Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

Houden onze verzorgers het nog vol?

Door De Redactie

De coronapandemie duurt nu al zo lang dat onze zorgverleners uitgeput geraken. Ze werken zich te pletter, en daarnaast is er ook de zorg om hun gezin. Hoe houden ze dat nog vol?

Erika werkt op Intensieve Zorgen en leerde gamen op de Nintendo Switch van haar zonen

Erika (42): “Tijdens de eerste golf ademden we covid. Dag en nacht covid, covid, covid, er was geen ontsnappen aan. We werkten op adrenaline en stonden niet veel stil bij hoe ons leven verliep. Maandenlang heb ik in een soort van overlevingsmodus gezeten en eigenlijk heb ik er weinig herinneringen aan. Die hele periode is een soort waas geworden en hoewel we na die eerste golf zeiden: ‘Dit nooit meer’, zitten we er nu toch weer middenin. Er zijn opnieuw extra bedden voorzien, opnieuw extra shiften. Ik zag al zes verlofdagen in rook opgaan en mijn viervijfdejob werd ongevraagd omgetoverd in een fulltime. Er zitten amper recuperatiedagen tussen de zware werkblokken en door de continu wisselende shiften heb ik het gevoel van een permanente jetlag. De tweede golf valt me nog zwaarder dan de eerste, want onze ‘heldenmoed’ maakt plaats voor boosheid, vermoeidheid en frustratie.

“De tweede golf valt me nog zwaarder dan de eerste, want onze ‘heldenmoed’ maakt plaats voor boosheid, vermoeidheid en frustratie”

‘Jullie werken nu eenmaal in de zorg, dan moeten jullie dit maar aankunnen’, klinkt het vaak, maar de druk van bovenaf om op het toppunt van ons kunnen te blijven presteren, weegt zwaar. Ik ben fier op wat ik doe, maar soms word ik wel overvallen door angst en vraag ik mezelf af wanneer ik zal breken. Toch probeer ik niet te klagen, want ik ben dankbaar dat ik geen financiële zorgen heb en dat ik gesteund word door een liefhebbende familie en fijne vrienden. Ze laten me weten dat ze aan me denken, sturen bloemen of brengen gebak.”

Virtuele hartjes en kusjes

“Thuis kan ik opvallend minder lawaai en drukte verdragen. Echt bekomen van mijn shiften is moeilijk, want mijn gezin ís er wel en zij hebben me nodig. Mijn man werkt van thuis uit en doet wat hij kan, maar er zijn toch ook zaken daar die zich opstapelen. Het huiswerk van onze zonen mee opvolgen, kan er soms met moeite bij. Ze zijn negen en twaalf en hebben soms begeleiding nodig bij hun schoolwerk en ik voel me er wel schuldig over dat ik daarvoor minder beschikbaar ben. Wanneer ik ’s avonds vertrek voor mijn nachtshift, heeft de jongste het vaak lastig. Hij blijft me vasthouden en zegt dat ik niet mag weggaan. Via snapchat stuurt hij me dan berichtjes met hartjes en kusjes en dat hij me mist…

“Ik schuur deuren af, terwijl ik luidkeels meezing met de muziek die door de boxen galmt”

Normaal gezien kan ik me uitleven op concerten en festivals, maar net zoals iedereen heb ik moeten leren om me op andere manieren te ontspannen: een gezelschapsspelletje, een dagje gaan uitwaaien aan zee, een blokje rond wandelen, take-away bestellen… Ik heb leren genieten van de kleine dingen, mijn zonen hebben me zelfs leren gamen op de Nintendo Switch. En tussendoor proberen we de slaapkamers van de jongens te renoveren. Ik kan me dus storten op het Pinterest-bord voor de inrichting en leef me uit met het afschuren en schilderen van de deuren, terwijl ik luidkeels meezing met de muziek die door de boxen galmt. Dat lucht op.”’

Yelena werkt als stagiaire op een covidafdeling en komt nauwelijks nog aan ontspanning toe

Yelena (23): “Ik zit in mijn laatste jaar Verpleegkunde en ben bezig met een stage. De bedoeling was dat ik op de afdeling Psychiatrie zou werken, maar drie dagen voor ik moest beginnen, werd ik toegewezen aan een covidafdeling. Mijn stage verloopt helemaal anders dan ik had verwacht… Omdat ons team is samengesteld uit mensen die op verschillende afdelingen werken, is de sfeer gespannen en verloopt de samenwerking niet altijd even vlot. Ik ben amper vier weken bezig, maar ik voel dat het al heel erg doorweegt. Me continu aankleden in warme pakken is het minste van mijn zorgen, maar met het gebrek aan contact met de patiënten, heb ik het heel erg moeilijk. Ook al leg je je hand op die van je patiënt om te laten voelen dat je er bent, met handschoenen en een spatmasker voelt zo’n gebaar heel afstandelijk.

