Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Deze lezers maakten hun eigen kerst- of eindejaarswonder mee

Door Diny Thomas

Kerstwonderen zijn zeldzaam, maar ze bestaan. Misschien ga je er zelf wel in geloven, na het lezen van deze waargebeurde verhalen van rond de eindejaarsperiode.

Een kerst om nooit meer te vergeten

Anja

Anja’s man Serge raakte in coma nadat hij besmet werd met het coronavirus. Op kerstavond haalde hij voor het eerst in zes weken weer zelf adem.

Anja (45): “‘Mevrouw, het heeft geen zin meer om je man nog langer in leven te houden.’ Die verschrikkelijke woorden kreeg ik te horen nadat Serge al negen weken in het ziekenhuis lag met een coronabesmetting.

Ik weet nog dat ik hem op maandag 19 oktober afzette aan de ingang van de spoeddienst, met in het achterhoofd: enkele dagen goed uitzieken en dan is hij weer thuis. Maar na vijf dagen lag hij op de intensieve zorgen, en enkele weken later werd hij in een kunstmatige coma gebracht. Toen de dokters na ruim zes weken nog altijd geen beterschap zagen, wilden ze hem opgeven. Op het moment zelf begreep ik hun beslissing. Serge werd niet beter, en misschien was het niet eerlijk om hem nog langer in leven te houden.

“Zes dagen voor kerst kroop ik in mijn pen en schreef ik een brief aan alle dokters van de intensieve zorgen, met de vraag om Serge nog niet op te geven”

Maar mijn collega’s van het psychiatrisch ziekenhuis waar ik werk, hadden duidelijk wél nog hoop. ‘Alleen zijn longen zijn beschadigd, Anja, verder zijn er geen complicaties geweest. Je móét een tweede opinie vragen, al is het maar om tijd te rekken.’ Zes dagen voor kerst kroop ik in mijn pen en schreef ik een brief aan alle dokters van de intensieve zorgen, met de vraag om Serge nog niet op te geven. Mijn exacte woorden, waren: ‘De boodschap is dat ze niks meer voor Serge kunnen doen en dat de hart-longmachine wordt afgezet. Op dat moment had ik me daarbij neergelegd, maar nu zie ik het anders. Ik wil Serge niet zomaar opgeven. Er is nog zo weinig bekend over covid, dus zou ik toch graag nog enkele weken afwachten. Het is echt niet mijn bedoeling om Serge nog maanden in leven te houden, maar nu is het te vroeg. Ik besef dat de kans klein is dat Serge erdoor komt, maar ik wil mezelf later niet het verwijt maken dat ik te vroeg de stekker heb uitgetrokken.’

Veel hoop had ik wel niet. In al mijn verdriet had ik zelfs al samen met onze zoon Yannick in Serges kleerkast zitten snuffelen, voor als hij… (stilte) We hadden zelfs al enkele afscheidsteksten en liedjes uitgekozen en ik was al gaan winkelen, omdat ik niets had om aan te trekken voor een begrafenis.

“Het leek wel alsof Serge me wilde vertellen dat ik niet mocht opgeven en moest blijven vechten”

En toen rinkelde op 24 december om drie uur in de namiddag de telefoon. ‘Serge heeft voor het eerst weer zelf geademd.’ Ik kon haast niet geloven wat er gezegd werd. Voor het eerst in zes weken gaf Serge een teken van leven. Het leek wel alsof hij me zo wilde vertellen dat ik niet mocht opgeven, dat ik moest blijven vechten. Een echt kerstmirakel!

Vijf dagen later stopte Serge weer met ademen, maar de dokters namen toen contact op met een Gentse professor. Zij stelde meteen voor om een tracheotomie te doen, waarbij er via de hals een buisje in de luchtpijp wordt gestoken. En dat is zijn redding geweest, want enkele dagen later, op donderdag 7 januari, is Serge ontwaakt uit zijn coma.

Het is haast niet te geloven dat er alweer een jaar gepasseerd is. Serge heeft een lange weg afgelegd. Wandelen, praten, schrijven, slikken… Alles moest hij opnieuw leren. Maar op geen enkel moment heeft hij de moed laten zakken, dat is wat ik zo bewonder in hem. Als ik nu terugkijk, kan ik in alle eerlijkheid zeggen dat het de zwaarste tijd uit mijn leven is geweest. De onzekerheid, de angst, de machteloosheid.

Tegelijk hebben we tijdens de maanden dat Serge in het ziekenhuis lag te vechten voor z’n leven ook veel liefde, medeleven en warmte gevoeld. Er werden kaarsjes gebrand, er werd lekker gekookt voor ons, er vielen kaartjes in de bus en een vriendin kwam zelfs de kerstboom zetten. Om nog maar te zwijgen over de niet aflatende inzet van alle verpleegkundigen in het ziekenhuis! Dat is wat we ons vooral willen herinneren.

