij elkaar uit. Toen er kinderen bij kwamen, gingen we dichter bij huis op vakantie, al bleven we onze weekjes apart wel behouden. Misschien deden die nog wel meer deugd, omdat je ineens een week geen moeder of vader moest zijn, maar alleen maar jezelf, zonder verantwoordelijkheden. Ik kan het iedereen aanraden.

Toen Stijn stierf nam ik het mezelf heel snel voor: ik zou met de kinderen op vakantie blijven gaan. Het moest niet ver zijn, maar we zouden wel op reis gaan. Wij met ons drie of samen met anderen, maar ik zou het mezelf én de kinderen blijven gunnen, ook al zal het financieel niet altijd makkelijk worden als alleenstaande moeder. Een mens moet ergens voor werken… Dus zijn we voor de tweede keer op zomerreis zonder Stijn, in Frankrijk. Een klein huisje – we zijn tenslotte maar met drie meer – naast enkele grotere huizen, met een heerlijke tuin en een zwembad. We hebben lang gereden, maar de rust op het domein overvalt ons meteen. Terwijl we de auto uitladen komt een ander gezin toe. Zowel Hoppe als ik schrikken. Vanop afstand lijkt de vader van het gezin sprekend op Stijn. Heel even – echt maar een fractie van een seconde, maar toch – overvalt me het euforische gevoel: Stijn is hier!

“Heel even – een fractie van een seconde – overvalt me het euforische gevoel: Stijn is hier! Bijna juich ik.”

Bijna juich ik, alsof het écht kan, alsof hij er écht is. Natuurlijk weet ik dat dat niet zo is, maar toch: het is bizar hoe je hoofd werkt. Bizar hoe ik nog steeds, na anderhalf jaar het gevoel heb dat hij ergens kan arriveren alsof er niks is gebeurd. Een bevriende psycholoog zei me: ‘Zolang je het niet raar zou vinden dat Stijn hier plots zou binnenwandelen, ben je nog volop aan het verwerken.’ Misschien is dat wel zo…

’s Avonds liggen we in dezelfde slaapkamer, dicht bij elkaar. Ik moe van de rit en het uitladen, de kinderen moe en tevreden van het avondlijke zwemmen. ‘Het zou toch leuk zijn, hé, mocht dat echt papa geweest zijn?’ fluistert Hoppe. ‘Ja,’ antwoord ik, ‘dat zou leuk geweest zijn…’ Terwijl de kinderen in slaap vallen, sluip ik de trap af en installeer me met mijn boek op het terras, met zicht op de ondergaande zon. En hoewel dit het uitgelezen moment zou zijn om me onder te dompelen in zelfmedelijden en verdriet, denk ik alleen maar hetzelfde als Hoppe: wat zou het simpelweg fijn zijn als Stijn hier was.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!