Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De nieuwste column van Anne Davis lees je hier

Door De Redactie

Aandachtige lezeressen zullen het misschien al hebben gemerkt, maar door een foutje is er in Libelle 29 en 30 eenzelfde column van Anne Davis verschenen. Uiteraard willen we niet dat jullie iets missen in ons blad, daarom krijgen jullie deze alsnog te lezen. Veel plezier ermee!

Wat een week!

De zoon stuurt een foto van zijn nieuwe pak. ‘Net opgehaald, na mijn werk’, schrijft hij erbij. ‘Later maak ik wel een foto van mezelf als ik het aanheb, maar nu ben ik moe.’ Op de school waar hij lesgeeft, moet hij elke dag een kostuum aan, en tot nu toe had hij er maar eentje: het pak waarin hij indertijd getrouwd is. In Japan vindt de zoon met zijn lange Europese benen niet zomaar een pak in de winkel, dat moet op maat gemaakt worden. Intussen heeft hij al een andere broek bij dat trouwpak laten maken, want de oorspronkelijke is gekrompen toen hij hem in de wasmachine deed. Ik vond het raar: wie stopt er nu een kostuumbroek in de wasmachine? Maar als je maar één pak hebt, is er geen tijd om het te laten stomen, en volgens de zoon wassen ze in Japan alles in de wasmachine, in koud water. Dat die broek daar niet tegen kon, verwonderde hem zeer.

Hoe dan ook: zeker nu hij promotie heeft gemaakt, is één pak echt niet genoeg. Voor zijn verjaardag heb ik hem dus geld gestuurd, om een nieuw kostuum te laten maken. Een jasje, en twee broeken. Zodat de ene naar de stomerij kan als de andere van dienst is. En ik heb hem laten beloven dat hij mooie kwaliteit zou kiezen, niet zo’n akelig synthetisch stofje dat misschien wel in de wasmachine kan, maar dat gewoon lelijk is. Vandaag heeft hij zijn nieuwe pak dus, en hij bedankt me uitvoerig, omdat het zo’n fijn verjaardagsgeschenk is en omdat niemand nu meer scheef kan kijken, omdat het hoofd van de afdeling Engels elke dag hetzelfde pak aan heeft. ‘You ’re a great mum’, schrijft hij nog.

De zoon heeft een nieuw pak. Ik wil aan de stof voelen en z’n kraag rechttrekken. Maar dat kan niet, ik heb enkel een foto.

Ik kijk naar de foto’s die hij heeft doorgestuurd en zie een mooi jasje met een vage streep, en op een tweede foto de voering, met een logo dat er duur uitziet. ‘Mooi’, schrijf ik dus. ‘Heel chic, met dat fijne streepje.’ De zoon antwoordt dat de foto ’s de stof niet tot zijn recht laten komen, en dat die wel zwart lijkt, terwijl het donkerblauw is. Hij stuurt nog een foto, waarinhet pak weer half weggestoken is in de zwarte kledingzak waarin hij het mee naar huis genomen heeft. En ja, het is duidelijk: het is een mooi diep donkerblauw. De zoon vertelt dat het schoondochtertje in Tokio het ook mooi vindt, want die heeft hij ook een foto gestuurd. Het is dinsdag, en vrijdag komt ze naar huis met de nachtbus, en dan zal hij het pak aan haar showen, en mij een foto sturen.

Opeens vind ik het zo verschrikkelijk triest, die zoon daar in zijn flat in dat verre Japan, met zijn nieuwe pak en zijn vrouw die zo heel ver van huis werkt. Zij stuurt me regelmatig berichtjes dat ze eenzaam is, en de zoon zo mist. Hij mist haar ook, dat weet ik, en op avonden als deze, waarop hij thuiskomt met zijn nieuwe pak, en straks zijn maaltijd voor één moet gaan koken, voelt ook hij de eenzaamheid.

Ik kijk naar de foto’s, en wil het zo graag anders. Ik wil de stof van dat jasje onder mijn handen voelen, en mijn vingers over de voering laten glijden. Ik wil zijn kraag even rechttrekken als hij dat kostuum voor het eerst aandoet, en samen met hem kijken welke das er het mooiste bij past. Ik wil weten welke sokken hij erbij aandoet en of zijn schoenen wel gepoetst zijn. Ik wil een pluisje van zijn mouw vegen en samen met hem nog een extra mooi overhemd gaan kopen, voor onder dat nieuwe pak. Omdat hij dat verdient en omdat ik gewoon moederdingen wil doen met die zoon die zo eindeloos ver weg woont. Ik hou me voor dat ik me aanstel. De zoon is volwassen, en als hij om de hoek woonde, zou hij vast ook niet met me overleggen over dassen en overhemden, en schoenen poetsen deed hij als kind al beter dan ik. Dus schrijf ik terug dat ik trots op hem ben, en dat hij een ‘great son’ is, en dat we binnenkort weer eens gaan skypen. Dan gaat hij koken, en ik moet aan het werk. Maar de rest van de dag blijft de melancholie hangen, en zitten de tranen hoog.

Nog meer lezen van Anne Davis: