Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “Veel mensen denken dat ik als wijnboer in Frankrijk hele dagen in de zon lag”

Koen Strobbe (58) is na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug in ons land.

“Wie we daar hebben, de Koen”, buldert iemand in m’n oor terwijl ik aan de kassa van de plaatselijke bouwmarkt in de rij sta. Ik kijk op en zie een zwaargebouwde man in jeans en een grasgroen fleecevest. Hij kijkt me glunderend aan, terwijl ik verwoed in mijn geheugen graaf op zoek naar herkenning, want als iemand zo geestdriftig goeiedag zegt, komt het toch een beetje bot over als je de persoon in kwestie niet herkent.

Maar het lukt niet. “Ik zie er anders uit zonder mijn marcelleke, nietwaar?” lacht de stevige vijftiger, en net op dat ogenblik ontdek ik het logo van een tractormerk op zijn jasje en valt mijn frank. Ik kan me nog net inhouden om hem niet Marcel te noemen, en zeg voorzichtig: “Aha, als dat niet de vriendelijke boer is bij wie ik in de lente elke week asperges, aardbeien en kersen kocht!”

Hij lijkt blij dat ik hem herken. Tegelijk flitsen er allerlei dingen door mijn hoofd die ik over hem geschreven heb. Ik heb toch niet met hem gelachen? Nee, ik denk het niet. Hij geeft een hartelijke por tegen mijn schouder en vertelt me dat ik-weet-niet-hoeveel mensen hem er nog altijd over aanspreken dat hij in Libelle heeft gestaan.

Hij plaagt dat ik hem wel een beetje als een ‘typisch boerke’ omschreven heb, maar voor de rest is hij best trots op zijn passage in Libelle.

Een vriendelijke dame heeft hem zelfs een exemplaar gegeven, en dat ligt nog steeds op een strategische plek in de woonkamer om het aan vrienden en kennissen te laten zien. Hij plaagt dat ik hem wel een beetje als een ‘typisch boerke’ omschreven heb, maar voor de rest is hij best trots op zijn passage.

De rij naar de kassa vordert maar traag, en ‘Marcel’ lijkt vergeten wat hij hier eigenlijk kwam doen, want hij vertelt aan één stuk door. Dat ik me zeker afvraag wat de boer in de bouwmarkt komt doen? En dat hij mij dat graag wil vertellen: tijdens de hitte van vorige zomer is zijn aardbeienseizoen veel te vroeg gestopt, en daarom gaat hij nu overal bevloeiing aanbrengen. Om het materiaal daarvoor te kopen, is hij dus hier. “Maar jij dacht zeker dat elke boer de hele winter in zijn pantoffels achter de Leuvense stoof zit?” grinnikt hij.

Ik vertel hem dat dat het laatste is wat ik zou denken, omdat ik twintig jaar lang zélf boer ben geweest en dus weet dat het leven op het veld, of in mijn geval de wijngaard, nooit stopt. En dat ik wéét wat veel mensen denken. Hoe vaak kreeg ik van vrienden, familie of gasten in de B&B niet te horen dat ik waarschijnlijk hele dagen in het gras tussen de wijngaarden lag, met een strohalm in mijn mond, genietend van de zon.

Marcel kijkt me bewonderend aan. Dat ik ooit een collega was, dat had hij niet in mij gezien. Ik leek hem eerder zo’n typische schrijvelaar, met twee linkerhanden die niets anders kunnen dan op een toetsenbord tokkelen. We lachen allebei, en Marcel verklapt me zijn echte naam, maar vraagt er meteen bij die niet te onthullen.

Dat ik ooit een collega was, dat had hij niet in mij gezien. Ik leek hem eerder zo’n typische schrijvelaar, met twee linkerhanden die niets anders kunnen dan op een toetsenbord tokkelen.

Hij vertelt over hoe hij samen met zijn oudere broer de hoeve van zijn ouders verderzet, nu die allebei in een home wonen. Voor het geld hoeft hij het niet te doen. De ouders hebben hun hele leven goed geboerd, en de zonen zouden makkelijk verder kunnen leven van het nu en dan verkopen van wat lappen grond. Maar dat ligt niet in hun aard: er mag niets verloren gaan van wat moeder en vader, en hún moeder en vader vóór hen, hebben opgebouwd.

Er is wel één probleem: hierna is het afgelopen, want zelf heeft hij geen kinderen en de zonen van zijn broer zitten allebei aan de universiteit en hebben al laten weten dat ze nooit of te nimmer met hun voeten in de klei willen staan. Ik vraag of hij dat niet erg vindt: dat die hele familiegeschiedenis dan gewoon zal stoppen. Maar hij schudt filosofisch zijn hoofd en zegt dat we gewoon maar eens onze geschiedenisboekjes van de middelbare school moeten herlezen: geen enkel rijk blijft eeuwig bestaan, aan alles komt een einde.

Hij kijkt een paar seconden dromerig door mij heen, maar schiet dan plots opnieuw wakker, geeft me nog een schouderklop en een goeiedag en verdwijnt dan tussen de rekken. Ongetwijfeld op zoek naar waterbuizen om volgend jaar het maximum uit zijn aardbeien te halen. Nee, zijn rijk is nog niet ten einde.

Lees meer van Koen Strobbe:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!