Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Ik wens jullie vriendelijkheid toe. Met hopen”

Hannelore Bedert (37) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (5). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Vriendelijkheid

Een nieuw jaar, eentje waarin het virus hopelijk wat naar de achtergrond verdwijnt, waarin we elkaar meer mogen zien, mogen knuffelen, waarin we tout court zorgelozer door het leven mogen wandelen. Misschien zelfs een jaar waarin we het woord ‘virus’ niet meer dagelijks hoeven te lezen of horen. Ik wens het jullie – naast een goeie gezondheid, veel vriendschap, liefde en warmte – allemaal toe.

Maar ik wens jullie – en mezelf – ook nog iets anders toe. Iets wat evident zou moeten zijn, maar dezer dagen nog zo weinig aanwezig is. Iets kleins, simpels, eenvoudigs en doodnormaals, maar met een enorme impact. Ik wens jullie vriendelijkheid toe. Met hopen. Dagelijks. Elk uur als het even kan. Vriendelijkheid. Wat zeg je? Vriendelijkheid? Ja, vriendelijkheid.

“Valt het jullie op dat we vriendelijkheid evident vinden, maar nog zo weinig toepassen?”

“O, maar dat ken ik”, hoor ik mensen zeggen, zie ik iedereen denken. Alleen: valt het jullie op dat het nog zo weinig aanwezig is? Dat we het met z’n allen evident vinden, maar nog zo weinig toepassen? Het gemak waarmee we ergernis de bovenhand laten nemen op vriendelijkheid, lijken we ons eigen te hebben gemaakt.

Bijna dagelijks passeert hier een wat oudere man in de straat, op z’n fiets. Zo’n speedpedelec, denk ik, want hij raast zo snel voorbij dat ik nog nooit echt goed hebben kunnen zien waar hij nu precies op rijdt. Het kan dus ook een ontzettend sportieve oudere man zijn. Heel snel gaat hij. En in die snelheid weet hij toch elke mens die hij passeert een goeiedag toe te roepen. En met elke mens, bedoel ik ook echt élke mens. Man, vrouw, kind, het maakt niet uit, een levend wezen dat op zijn geroep zou kunnen reageren, krijgt steevast een “Goeiemorgen!” toegeworpen.

Maanden – misschien zelfs al jaren – geleden was hij er al mee bezig, riep hij “Hallo!” of “Goeiedag!”. Aanvankelijk schrok ik op, me pas bewust van het feit dat iemand iets had geroepen toen hij alweer uit het zicht was verdwenen. Elke keer opnieuw vroeg ik me af of ik iets gemist had, of ik hem kende en dus niet heel onbeleefd was geweest door geen “Goeiedag!” terug te roepen. Gaandeweg besefte ik dat ik de man van haar noch pluim ken én zag ik dat hij het niet alleen bij mij deed, maar er plezier in had iedereen op de weg het gevoel te geven dat ze hem moesten kennen en naar hem moesten zwaaien.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik me na enige tijd ergerde aan de man. Zeker in de ochtend vond ik het ronduit vervelend. Ik ben geen ochtendmens, ik hou niet van het verplichte uit je bed moeten, je naar de badkamer slepen, de kinderen wakker maken, slaperig aan de ontbijttafel zitten en dan met z’n allen de fiets op richting school. Een ochtendhumeur durf ik het niet te noemen, maar ik hoef niet per se een groot gesprek aan te gaan en je laat me best met rust tot de ochtendrush volledig achter de rug is, daarna ben ik – denk ik – best wel een aangename vrouw. (haha) Maar voor die tijd moet je me gewoon wat in mijn ‘wakker worden’-zone laten, meer vraag ik niet.

Als er dan zo iemand, tijdens dat hele ochtendgebeuren, op een overdreven happy toon naar mij roept en mij het gevoel geeft dat ik ook wakker, helder en bovendien uiterst vrolijk moet zijn, dan klap ik helemaal toe. En toch: volharden is soms de boodschap en de man op de fiets is een meester in volharden. Want sinds enige tijd roep ik “Goeiemorgen!” terug, met elke keer een wat ongemakkelijk kijkende zoon naast mij. Nu ja, ik roep het terug áls ik de man eens tijdig heb zien aankomen en dus alert genoeg kon reageren voor hij alweer wegflitst.

“Ik kan het niet ontkennen: ‘goeiemorgen’ roepen voelt goed en ik word er op slag een beetje vrolijker van”

Het begon met een voorzichtige knik met het hoofd als antwoord, daarna prevelde ik iets halfslachtigs terug, gaandeweg zei ik het luidop en sinds kort brul ik even luid als de man zelf. Ik doe het niet naar anderen (nog niet) en dien de man alleen maar van antwoord, omdat een antwoord nu eenmaal niet meer kan uitblijven na al die tijd. Maar ik kan het niet ontkennen: het voelt goed en ik word er op slag een beetje vrolijker van.

Misschien is dat het enige wat die man wil doen: anderen vrolijk maken. Als dát zijn dagelijkse doel is, dan kunnen we er allemaal nog heel veel van leren.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content