De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Nog drie jaar en dan zal ik ouder zijn dan Stijn ooit is geworden. Op heel slechte dagen vraag ik me af of ik dat wel wil”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Verjaardag

Binnenkort ben ik jarig. Nog maar zevenendertig lentes word ik. Piepjong voor sommigen, stokoud volgens mijn kinderen. Ik herinner me hoe ik zelf naar volwassenen keek vroeger, hoe een jongen uit het laatste jaar van het middelbaar al heel oud en wijs leek, hoe de leerkrachten op school nog nét niet met een wandelstok leken te lopen, hoe grootouders uit een ander tijdperk kwamen. Hoe ouder je wordt, hoe meer perspectief je krijgt.

Zevenendertig word ik, maar sinds ik twee jaar geleden op veel te jonge leeftijd weduwe werd, voel ik me tien jaar ouder. Niet fysiek, gelukkig dát nog niet, maar mentaal voel ik me vaak een pak ouder dan ik ben. Alsof het leven mij een harde les heeft geleerd en ik er wijzer ben uitgekomen. Alsof ik jarenlang in koud en guur weer heb gewerkt en mijn gezicht groeven vertoont. Niet zichtbaar voor het blote oog, maar voelbaar wanneer je met een vinger over mijn wang aait.

Stijn was een kleine zes jaar ouder dan ik. We maakten er vaak grapjes over. Elk klein fysiek ongemak was een reden om hem op zijn leeftijd te wijzen, elke domme opmerking van mij was te wijten aan mijn jonge naïviteit. Hij noemde mij vaak ‘jonkie’, ik noemde hem nog vaker ‘oudje’. Hij was al vroeg zijn haren beginnen te verliezen, dus schoor hij zijn hoofd uiteindelijk helemaal kaal, wat de grap alleen maar plezanter maakte. Hij zei dat het bij hem tenminste niet zou opvallen dat hij ouder werd, haarloos was hij toch al. Ik zei dat ik hem met graagte in zijn rolstoel zou voortduwen later, hij zei dat hij vanuit die rolstoel genietend zou toekijken hoe ik met mijn al even bejaarde vriendinnen wijntjes achterover zou slaan. Hij zei dat hij het woord ‘opa’ even mooi vond als ‘vava’ en dat hij de keuze later nog moeilijk zou vinden. Ik zei dat ik in de verste verte nog niet wilde nadenken over die keuze. Hij zei dat oud worden hem geen schrik aanjoeg, waardoor hij meer dan wie ook van dag tot dag kon leven. Het ‘pluk de dag’-principe leek voor hem te zijn uitgevonden.

“Stijn was veertig toen hij stierf, het ‘oudje’ in de fleur van zijn leven, en ik moet eerlijk toegeven dat dat getal mij soms angst inboezemt.”

Stijn was veertig toen hij stierf, het ‘oudje’ in de fleur van zijn leven, en ik moet eerlijk toegeven dat dat getal mij soms angst inboezemt. Nog drie jaar heb ik, dan steek ik hem voorbij, dan zal ik officieel ouder zijn dan hij ooit is geworden. Op heel slechte dagen vraag ik me af of ik dat wel wil.

Op een avond in de week zitten Hoppe, Polly en ik aan de keukentafel. We hebben eten aan de deur laten leveren. We doen het niet vaak, maar als ik er eens de energie niet meer voor heb, laten we eten aan huis brengen. Een mens moet z’n grenzen kennen. Terwijl Hoppe de porties uit de zak aan het halen is, zet Polly borden op tafel. Als ik haar vraag waarom ze vier borden zet in plaats van drie, kijkt ze me heel even licht vermanend aan, waarop ik mijn wenkbrauwen frons en zij moeite moet doen om haar lach in te houden.

“Gewoon, voor papa”, zegt ze schouderophalend, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

We zijn bijna aan het eind van de maaltijd als ik me ineens misselijk begin te voelen. Mijn maag lijkt zich te keren en het voelt alsof ik los over de tafel heen zal braken. Met mijn ene hand op mijn borst, mijn andere hand half voor mijn mond en met gesloten ogen, stamel ik: “Ik voel mij niet goed.”

Ik braak (uiteraard) de tafel niet onder en de misselijkheid is even snel weg als ze gekomen is, maar het moment wás er wel. Pas na enkele seconden besef ik hoe stil het om mij heen is. Als ik mijn ogen open, zie ik twee kinderen verschrikt naar mij kijken. Polly weet niet goed waarom ik zo raar doe, dat zie ik aan haar gezichtje, maar bij Hoppe zie ik onversneden angst. Ik besef meteen dat het beeld voor hem vreselijk moet zijn geweest, dat hij meteen aan ergere dingen zal gedacht hebben dan misselijkheid. Als ik hem zeg dat alles oké is, dat ik me alleen misselijk voelde, lijkt hij te ontladen, lijkt de angst van hem af te glijden, en schieten de tranen hem in de ogen.

We knuffelen langer dan we anders doen.

Ik móét en zal oud worden, of ik het nu wil of niet. Voor deze twee kinderen, die maar één ouder meer hebben. Ik herhaal het vanaf nu elke dag tegen mezelf.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content