“Ik heb al veel geweend. Ik ben het helemaal niet gewend om met de dood om te gaan”

Ik ben het als stagiair-verpleegkundige ook helemaal nog niet gewend om met de dood om te gaan. Ik zie regelmatig collega’s naar buiten gaan om even uit te huilen en heb zelf ook al veel tranen gelaten. Gelukkig was ik niet alleen toen ik mijn eerste patiënt verloor. Ik ben blij dat we er met collega’s samen over konden praten, dat we ons konden troosten met het idee dat we gedaan hebben wat de konden. Dat geeft moed. De combinatie van mijn stage met ander schoolwerk is er momenteel echt te veel aan en aan ontspanning kom ik eigenlijk niet meer toe. Maar ik ben plichtsbewust en stort me op mijn werk in het ziekenhuis, de andere zaken zijn tenslotte niet van levensbelang.”

Voor Wim vormen zijn kinderen de lichtpuntjes, na een drukke dag op de Spoedafdeling

Wim (33): “Op Spoed heerst eigenlijk altijd een soort van gecontroleerde chaos, maar wat we de afgelopen maanden al gepresteerd hebben, is ongezien. Bij het begin van de tweede golf dit najaar, had ik het gevoel dat we achter de feiten aan het aanhollen waren. Nog voor we de garage van onze mug goed en wel konden ombouwen tot extra patiëntenboxen – voor het geval dat – werden die extra bedden al ingenomen. Wat de ene dag onder controle leek, bleek de volgende dag alweer onvoldoende en achterhaald. Als hoofdverpleegkundige voel ik me er verantwoordelijk voor dat mijn team op Spoed overeind blijft, maar ik besef ook dat ik dat niet helemaal zelf in de hand heb. Ons hele team staat al zo lang onder stress. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal is het zwaar. Elke patiënt die op Spoed binnenkomt moet alléén komen, het vreet aan ieder van ons dat we dag in dag uit mensen die ziek zijn afscheid moeten laten nemen van hun naasten terwijl niemand weet of en wanneer ze elkaar zullen terugzien.

Het tempo op dienst ligt heel hoog, maar ik merk dat de sfeer en energie niet meer dezelfde is al tijdens de eerste golf. Toen had iedereen er zin in, maar onze batterijen zijn nog niet opnieuw opgeladen, en de adrenaline van voorheen, maakte plaats voor frustraties en vermoeidheid. Collega’s worden ziek, spanningen lopen soms hoog op en ik krijg weleens een collega huilend aan telefoon.”

Gekke bekken trekken met de baby

“Net als bij mijn collega’s schieten onze overuren de hoogte in en wanneer ik thuis ben, ben ik dikwijls met mijn gedachten nog bij het werk. Ik heb een korter lontje, slaap slecht en ben prikkelbaar. Toch houdt mijn gezin me recht. Tijdens de vorige lockdown was mijn vrouw hoogzwanger van ons tweede kindje en terwijl de eerste golf in kracht verminderde, mocht ik ons zoontje in mijn armen houden. Sindsdien probeer ik er elke dag voor te zorgen dat ik mijn kinderen lang genoeg heb gezien. Hoe chaotisch het avondmaal ook verloopt met een driejarige spring-in-‘t-veld en een pasgeboren baby, die gezinstijd is voor mij een rustpunt.

“Hoeveel stress er ook in mijn lichaam zit, in het weekend blaadjes harken met mijn dochtertje, brengt me rust”

Ik geniet ervan om in het weekend blaadjes te harken in de tuin met mijn dochtertje, of gekke geluidjes te maken met mijn zoontje op de speelmat. Eigenlijk mag ik blij zijn dat mijn kinderen me thuis zodanig opeisen, dat ik verplicht word om even niet met mijn werk bezig te zijn. Ook al moet ik dan ’s avonds na bedtijd vaak nog wat werk verzetten. Het helpt dat onze familie de kinderen soms opvangt of spontaan een verse maaltijd brengt, maar soms begin ik toch spontaan te huilen aan het einde van de dag. Dan voel ik hoe diep ik aan het gaan ben en hoeveel stress, spanning en emoties er in mijn lijf zitten. Maar hoe zwaar ik het ook vind, ik ben verrast door de veerkracht die ik heb. Ik heb me alleszins nog nooit zo zinvol gevoeld als de laatste maanden. Dat helpt om het vol te houden.”

