Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: ” ‘Een echte of een plastic exemplaar?’ Ilse vraagt het me elk jaar”

Koen Strobbe (57) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

We zijn zoals gewoonlijk weer eens laat in kerstmodus gegaan. Het is zaterdag en Ilse wil nu toch wel écht de boom versieren. “Perfect,” zeg ik, “dan haal ik ’m gauw van de zolder.” “Zouden we dat wel doen, die plastic versie zetten?”, klinkt het. Zoals elk jaar antwoord ik: “Maar daar hebben we het toch al zo vaak over gehad: de kunststofboom is beter voor het klimaat. Je hoeft er geen levende boom voor om te hakken en achteraf gooi je hem ook niet op zo’n brandstapel die de hemel met extra koolstof voedt.”

“Maar wat met de gezelligheid?” Tegen zo’n argument kan niks op. Ik zou kunnen zeggen dat we jaren geleden behoorlijk in zo’n kunststofboom hebben geïnvesteerd, maar het is kerst, en dan doe je dat niet. Een paar uur later heeft het probleem zich alweer vanzelf opgelost: omdat we zo laat zijn, vinden we nergens nog een mooie boom. Er zijn enkel nog de kneusjes overgebleven: bomen die aan één kant bijna geen naalden meer hebben, misvormde exemplaren, of boompjes die niet zouden misstaan op een bonsai-expositie. Met een diepe zucht en een “Laten we het dan nog maar een jaartje bij de fake boom houden”, blazen we de aftocht en rijden we terug naar huis.

“Geen boom meer te vinden zeker?”, lacht Kwinten, terwijl hij nauwelijks van z’n computerscherm opkijkt. “Ik heb voor alle zekerheid de boom toch al maar van de zolder gehaald. De doos staat bovenaan de trap.”

“Tot onze grote verbazing staat er bij Marceline, die net zoals wij geen grote kerstpionier is, wél al een volledig getooide boom in huis”

Op dat moment komt er op mijn tablet een videogesprek binnen van Marceline uit Frankrijk. Nu Aimé na zijn heupprotheses nog steeds in het revalidatiecentrum verblijft, belt ze wat vaker. Tot onze grote verbazing staat er bij Marceline, die net zoals wij geen grote kerstpionier is, wél al een volledig getooide boom in huis. “Die jongen van hiernaast is er voor mij een gaan kappen in het bos”, zegt ze, wanneer we er een opmerking over maken. “Hij vond dat het best wat gezelliger mocht worden in huis, nu ik hier zo vaak alleen ben.”

Op de achtergrond knispert ook nog eens een warm haardvuur: Marceline doet duidelijk haar best om een gezellige kerstsfeer te creëren. Ik verwacht elk ogenblik dat hond Bébé in beeld springt met een kerstmuts op z’n kop, maar van hem is er weer geen spoor. “Ach, wat wil je zo’n loebas binnenhouden, daar zijn hij noch ik gelukkig mee. Buiten speelt hij de hele dag met de kinderen en ’s avonds ligt hij hier veilig bij mij in z’n mand. Dat is toch perfect zo?” “Maar ben je dan niet bang dat…” Ik denk aan wat er de oorspronkelijke Bébé overkomen is, maar maak m’n zin niet af om Marceline niet ongerust te maken.

Als het gesprek voorbij is, zeg ik tegen Ilse: “Ik hoop echt dat de nieuwe Bébé niet ook in een klem belandt, ergens ver in het bos, waar niemand hem kan vinden.” “Daar bestaan tegenwoordig pastilles voor”, weet Kwinten. “Je bevestigt die aan z’n halsband en je weet via je smartphone of tablet permanent waar je hond zich bevindt.” “Laten we er zo een kopen en haar cadeau doen voor kerst”, zegt Ilse enthousiast.

“Ik vrees dat dat weinig zin heeft. Marceline en Aimé kunnen al nauwelijks met hun smartphone overweg, laat staan dat ze hun hond ermee zouden gaan monitoren.” “Maar geef hen dan toch gewoon zo’n pastille en zet de tracking software op jouw eigen tablet in plaats van op die van hen”, stelt Kwinten voor. “Dan kunnen we van hieruit altijd zien waar Bébé uithangt en halen we meteen een stukje Frankrijk in huis. Leuk toch?”

Tijdens het versieren van onze boom geeft Kwinten Ilse de kerstversiering aan, een traditie die al dateert van toen hij een jaar of drie was. Plots passeert buiten een bruinzwarte rookwolk langs het raam. “Leve de hout- en pelletkachels”, lacht Ilse schamper. “Wij zullen wel ons best doen met onze fake boom in huis, terwijl de rest van de wereld de buitenlucht verpest.” Kwinten kucht: “Ahum, ik wil niks zeggen, hè mama, maar ik ben eens gaan opzoeken hoe groot de ecologische voetafdruk is bij de fabricatie van zo’n kunststofboom…” Blijkt dat we samen nog heel wat kersten te gaan hebben voor we dáár qua klimaatneutraliteit uit zijn.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!