Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Toen ik na maanden wachten Stijn eindelijk tegenkwam in mijn droom, bleken we gescheiden”

Begin 2019 verloor Hannelore plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Heftige dromen

Ik schreef het al eens eerder op deze pagina: dromen zijn niet aan mij besteed. Dagdromen wel natuurlijk, en vooruitdenken. Maar wakker worden, badend in het zweet, omdat er zich in je hoofd een verhaal heeft afgespeeld dat levensecht leek? Ergens voelt het misschien veilig, want ‘het was maar een droom’, maar wie levendig droomt, weet dat het gevoel lang in de kleren blijft hangen. Misschien heb ik te veel fantasie, misschien zet mijn onderbewustzijn daarom zelfs de kleinste gedachten om in grootse droomverhalen. Wat er ook van aan is: ik hou niet meer van dromen. Of het nu een fijne droom is, of iets wat naar een nachtmerrie neigt, de beide kunnen mij gestolen worden. Omdat ze in eender welke richting niet echt zijn en me daarom bij het wakker worden met de neus op de feiten drukken.

Toen ik na maandenlang wachten, eindelijk Stijn eens tegenkwam in een droom, bleken we gescheiden en was er geen greintje liefde meer. De hele dag bleef het rotgevoel in mijn lijf hangen en nog steeds herhaalt die nachtmerrie zich soms in mijn hoofd. Mijn dromen zijn bovendien heftiger geworden dan vroeger.

Enkele weken geleden besloot ik minder suikers te eten. Of toch een periode te proberen toegevoegde suiker te vermijden. Er was mij gezegd dat minder suiker in je lichaam onder andere voor een betere slaap zou zorgen en hoewel ik op zich geen slechte slaper ben, wilde ik toch kijken wat het met mij zou doen. Ik las daarenboven dat een diepere slaap een positief en rustgevend effect zou hebben op het onderbewustzijn. En bij uitbreiding op dromen. Dus dacht ik: hup, geen suiker meer.

De eerste dagen loop ik vooral chagrijnig rond, met een ijl gevoel in mijn hoofd en een constante ‘goesting’ in eten. Maar ik weet me in te houden, ik wil het op z’n minst enkele weken volhouden. Na een paar dagen is de hoofdpijn verdwenen en merk ik dat ik opvallend meer energie heb. En ook: dat mijn nachtrust er inderdaad op vooruit is gegaan. 

“Na amper vijf dagen zonder suiker droom ik ’s nachts zo hevig dat ik er misselijk van wakker word”

Tot ik na amper vijf dagen ’s nachts zo hevig droom dat ik er misselijk van wakker word. Tijdens mijn slaap vertellen vijf vriendinnen mij dat ze er genoeg van hebben, dat ze het beu zijn het altijd maar over mijn verdriet te hebben, dat ik het nu wel genoeg over Stijn heb gehad. Ze hebben het duidelijk samen overlegd alvorens dit bij mij aan te kaarten en ze zijn heel zeker van hun stuk. Alsof ik aan een sollicitatiegesprek deelneem waarbij vijf directieleden me vanaf de andere kant van een lange tafel zitten aan te staren, kijk ik naar de vriendinnen die ik al ken sinds de kleuterklas. En ik weet geen woord uit te brengen. Het enige wat er uiteindelijk stamelend uit mijn mond rolt is: “Menen jullie dit nu?”

’s Ochtends word ik compleet over mijn toeren wakker, alsof het geen droom was, maar de vriendinnen mij die nacht écht hebben gezegd dat ik moet ophoepelen met mijn verdriet, dat twee jaar lang genoeg is geweest om mijn gezaag te aanhoren. Enkele uren later hangt het gevoel nog steeds in mijn lijf, dus probeer ik er de grap van in te zien en stuur een bericht in het WhatsAppgroepje dat we delen. Uiteraard reageren ze alle vijf lachend, vrolijk en vooral vol begrip. En met de duidelijke boodschap: bij ons zul jij altijd met je verdriet welkom zijn, eender hoe, eender wanneer. In de namiddag staat één van de vriendinnen voor de deur. Door corona kunnen we niet knuffelen, maar het onverwachte bezoek doet deugd. Ik weet dat ze er altijd zullen zijn en dat ik altijd bij hen terecht zal kunnen, maar blijkbaar zit de angst toch ergens in mijn hoofd, anders zou ik er ’s nachts niet over dromen, toch?

Nog steeds slaap ik diep en goed, maar de heftige dromen blijven wel aanhouden. Een afkickverschijnsel, lees ik in een boek over suikerverslaving. Het rustigere dromen zou pas ná het afkicken optreden. Was ik dan, zonder het te weten, zó verslaafd aan suiker? En wat als de heftige dromen blijven aanhouden? 

Ik plan nog niet meteen opnieuw in de suikers te vliegen, maar als het dromen zo verder gaat, dan hoeft dat afkicken niet en koop ik binnenkort een grote pot chocolade-ijs.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!