Sandra werkt als verpleegkundige op de covid-afdeling en verzet thuis haar gedachten door te koken of te haken

Sandra (49): “Zowel tijdens de eerste als de tweede golf, werd de chirurgische afdeling van ons ziekenhuis omgebouwd tot een covid-afdeling. Ik voel dat ik angstig ben voor wat er nog komt, want wanneer onze afdeling opnieuw normaal zal functioneren, moet er een enorme inhaalbeweging in gang worden gezet om alle uitgestelde ingrepen te laten doorgaan. Dat het deze keer weer een uitputtingsslag zal worden, zie ik al van ver aankomen, want de chirurgen staan al te popelen om er volop in te vliegen. Terwijl wij als verpleegkundig team nog volop bezig zijn met de tweede golf het hoofd te bieden…. Zo stopt het nooit, terwijl ik voel dat ik nood heb aan wat rust. Zelfs als ik een paar dagen thuis ben, zit het werk voortdurend in mijn gedachten. Dan vraag ik me af hoe mijn collega’s het stellen en stuur ik hen een berichtje.

“Als ik dan eens een paar dagen thuis ben, vraag ik me de hele tijd af hoe mijn collega’s het stellen”

Jammer dat mijn cursussen schilderen, kleien en bloemschikken niet meer doorgaan, want daar kon ik tenminste nog wat van ontspannen. Nu probeer ik te genieten van wat te koken voor mijn man en kinderen, lees ik af en toe een boek en probeer ik mijn gedachten te verzetten met wat handwerk. Maar ik mis de uitstapjes met mijn vriendinnen, het zal wat zijn als we die verloren tijd kunnen inhalen! Gelukkig blijf ik een heel gemotiveerde verpleegkundige en doe ik mijn job met hart en ziel. Maar goed ook, anders zou ik dit niet volhouden.”

Pieter heeft een drukke huisartsenpraktijk, maar trekt zich op aan de solidariteit en steun die hij krijgt

Pieter (38): “Mijn agenda was altijd zo geregeld dat ik de kinderen naar school kon brengen en twee avonden per week op tijd thuis was om met hen te eten. En toen kwam corona. Plots had ik geen grip meer op mijn werk. Ik werd overspoeld door telefoons en papierwerk en ik kwam elke avond later en later thuis. Dat had z’n effect op mijn gezin, ja. Ik werd een soort toerist in huis. De kinderen raakten eraan gewend dat ik binnen en buiten vloog. Toen we toch één weekendje samen naar de Ardennen konden, en ik buiten ging om het vuilnis weg te brengen, vroeg mijn zoon van drie: ‘Papa, ga jij werken?’. Grappig, en een beetje triest tegelijk.

Ik heb op het hoogtepunt van de tweede golf echt het gevoel gehad dat ik niks meer echt goed kon doen. Bij mijn patiënten moest het rap rap gaan, mijn vrouw – die ook werkt en stilaan op haar tandvlees zat – kon ik niet helpen met het huishouden en de kinderen, en als ik eens tijd voor mezelf nam, dan voelde het gewoon niet juist. Ik wíst dat ik af en toe moest ontspannen om het te kunnen volhouden, maar als ik op zondagvoormiddag een paar uur ging fietsen, voelde ik me schuldig. Papa vertrekt wéér…

“Zelfs als ik op zondagochtend een paar uurtjes ging fietsen, voelde ik me schuldig. Papa vertrekt wéér ”

Het gaat beter nu, de druk op de huisartsen is iets verminderd, maar ik moet toch nog vaak denken aan de woorden van mijn proffen tijdens de opleiding: ‘Jullie gaan op jullie tanden moeten bijten.’ Gelukkig is er ook zo veel om dankbaar voor te zijn. Er zijn vrienden die een bericht sturen om te vragen of ze de kinderen moeten opvangen. De psychologe bij ons in de praktijk, bood aan om adminstratie over te nemen. En ik heb van de patiënten al veel pralines, en zelfs witloof gekregen. Het zijn moeilijke tijden, maar ik trek mij op aan de warmte en solidariteit die je voelt.”

Linda staat met ‘vaste nacht’ op Intensieve Zorgen en gaat overdag lopen met ‘Start to Run’ om haar hoofd leeg te maken

Linda (60): “Ik krijg dikwijls te horen dat we als verpleegkundigen toch voor deze job hebben gekozen, maar de situatie die we nu meemaken, tart alle verbeelding. Hier heeft werkelijk niemand ooit voor gekozen. Ik werk al bijna negenendertig jaar op Intensieve Zorgen, maar nooit eerder zag ik zoveel wakkere patiënten die we in slaap moesten doen om ze te beademen. We proberen ze gerust te stellen, maar eens je beademd wordt, is de overlevingskans ongeveer vijftig procent. De angst in de ogen van die patiënten is hartverscheurend en zal ik nooit meer vergeten. Onze jongste patiënt tot hiertoe was vijfentwintig, de oudste tweeëntachtig en velen onder hen hebben het niet gehaald. Dat is emotioneel ontzettend zwaar, net als het gebrek aan bezoek dat ook op ons weegt. We proberen familieleden wel op de hoogte te houden met de iPad via Zoom, maar mijn hart breekt wanneer iemand alleen moet sterven. Geen kus, geen knuffel… Dat kan toch niet? Ik moet er regelmatig om huilen op weg naar huis.

