Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “Het was altijd Kylian geweest als er kattenkwaad was uitgehaald. En die krijgt nu de huissleutel?”

Koen Strobbe (57) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

We zijn ’s middags aan het eten als mijn gsm rinkelt en het nummer van Aimé en Marceline oplicht. Ilse en ik kijken elkaar ongerust aan, want die twee bellen normaal nooit op het middaguur. Ons voorgevoel klopt: Marceline vertelt dat Aimé in het ziekenhuis ligt. “Hij is afgelopen maand drie keer door z’n heup gezakt. De dokter zei dat het een wonder was dat hij daarbij niets gebroken heeft, en vorige week kregen we te horen dat Aimé meteen binnen mocht voor een heupoperatie.”

“Oei,” zegt Ilse, “alles is toch goed verlopen?” “Hopelijk wel, maar dat weten we nog niet. De ingreep is gisteren gebeurd en de professor komt straks pas langs. Ze zeggen dat we ons geen zorgen hoeven te maken, dat zo’n operatie tegenwoordig routine is. Maar Aimé zal wel een hele tijd van huis zijn, want er volgt nog een revalidatie van zes weken. Dat kan gelukkig hier in de buurt, zodat ik hem elke dag kan gaan bezoeken.” Marceline houdt zich hoorbaar flink.

“Kunnen we iets voor je doen?” Het klinkt belachelijk als je duizend kilometer verderop woont, maar Ilse denkt aan de vage belofte die we haar een tijd geleden hebben gedaan: dat wij wel op puberhond Bébé zouden letten als dat nodig zou zijn. Toen was de operatie echter pas ná Kerstmis voorzien en hadden we de opgroeiende loebas tijdens de vakantie kunnen gaan ophalen. Bovendien wisten we op dat moment nog niet in wat voor een huis we zouden terechtkomen, en het huurhuis waar we nu in wonen, is niet echt geschikt voor zo’n grote hond.

Maar Marceline lijkt zich niets van die belofte te herinneren, want als we haar vragen of ze het wel redt met Bébé in haar eentje, volgt er een geruststellend lachje. “Oh, daar hoef ik me geen zorgen over te maken: de kinderen van het dorp zullen zich wel over hem ontfermen als ik Aimé ga bezoeken. Ik heb die jongen van hiernaast, Kylian, de sleutel gegeven. Die zal Bébé wel eten geven als ik laat thuiskom.”

“Aimé had geen goed woord voor Kylian over: van de verdwenen vijgen aan zijn boom tot het gat in de omheining van de tuin: altijd was hij het geweest. En die krijgt nu de sleutel van Marceline?”

Ik herinner me Kylian als een zestienjarige losbol die perfect in de familie Flodder zou passen. Hij scheurt altijd door het dorp op zijn opgefokte bromfiets, steevast zonder helm natuurlijk, om z’n hanenkam niet plat te drukken. Aimé had geen goed woord voor hem over en belaadde hem met alle zonden van Israël: van de verdwenen vijgen aan zijn boom tot het gat in de omheining van de tuin: altijd was het die verdomde zoon van de buren geweest. En die krijgt nu de sleutel van Marceline? Vreemd, denk ik, maar ik zeg niets.

Marceline voelt mijn stilzwijgen perfect aan. “Dat ventje is de slechtste niet. Je zou het niet zeggen als je z’n ruige uiterlijk ziet, maar hij is heel erg lief als je hem beter leert kennen.” “Maar Aimé…” “Aimé is soms een oude zeur. Hij kijkt niet verder dan Kylians rare haarsnit.” Ilse en ik zijn blij dat Marceline, toch ook al achteraan in de tachtig, zo goed haar plan lijkt te trekken nu ze er een tijd alleen voor staat.

Opeens horen we geblaf en het geluid van krabbende poten tegen hout. “Aha, daar is Bébé al terug”, lacht Marceline. We horen hoe ze de deur opendoet en hem met een hele resem koosnaampjes begroet. Tegen ons zegt ze: “Het is woensdag vandaag, hij is de kinderen van de bus gaan halen.” Ik rol mijn ogen naar Ilse. Nog niet zo lang geleden verkondigde Aimé plechtig dat Bébé een huishond zou worden, die enkel aan de leiband naar buiten mocht. Voor we iets kunnen vragen, heeft Marceline haar antwoord al klaar. “Ach, wat voor zin heeft het om zo’n beest op te sluiten en hem het hele huis te laten afbreken? Nee, hij heeft vrijheid nodig. En de dorpskinderen zijn dolblij met zijn gezelschap tijdens hun voettocht van de bushalte naar boven.”

“En wat vindt Aimé?”, vragen we opnieuw. “Dat zien we dan wel over een week of zes, als hij…” Marceline breekt haar zin af en roept: “Bébé, opletten met je staart. De vaas!” Waarna er luid gekletter volgt en de oude dame het gesprek snel afrondt en oplegt. Ilse lacht: “Dát is snel gegaan. De nieuwe vervangt uiteindelijk gewoon de oude.” “Bébé 2.0”, grinnik ik.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!