Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “Ik bots tegen een man die qua dikke buik en grijze baard perfect de kerstman zou kunnen zijn”

Koen Strobbe (57) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

Ilses gsm rinkelt: een vriendin die vraagt of ze mee gaat kerstshoppen. Eerst begint Ilse hartelijk te lachen. Kerstinkopen, nu al? Het is nog maar half november. Maar de vriendin is doodernstig. Goede kerstinkopen doe je nú, anders ben je hopeloos te laat.

Ik volg geamuseerd hun gesprek. Het was nog maar oktober toen we in de plaatselijke doe-hetzelfzaak al een hele afdeling vol kunstkerstbomen en feestversiering zagen staan. Dat was de afgelopen jaren in Frankrijk wel even anders: alle natuur om ons heen bleef groen, de decemberlucht was hemelsblauw en als het wat meezat, kon je ’s middags op het terras eten. Niets nodigde uit om prematuur aan Kerstmis te denken. Pas als de kerstvakantie begon en Kwinten vroeg wanneer we de kerstspullen van de zolder zouden halen, schoten we in actie.

En nu gaat Ilse dus half november al kerstinkopen doen. “We hebben nog dit weekend, en misschien het volgende, maar daarna zijn alle leuke dingen weg en is het sowieso over de koppen lopen in de winkelstraten”, maant haar vriendin haar streng aan.

Als Ilse weg is, besluit ik om naar de supermarkt te gaan, waar het ook al één en al ‘jingle bells’ is. Ik was vastbesloten om alleen de dingen te kopen die we nodig hebben, maar nu laat ik me toch verleiden om toe te happen op de kerstaanbiedingen die me van overal toelachen. Dan hoef ik dit en dat toch al niet meer te kopen als straks de supermarkt wordt overspoeld door een leger ongecontroleerde kerst-Hunnen, overtuig ik mezelf.

“De man mag van de gerant vervallen spullen komen ophalen voor zijn vzw, die voedselpakketten voor de armen en de daklozen maakt”

Nadat ik met mijn veel te volle winkelkar langs de kassa ben gepasseerd, bots ik aan de uitgang pardoes tegen een man die qua dikke buik, grijze baard en gevorderde leeftijd perfect de kerstman zou kunnen zijn. Ik kan me nog net inhouden om welgemutst ‘hohoho’ te roepen. In de kar van de man ligt een berg aan blikjes, dozen pasta en zakken bloem en suiker. Voor ik zelf iets kan vragen, zegt hij: “Allemaal net vervallen producten, maar ze zijn nog goed: ideaal voor veel mensen die het niet zo breed hebben met kerst.” Hij steekt zijn hand uit voor een vuistje en zegt: “Aangenaam, ik ben André.

André blijkt een deal met de gerant van de supermarkt te hebben en mag tweewekelijks vervallen spullen komen ophalen voor zijn vzw, die voedselpakketten voor de armen en de daklozen maakt. Ik ben blij dat ik voor een keer geen diepvriesspullen heb gekocht, want André’s verhaal is te mooi om er snel aan voorbij te gaan. “Geloof het of niet, maar ooit was ik zelf dakloos.” Ik weet niet goed wat te zeggen. “We waren gelukkig getrouwd, hadden een wolk van een kind, ons leven liep over rozen”, gaat André verder. “En dan plotseling, klets boem, rijdt een dronkeman mijn vrouw van het voetpad. Op slag dood. Weg.”

Hij kijkt naar de inhoud van zijn kar terwijl hij verder vertelt. “Ik kon niet meer verder. Ik had een goed draaiend loodgietersbedrijf, maar het ging niet meer. Binnen het jaar was ik failliet. Voor mijn zoontje zorgen kon ik ook niet meer. Voor ik het goed en wel besefte, was ik alles kwijt en woonde ik op straat.” “Da’s hard”, zeg ik. “De zus van mijn vrouw heeft hem opgevoed”, gaat André verder. “In het begin ging ik nog af en toe bij hem langs, maar gaandeweg beseft een mens dat het beter is om weg te blijven.” Hij slikt.

“Maar zestien jaar later stond er opeens een boom van een vent voor me op straat, die zei: “Komaan pa, meekomen, dit kan zo niet langer.” Hij was achttien geworden en alleen gaan wonen. Hij nam me op in zijn huis, scheerde me, kocht me met zijn eerste loon nieuwe kleren en verplichtte me om eindelijk weer werk te zoeken.” Er blinkt een traan in André’s ooghoek. “En?” vraag ik ademloos. “Twee jaar later heb ik opnieuw mijn eigen zaak, waarin hij en ik samen werken. Als ik vijfenzestig ben, neemt mijn zoon de zaak van me over. En nu doe ik dus dit. Om iets terug te doen.”

Wanneer ik thuiskom en mijn verhaal vertel, zijn ook Ilse en Kwinten onder de indruk. Dan wordt het stil. In de hoek van de kamer blinken Ilses volle inkooptassen.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content