Koen

Koens column: “In plaats van kattendrolletjes vinden we nu een dode muis of vogel op ons terras”

Koen Strobbe (57) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

Sinds kort zitten we met een probleempoes in onze tuin. We zien ze nooit, maar ze laat wel elke ochtend een cadeautje achter op het gras. Nu er weer iemand van ons in zo’n stinkende kattenstront is getrapt, ga ik uiteindelijk kattenkorrels kopen, in de hoop dat de geur van die korrels mevrouw Poes ertoe zou aanzetten om haar hoopje elders te deponeren. Maar de drollen blijven komen.

“Kwinten heeft het altijd al voor poezen gehad, terwijl Ilse en ik eerder hondenmensen zijn”

Wanneer ik op een avond de gordijnen van de terrasdeur wil dichttrekken, zie ik haar voor het eerst: een koperkleurig fluffy exemplaar, dat net wil gaan hurken op het terras. Ik trek de deur open, spring naar buiten en klap luid in mijn handen, waarop de rosse tuinbevuiler snel wegspurt. “Zou dat beestje geen thuis hebben, dat het ’s avonds nog buiten rondloopt?”, vraagt Kwinten bezorgd.

Hij heeft het altijd al voor poezen gehad, terwijl Ilse en ik eerder hondenmensen zijn. Als peuter hadden we hem graag een kitten gegund, maar hij had spijtig genoeg last van astma. En een ‘buitenkat’, daar wilden we niet aan beginnen, want in de Franse natuur liepen veel te veel jagers rond die schoten op alles wat bewoog. Dus bleef Kwintens liefde voor poezen grotendeels platonisch. Nu, als opgroeiende tiener, is zijn astma zo goed als verdwenen, maar zijn allergie voor kattenhaar is er nog steeds. Toch blijft zo’n poes hem fascineren.

Kattenlogica

De volgende dag stopt hij op zijn fietstocht van school bij de supermarkt en komt thuis met een doos kattenbrokken. Hoewel ik mezelf als dierenvriend zie, volg ik het standpunt van heel wat dieren- en natuurorganisaties: dat je door het voederen van vreemde katten het probleem alleen maar groter maakt en dat de rest van de natuur serieus afziet van het teveel aan verwilderde poezen. “Dus wij proberen dat beestje hier weg te houden en jij gaat het nog eten geven ook?”, schud ik mijn hoofd, en voeg eraan toe dat hij met dat voeder ook ongedierte gaat lokken.

Maar hij argumenteert met onweerlegbare logica dat een poes nooit kakt waar ze eet. Dus beslissen we om na het brute geweld van papa de zachte Kwinten-methode te proberen. Maar die tactiek is ook maar zozo. Het klopt dat de kattenuitwerpselen nu wegblijven, maar in de plaats vinden we bijna elke morgen een dode muis of vogel op het terras. Volgens Kwinten is het haar manier om dankbaar te zijn.

Fijne dankbaarheid, denk ik bij mezelf en vraag me af of ik toch niet liever weer elke ochtend een drol weghaal in plaats van een dierenlijkje. Bovendien lijkt de poes nauwelijks van de brokken in haar kom te eten, dus zo thuisloos en hongerig kan het beestje niet zijn. Maar haar behoefte doet ze in elk geval niet meer bij ons. We zien haar nu wel veel vaker in de tuin. Soms ligt ze languit van een streepje zon te genieten, soms loopt ze parmantig over de nok van het tuinhuisje. En bijna altijd zit ze te loeren naar de vogels die in haar buurt komen zitten.

“Het allerlaatste wat we willen is dat de poes, die we het zo naar haar zin maken in de tuin, de plaatselijke fauna gaat uitmoorden”

Ik maak Kwinten erop attent dat die brokken van hem een sluipmoordenaar in de tuin hebben gehaald. Al sinds we hier wonen, kijken we met veel plezier naar buiten. We zien niet alleen mussen, roodborstjes, vinken, lijsters en af en toe een specht, maar ook een kwiek eekhoornpaartje, dat Ilses hart volledig gestolen heeft. Het allerlaatste wat we willen, is dat de poes, die we het zo naar haar zin maken in onze tuin, de plaatselijke fauna gaat uitmoorden. Muizen, tot daaraan toe, maar elke mus of mees die Rossi (ja, ondertussen heeft ze van Kwinten ook al een naam gekregen) naast haar voederbakje komt leggen, is er een te veel.

Ilse is doodsbang dat er op de een of andere ochtend een schattig eekhoorntje dood op ons terras zal liggen, want ze heeft ergens gelezen dat zo ongeveer nu de jongen het nest verlaten in eekhoornland. Het is alsof Rossi ons kan horen, want prompt laat ze zich veel minder zien in de tuin. Als ik op zaterdagochtend een dikke bruine rat bij het katteneten zie, steek ik een luide vloek af. Waar is die kat, nu ze zich eindelijk eens nuttig kan maken? “Zo gaat dat hè, papa”, lacht Kwinten. “Als je eekhoorntjes wilt, krijg je de ratten er gratis bij.”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content