Kerstmis is hét feest van de liefde en de hoop, en dat gaan we nu vieren. We klinken op elkaar, op onze zoon, op alle mensen die ons een hart onder de riem hebben gestoken en bovenal… op de toekomst.”

Caroline

Na drie jaar proberen had Caroline op kerstavond eindelijk een positieve zwangerschapstest in handen.

“Toen ik die positieve test in mijn handen had, stroomden de tranen van geluk over mijn wangen”

Caroline (32): “Het was op kerstavond, nu drie jaar geleden, dat ik me al de hele dag niet geweldig voelde. Wat ongemakkelijk, een beetje misselijk ook. Ik herinner me nog goed dat ik naar het toilet ging, en mijn voorraad zwangerschapstesten zag liggen. Zou het eindelijk, na drie lange jaren, gelukt zijn? Toen ik enkele minuten later een positieve test in mijn handen had, stroomden de tranen over mijn wangen. Tranen van geluk, en niet langer van verdriet…

Drie jaar eerder beslisten mijn man Marc en ik dat het tijd werd voor een halfbroertje of halfzusje voor Lina, mijn dochtertje uit een vorige relatie. Maar we wisten allebei dat het niet makkelijk zou worden, want Marc en ik hadden in het verleden al wat gesukkeld met onze gezondheid. Toen ik na een jaar nog altijd niet zwanger was, werden we doorverwezen naar een fertiliteitskliniek. Maar na zes inseminatiepogingen was er nog altijd niets gebeurd. Elke maand hoopten we dat het zou lukken, en elke maand wandelde ik het ziekenhuis uit met het gevoel: alwéér mislukt.

Toen we uiteindelijk aan het ‘echte werk’ begonnen, ivf, kreeg ik opnieuw hoop. Op 6 december werd een van de twee overlevende embryo’s teruggeplaatst en twee weken later, op kerstavond dus, bleek ik zwanger te zijn. Ik was blij, maar ik bleef voorzichtig. Ik was nog geen drie weken ver. Ik besliste om het nog even voor mezelf te houden, tot mijn eerste bloedcontrole twee weken later.

Dat ik op het kerstfeest geen glas wijn dronk, was gelukkig niemand opgevallen. Zelfs Marc niet. Pas toen ik hem begin januari vertelde dat we een kindje zouden krijgen, en dat ik het eigenlijk al wist op kerstavond, viel z’n frank.

Intussen zijn Marc en ik al twee jaar de trotse mama en papa van Louen, en is Lina een al even fiere grote zus. Of we hem later willen vertellen over de lange en soms moeilijke weg? Waarschijnlijk wel, al hebben we geen woorden nodig om te tonen hoe graag we hem zien.”

Delphine

Delphine mocht op 31 december haar veel te vroeg geboren kindje mee naar huis nemen.

Delphine (33): “Oktober 2014. Na net geen zevenentwintig weken zwangerschap werd ik opgenomen in het ziekenhuis, mijn vliezen waren die nacht gebroken. Elf weken platte rust, dat was het plan. Maar dat was buiten ons ongeduldige meisje gerekend. Nog geen twee weken later werd ze al geboren.

“Ik kwam uit het ziekenhuis met een It’s a girl-ballon, maar zonder baby”

Ik was héél blij met mijn kleine wondertje, maar tegelijk doodsbang. Laura was extreem prematuur, waardoor ze onmiddellijk naar neonatologie werd gebracht. Daar werd ze meteen aan de beademing gelegd, en ook haar hartje was nog niet helemaal dicht. Die eerste dagen waren ingrijpend. Ik zie mezelf nog uit het ziekenhuis komen met een ballon in mijn hand waarop in grote letters ‘It’s a girl’ geschreven stond, maar zonder baby. Mijn meisje lag enkele verdiepingen hoger in een bedje met honderd-en-een kabeltjes en draadjes.

Eerlijk? Ook al zag ik Laura élke dag, het moedergevoel bleef lang achterwege. Ik durfde me niet te hechten aan mijn dochter, uit schrik haar te moeten afgeven. Op 31 december, vijfenzeventig dagen na haar geboorte, mochten we Laura eindelijk mee naar huis nemen. Als het aan de dokters had gelegen, had ze waarschijnlijk nog wat langer moeten blijven. Maar ik denk dat ze ons niet weer wilden teleurstellen. (lacht) Het was per slot van rekening oudjaar!

Dat we een zwaar jaar in schoonheid mochten afsluiten, heeft ons hoop gegeven voor de toekomst. Die moeilijke momenten zijn we niet vergeten, maar nu, zeven jaar later, zijn het de kleine gelukjes waar ik vooral aan terugdenk. Het moment dat ze één kilogram woog, de eerste keer dat ik haar handje in mijn hand voelde, het eerste flesje dat we mochten geven, de dag dat we samen naar huis mochten… Tot nu, het moment dat ze ’s avonds bij ons in de zetel kruipt en zegt: ‘Ik hou van jullie.’ ”

Marijke

Marijke had meer dan tien jaar geen contact met haar vader, tot ze op kerstavond besliste om bij hem aan te bellen.

Marijke (53): “Meer dan tien jaar was mijn vader niet in mijn leven. Ik moet een jaar of twaalf zijn geweest toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ik herinner me nog dat ik na school thuiskwam, en papa er niet was. ‘Wanneer komt papa thuis? Ik heb honger’, zei ik nog tegen mama. ‘Nooit meer’, snikte ze. ‘Hij heeft een ander.’

“Mama wilde niet dat ik hem nog ‘papa’ noemde, dat verdiende hij niet”

De maanden gingen voorbij, maar papa zagen we niet. Als ik vroeg of ik naar hem mocht gaan, had mama altijd wel een antwoord klaar. Dat hij me niet wilde zien, dat hij het te druk had met zijn nieuwe gezin, dat hij het niet waard was… Toen hij dan toch aan de deur stond, herkende ik mijn papa niet meer. Het weinige haar dat hij nog had, lag anders, hij droeg van die glimmende schoenen en een hemd, terwijl hij vroeger best nonchalant kon zijn. En dan dat parfum, vreselijk! Mama wilde trouwens niet dat ik hem nog ‘papa’ noemde, dat verdiende hij niet.

Al die dingen hebben ons uit elkaar gedreven. De eerste twee, misschien drie jaar, ging ik zo nu en dan bij hem en zijn nieuwe vriendin op bezoek, tot hij langzaam helemaal uit mijn leven verdween. Of ik mijn papa gemist heb in mijn tienerjaren? Ik heb me weleens afgevraagd of hij ooit nog aan me dacht, maar echt missen? Ik miste niet zozeer míjn papa, wel een vader, een man in huis.

Het was pas toen ik de twintig gepasseerd was, dat papa weer meer in mijn gedachten kwam. Toen ik zwanger was, fluisterde mijn man tegen mijn bolle buik: ‘Papa belooft dat hij er áltijd voor je zal zijn.’ Het was lief, maar tegelijk ook triest, want ik vroeg me af: heeft mijn vader die belofte vroeger ook gemaakt? Heeft hij spijt? Doet het hem iets dat zijn dochter een vreemde voor hem is geworden? Mijn man moedigde me aan om een antwoord te zoeken op mijn vragen. ‘De enige die je daarbij kan helpen, is je vader’, zei hij.

“Uitgerekend op kerstavond besliste ik om naar hem toe te gaan. Hoogzwanger.”

Het heeft een tijdje geduurd om al mijn moed bij elkaar te rapen, en uitgerekend op kerstavond besliste ik om naar hem toe te gaan. Hoogzwanger. Met een trillende hand belde ik aan en aan de schaduw door het raam zag ik meteen dat het mijn vader was die naar de deur kwam. Dat ik de laatste was die hij had verwacht, was duidelijk te zien op z’n gezicht. ‘Mijn kleine muis’, fluisterde hij. Zijn kleine muis, zo noemde hij me altijd toen ik klein was. Hij was me dan toch niet vergeten.

Minuten hebben we zwijgend aan de deur gestaan, tot zijn vrouw erbij kwam. Die vrouw voor wie hij ons jaren eerder in de steek had geleden. ‘Marijke, kom binnen, het is toch veel te koud om buiten te blijven staan.’ De hele avond ben ik bij hen gebleven. Ik vroeg hem waarom hij was weggegaan, waarom hij me nooit heeft opgezocht. Toen pas besefte ik dat er twee kanten zijn aan elk verhaal. Mama zag hem als de grote slechterik, maar voor hem was hun huwelijk gewoon op. Hij wilde me wel zien, maar dat liet mama nooit toe. Uiteindelijk kon hij niet anders dan opgeven.

Later op de avond is mijn man is nog gekomen. Ik had hem gevraagd mijn doos met foto’s mee te brengen. Foto’s van mij als kind, samen met papa. Maar evengoed van de tijd zonder hem. En niet te vergeten: de laatste echo van ons kindje. Dat kwam toch wel even binnen. Nu, twintig jaar na de verzoening, noem ik hem niet meer papa, maar opa. Een rol die hij met glans vervult. Ik weet dat we de verloren tijd niet kunnen inhalen, maar dat is oké. Dat hij zo’n geweldige opa is, dat is wat ik koester.”

Meer wondere kerst- en nieuwjaarsverhalen lees je in Libelle 51/2021.

Tekst: Diny Thomas

VERDER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!