“Mijn hart breekt telkens wanneer iemand alleen moet sterven. Geen kus, geen knuffel… Dat kan toch niet?”

Elke ochtend, wanneer ik thuiskom na een hele nacht werk, staan de broodjes en de koffie al klaar. Ik ben heel blij dat ik dan in zo’n warm nest kan thuiskomen. Stilzitten lukt niet goed, dan beginnen mij gedachten te malen. Om mijn drukke hoofd leeg te maken, begon ik onlangs opnieuw met ‘Start to Run’ van Evy Gruyaert. Intussen ben ik aan les zeventien, maar ik bouw het rustig op, zodat ik zeker niet geblesseerd geraak. In het weekend stippelt mijn man vaak een mooie wandelroute uit en trekken we met ons hondje de bossen in. Zo kom ik toch een beetje tot rust. We zullen dit nog lang moeten volhouden, het is nog niet voorbij.”

Tinneke werkt in een woonzorgcentrum waar tijdens de eerste golf 22 bewoners stierven

Tinneke (56): “Tijdens de eerste golf heeft corona heel erg toegeslagen in het woonzorgcentrum waar ik werk. We namen afscheid van maar liefst tweeëntwintig bewoners. Het was vreselijk om de familie buiten aan het raam te zien staan, in tranen om zo afscheid te nemen van hun geliefden.

“De liefde en vriendschap die we van hen krijgen, zorgen ervoor dat we het volhouden”

Mijn collega’s en ik hadden het er ook heel moeilijk mee, je kunt zoiets niet zomaar van je afzetten. Mijn man wil thuis wel naar mijn verhalen luisteren, maar als buitenstaander kun je je toch moeilijk inleven in wat wij meemaken. Voorlopig blijven onze bewoners tijdens deze tweede golf wel gespaard, daar put ik hoop uit. Ze beschouwen ons nog meer dan voordien als familie, en de liefde en vriendschap die zij ons geven, zorgen ervoor dat we het volhouden.”

Kelly vindt steun bij haar collega’s op de afdeling Neonatologie van het UZA

Kelly (42): “Op de afdeling Neonatologie vangen we sinds de coronapandemie niet alleen baby’s op, maar ook kinderen tot twaalf jaar met intensieve zorgen. Dat was serieus wennen: procedures werden aangepast, er werden snel wat extra cursussen gegeven… Mijn job is de afgelopen maanden erg veranderd en ik voel dat ik niet meer in mijn comfortzone zit. Dat maakt elke dag uitdagend en zwaar. Gelukkig geeft de dankbaarheid van de ouders en de kinderen die ik verzorg veel voldoening. Vorige week maakte mijn hart nog een sprongetje toen een klein blind meisje dat ik verzorgd had mijn stem herkende en begon te lachen en te zwaaien. Dan voel ik dat ik iets betekend heb en dat motiveert me om voort te doen.

“Samen iets gaan drinken na een zware dag kan niet meer, maar we maken gelukkig nog wel tijd voor een babbel”

Hoe zwaar het werk ook is, toch voel ik me een geluksvogel. Ik werk in een fantastisch team en heb veel steun aan mijn collega’s. Vroeger gingen we na een zware shift nog weleens iets drinken om te ventileren en de emoties van de dag van ons af te schudden. Dat kan nu niet meer, maar gelukkig maken we nog wel tijd om met elkaar te babbelen. Ik voel dat zij mij begrijpen als geen ander.”

Elly is thuisverpleegster

“Mijn man ondersteunt me maximaal. Hij is zo bang dat ik tegen een burn-out aanloop”

Elly (44): “Na mijn uren kom ik doodop thuis. In de thuisverpleging zijn al veel collega’s uitgevallen en dat geeft extra werkdruk. Mijn man probeert me veel te ondersteunen in het huishouden, hij is zo bang dat ik tegen een burn-out aanloop.

“Mijn man ondersteunt me maximaal. Hij is zo bang dat ik tegen een burn-out aanloop”

Maar dat er nu ook meer last op zijn schouders terechtkomt, daar voel ik me schuldig over. Onlangs wist hij me gelukkig wel te verrassen. Hij had nog net op het nippertje iets gehuurd en we trokken drie dagen naar de Ardennen. Dat heeft deugd gedaan!”

Uit: Libelle 50/2020 – Tekst: Evy Kempenaers en Diny Thomas – Coverbeeld: Getty Images

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!