Comme chez Koen: “Je kind opvoeden voelt vaak aan als een experiment dat je niet zelf in handen hebt”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Je kind opvoeden voelt vaak aan als een experiment dat je niet zelf in handen hebt. Ik denk terug aan een poos geleden, vlak voor ook de Franse scholen dichtgingen. Ik stop met de auto voor de schoolpoort. Kwinten stapt uit, graait zijn rugzak van de achterbank en verdwijnt in het gewriemel van de overige scholieren. Terwijl ik hem nakijk, vraag ik me af hoe hij zich eigenlijk voelt tussen al die Franse kinderen. Want uiteindelijk hebben Ilse en ik gekozen om ons leven naar een ander land te verplanten, terwijl hij die keuze nooit zelf heeft mogen of moeten maken.

Natuurlijk heeft die keuze om naar hier te komen voor hem bijna uitsluitend positieve kanten. Alleen al zijn prille kinderjaren waren iets unieks, zeker in de huidige drukte. Wij bouwden in die tijd ons wijndomeintje en de B&B uit, waardoor Ilse en ik allebei thuis waren en hij opgroeide zonder onthaalmoeders en naschoolse opvang. Over een tijdspanne van meer dan tien jaar zijn de avonden dat ik er niet was om hem mee naar bed te brengen op één hand, nu ja misschien twee handen, te tellen. Hoeveel kinderen van nu zullen dat later aan hun eigen kroost kunnen vertellen?

Als je in het buitenland nieuw leven op de wereld zet, moet je al snel een belangrijke culturele keuze maken. Wij hebben vrienden in Amerika die voor de ‘totale inburgering’ kozen en daar zelfs zo ver in gaan dat ze onderling Engels praten als de kinderen erbij zijn. ‘Wij gaan toch nooit meer terug: wat voor zin heeft het dan dat onze kinderen Nederlands leren?’ luidt hun motto.

“Als je Kwinten ziet dollen met zijn vrienden, is het één en al grappen en grollen. Je zou zweren dat je een kleine Fransman voor je hebt”

Ilse en ik kozen voor een andere aanpak. Thuis wordt er Nederlands gesproken en Kwinten kan het ondertussen ook meer dan behoorlijk schrijven. Hij voelt zich bij zijn familie in België als een vis in het water en kan niet snel genoeg naar zijn neven en nichten trekken als we weer eens in het land zijn. Zijn integratie in Frankrijk heeft daar nooit onder geleden. Als je hem met zijn kameraden ziet dollen, is er geen sprake van enige dualiteit. Het is één en al grappen en grollen en je zou zweren dat je een kleine Fransman voor je hebt. Bovendien doet hij het heel goed op school en beleeft hij er een zorgeloze tijd.

Maar enkele maanden geleden stopte hij tijdens het avondmaal plots met eten, en zei: ‘Tijdens de wiskundeles wilde er een jongen uit het raam springen. De leraar kon hem nog net tegenhouden.’ Nadien was er een heel gedoe met een ambulance en de politie die langskwamen. Enkele klasgenoten hadden de hele tijd zitten huilen. Toen Ilse en ik hem vroegen wat er dan wel met die jongen aan de hand was, haalde hij zijn schouders op. Niemand van de klasgenoten had iets opgemerkt.

De school van Kwinten heeft een online-communicatieplatform. We vonden het dus vreemd dat er die avond geen bericht over het voorval binnenkwam. De volgende dag was de betrokken leerling afwezig en werd er op school met geen woord meer over het voorval gerept. Pas drie dagen later kwam er een erg opgekuiste mededeling voor de ouders, waarin de school liet weten dat er ‘iemand op een vensterbank was geklommen, maar dat er verder niets aan de hand was om zich zorgen over te maken’. Vanzelfsprekend zijn dát momenten waarop je je als ouder afvraagt of de situatie in het thuisland niet anders zou zijn aangepakt, met misschien wel persoonlijke psychologische bijstand voor de leerlingen, enzoverder. En natuurlijk stel je jezelf dan een hoop vragen, die allemaal leiden naar die éne vraag: hebben we de juiste keuzes gemaakt voor ons kind? Je praat over het voorval met vrienden en familie op het thuisfront, en je krijgt de indruk dat de meeste scholen in België wellicht beter met de zaak zouden zijn omgesprongen.

“Soms proberen we ons voor te stellen: hoe zou het leven er uitzien als we in België waren gebleven?”

Maar tegelijk probeer je je voor te stellen hoe het leven er zou uitzien als je in België was gebleven. Een kind dat ’s morgens misschien alleen moet ontbijten, in zijn eentje met de bus naar school pendelt en ’s avonds nog voor zijn ouders weer in een leeg huis thuiskomt? Dat op dinsdagavond pakweg volleytraining op zijn programma heeft staan, op woensdagmiddag muziek en op vrijdag tekenles? En dat zijn weekends volgeboekt ziet met nog meer sporttrainingen of -wedstrijden, waarna die hele drukte de week erop gewoon herbegint? En dan bedenk je dat een gelukkige kindertijd en een heilzame opvoeding door veel meer worden bepaald dan enkel door de school. En ook dat iedereen het opperste geluk wil voor zijn kind, maar dat niet iedereen de luxe heeft om er voortdurend voor zijn kind te kunnen zijn. ’s Avonds bij het ravotten kijk ik gelukzalig naar dat lachende tienergezicht en denk bij mezelf: ‘Laten we toch maar gewoon zo doorgaan met dit experiment.’

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content