Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

Zo ver weg, maar toch dichtbij: twee families over hun lange afstandsrelatie

Door Els De Ridder

Je hebt kinderen die onder de kerktoren blijven hangen, en je hebt gezinnen die zich doorheen de jaren hebben verspreid over de wereld. Wat doet dat met hun band, en hoe groot is het gemis?

Het gezin van Marleen

  • Mama Marleen (67) woont sinds 1991 in IJsland
  • Dochter Miriam (38) woont al 15 jaar in Zwitserland, met man en kinderen
  • Dochter Marianne (42) woont met haar gezin in Antwerpen

Marleen: “Onze IJsland-move voelde goed. Al zou ik geld gegeven hebben voor een vers pistoleke van bij onze Antwerpse bakker”

Marleen: “Ik ben voor het eerst in IJsland gaan rondtrekken in 1987, in mijn eentje. Het was toen nog niet toeristisch, en de wegen lagen er onverhard bij. Maar het land en zijn ruwe natuur maakten een heel grote indruk op me. De zomers erna gingen we er met het ganse gezin op reis, tot we in 1991 de belangrijke beslissing namen om naar daar te verhuizen.

“De kinderen vonden er hun draai en mijn man en ik konden na een tijdje net zoals in België aan de slag als leerkracht. We hadden geen tijd om terug te denken aan België, omdat we het druk hadden om ons te integreren in een totaal nieuwe samenleving. Natuurlijk misten we onze familie en vrienden, maar onze IJsland-move voelde goed. Al zou ik geld gegeven hebben voor een vers pistoleke van bij onze Antwerpse bakker.

Helaas hield ons huwelijk geen stand, na vier jaar ging mijn ex aan de andere kant van het eiland wonen. We hebben amper nog contact. In die periode keerden de meisjes naar België terug om verder te studeren. Daarmee brak een eenzame tijd aan, en dat was erg moeilijk. Ik probeerde me in IJsland bezig te houden met het gidsen van Belgische toeristen – op die manier was die nabijheid er toch een beetje. Ik belde vaak met Miriam en Marianne in België, schreef hen brieven en we zorgden ervoor dat we elkaar drie keer per jaar in levenden lijve zagen. Die vliegtuigkosten liepen op, ik zeg altijd dat we daar tot nu al een heel chique auto mee hadden kunnen kopen. (lacht) Door de omstandigheden kregen de kinderen een erg hechte band met hun grootouders – wat me veel waard is. En ondanks de duizenden kilometers afstand was ook mijn band met de meisjes intens en sterk.

“Toen mijn dochter naar Zwitserland verhuisde, was ik bezorgd. Nóg meer afstand, nóg een andere plek om te bezoeken”

Alpendochter

Misschien gaf ik die ‘wanderlust’ door aan mijn jongste dochter. Miriam leerde haar man, een Zwitser, kennen in Antwerpen, en volgde hem eerst naar Zürich en daarna naar het kanton Ticino in de Zwitserse Alpen. Ze spreekt vloeiend Duits en Italiaans, en met de kinderen praat ze Nederlands. Ik ben voor hen ‘de bomma van IJsland’, en uiteraard was ik aanvankelijk bezorgd. Nóg meer afstand, nóg een andere plek om te bezoeken. Maar ik ben niet de moeder die de keuzes van haar kinderen beïnvloedt. Dit is nu eenmaal hoe het leven loopt. ‘Hoe een steentje rollen kan…’ zeg ik dan vaak – ik heb een passie voor gesteenten en mineralen. (lacht)

Mijn oudste dochter is dan weer erg honkvast. Marianne werkt in het ziekenhuis waar ze destijds ook geboren is. Ze is een echte stadsmus, zeer sociaal. Terwijl ik in IJsland in een onooglijk dorpje woon te midden van de stilte en de natuur.”

Snotteren met chocolade

In het begin heb ik geprobeerd om te skypen met de kinderen en kleinkinderen, maar ik ben op dat vlak nogal conservatief. We bellen nu, en we zien elkaar enkele keren per jaar voor langere tijd – of in IJsland, of in België of in Zwitserland. Of we maken samen een reis, zoals die keer naar Corsica. De kleinkinderen houden van hun bomma en zijn aan me gehecht. Maar eens zomaar binnenspringen voor een kopje koffie, of een avondje babysitten op de kleinkinderen, dat kan bij ons niet.

Ik denk best vaak: wat als we gewoon in België waren gebleven? Misschien waren we wel minder hecht geweest? Bovendien maakte het mijn kinderen sterk, en snel zelfstandig. En wat ik hier heb opgebouwd – ik run een grote B&B en heb verschillende eigendommen –, dat had ik nooit in België kunnen doen.

“Ik denk best vaak: wat als we gewoon in België waren gebleven? Misschien waren we dan wel minder hecht geweest?”

Het gemis tussen ons wordt mettertijd wel groter. Mijn dochters en ik bellen vaak, en onze babbels zijn altijd emotioneel. We snotteren wat af, maar dat mag. Ik weet dat mijn dochters vaak vloeken op die afstand, net als ik. Gelukkig zijn we desondanks erg hecht. We sturen elkaar spontane postpakketjes – vanuit België steevast met een portie chocolade. En wanneer ik Miriam of Marianne in de luchthaven opwacht, en hen van uit de verte heel luid en enthousiast ‘Mama!’ hoor roepen, dan besef ik telkens weer wat een gelukzak ik eigenlijk ben.”

Het gezin van Riekje en Michiel

  • Ouders Riekje (62) en Michiel (68) zijn gescheiden en wonen Leuven
  • Dochter Sophia (33) woont met man en dochtertje in Qatar
  • Dochter Esther (31) woont met haar partner in Kenia
  • Zoon Ruben (28) heeft gewerkt in Londen, woont nu terug in België met zijn vriendin.

Mama Riekje: “Het gebeurt niet vaak dat we met z’n allen nog eens samen zijn. Maar op mijn zestigste verjaardag was iedereen er live bij”

Mama Riekje: “Als kind zat de wereld al aan onze keukentafel. Mijn vader werkte bij Philips, en er kwamen bij ons weleens collega’s uit Pakistan, Japan, Indonesië … over de vloer. Zelf heb ik een tijd in Zwitserland gewerkt. Die landsgrenzen waren bijgevolg nooit zo voelbaar in mijn hoofd. Onze kinderen volgden Steineronderwijs, en daar was kennismaken met andere culturen en werelden een project. Zo zat Sophia op haar zestiende al in Zuid-Afrika en trok ze wat later rond in Roemenië. Uiteindelijk volgde mijn oudste dochter haar partner naar Qatar, reisde mijn andere dochter Esther na haar studie vroedkunde naar Kenia en bleef er voor de liefde, en woonde Ruben een tijdlang in Londen. Dat loslaten lukte me. Want ik had al zolang niet meer het gevoel van een gezin as such.

In 1995 zijn Michiel en ik gescheiden en zagen we de kinderen week om week. En doordat onze kinderen later geregeld zelfstandig reisden, bleek ik bestand tegen de buitenlandplannen van de kinderen. Vandaag overheerst het trotse gevoel, en de momenten samen zijn intens. Toen ik bij Esther in Kenia op bezoek ging, hoorde ik haar tegen iedereen die ze kende zeggen ‘This is my mom’ – echt, ik heb me in mijn leven nooit méér moeder gevoeld dan toen. Maar ik was ook bezorgd, want ik zag hoe levensgevaarlijk de autosnelwegen er zijn. En ik herinner me ook nog levendig de mango’s – de lekkerste – die ze overal onderweg verkochten. Bij Sophia was ik enkele weken voor haar bevalling op bezoek. Ik ging mee op consultatie, we dronken samen koffie in de hitte. Als ik er nu ben, geniet ik van de tijd met kleindochter Zoë. Of wandel ik langs de corniche van de Perzische Golf, om zo in de prachtige souk van Doha te belanden.

Mama Riekje: “Sinds corona is het uitdagender geworden, zo’n familie in het buitenland. Het zorgt toch voor heel wat onzekerheid”

Ik heb vooral contact met mijn kinderen via WhatsApp. Ik krijg duizenden foto’s binnen van Zoë. Maar de band met een kleinkind groeit anders via een scherm. Ik heb me erbij neergelegd dat ik de band met haar op dit moment anders beleef en voornamelijk virtueel. En doe mijn best om dat te relativeren. Ruben woont vlakbij, en hem zie ik tenslotte ook niet iedere dag. Ik ben vooral ontzettend dankbaar voor mijn kinderen, voor de kansen die ze grijpen, voor het leven dat ze kunnen leiden. Het gebeurt niet vaak dat we allen nog eens samen zijn. Maar het is wel gelukt op mijn zestigste verjaardag. Ik vierde ’m in Zwitserland en mijn langeafstandsfamilie was er live bij. Heel fijn. Maar sinds corona is het uitdagender geworden, zo’n familie in het buitenland. We zagen elkaar maandenlang niet. Het zorgt toch voor wat onzekerheid. Maar dan denk ik aan dat bekende gedicht: ‘Je kinderen zijn je kinderen niet’ van Kahil Gibran, dat gaat over het leven, opvoeden en loslaten. Dat troost me. Ik laat het triestige gevoel nauwelijks toe – dat lukt want ik werk nog voltijds en heb genoeg om handen – maar had mijn kinderen eerlijk gezegd liever vaker in levenden lijve gezien.”

Papa Michiel: “Ik hoef mijn kinderen niet elke dag te zien om honderduit te genieten van hun kunnen en veerkracht”

Papa Michiel: “Ik denk dat ik als vader makkelijker afstand neem. Het is gezond om niet te dicht op de lip van je volwassen kinderen te zitten. Leven zonder constante bemoeienissen van je ouders lijkt me een zegen. (lacht) Hen elke zondag bij me thuis over de vloer krijgen, om samen te eten: neen, dat heeft niet mijn prioriteit. Ik hoef hen niet dagelijks te zien om honderduit te genieten van hun kunnen en hun veerkracht. Ik ben vooral ongelooflijk trots op mijn kroost: het lef dat ze tonen, en hun positieve kijk op de dingen. Ruben woont nu weer vlakbij met zijn vriendin, maar ook hem gun ik ruimte. Ik vlieg af en toe richting Doha en Nairobi, al steekt corona daar nu een stokje voor. Bij Sophia zie ik dan ook Zoë, mijn kleinkind, waar ik dan veel tijd mee doorbreng – de zee opzoeken, spelletjes doen, muziek maken, schilderen en tekenen… Of in mijn eentje de musea daar bezoeken. Bij Esther had ik het onlangs wel lastig toen haar huis afbrandde, en ik vanuit België niets kon doen. Of ik immuun ben voor gemis? Niet helemaal natuurlijk, maar ik denk wel dat de kinderen mij en de ouderlijke huizen soms meer missen dan ik hen. Dan zegt Sophia: ‘Na corona kom ik een maand lang elke dag in je tuin zitten, en drinken we samen een fles wijn!” (lacht)

Uit: Libelle 45/2020 – Tekst: Els De Ridder

Meer lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content