Deze lezeressen getuigen: “Het is een mirakel dat ik nog leef”

Deze lezeressen getuigen: "Het is een mirakel dat ik nog leef"

Heel soms denk je: dat kán toch niet? Dat is zeker en vast het geval bij wat deze lezeressen, die ooit de dood in de ogen keken, overkwam. Sandra en Evelien blikken terug op hun ervaring.

Sandra kwam ongeschonden uit een zwaar auto-ongeluk

“Ik heb ongelofelijk veel geluk dat ik mijn verhaal nog kan vertellen, want op de plek van mijn ongeluk overleden drie weken later twee jongeren…”

Sandra: “Ik had die nacht tot laat gewerkt. Ik had een fulltime job, maar hielp mijn tante in het weekend nog in haar café. Het was een mix van plezier en noodzaak: ik stond alleen in voor de opvoeding van mijn zoon, die het volgende jaar zou gaan studeren en kon de centjes goed gebruiken. En intussen waren de meeste mensen in het café vrienden geworden, dus ik had ook nog eens mijn sociale contacten. En toch dacht ik die noodlottige nacht nog dat ik ermee op moest houden. Ik was moe, zo moe. De hele week ging ik werken van negen tot vijf, en op vrijdag, zaterdag én zondag ging ik helpen in het café, vaak tot twee, drie uur ‘s nachts. Ook al was het geld heel welkom, dit kon ik niet meer volhouden, bedacht ik toen ik de snelweg afreed.

Het was nog hoogstens tien minuten rijden van de afrit naar mijn huis, en toch ging het in die tijd mis. Heel even moet ik zijn ingedommeld. Het volgende wat ik weet, is dat ik door de lucht vloog, mijn auto ging overkop. In een kwestie van seconden had ik wel duizenden gedachten. Mijn zoon, daar dacht ik vooral aan. Hoe het verder moest met hem, als ik er niet meer was. Wat er gebeurd was. Hoe ik hieruit zou komen. Als in een vertraagde film zag ik mezelf overkop gaan, in een reflex nam ik mijn stuur zo stevig mogelijk vast om me ergens tegen af te kunnen zetten.

Het volgende moment lag mijn wagen op zijn kop in de gracht, een auto was al gestopt, een meneer kwam roepend aangelopen. Achteraf bleek dat hij wel vijf minuten heeft staan roepen tegen mij, maar het drong niet door. Het was alsof alles om me heen nog altijd in slow motion verder ging, alsof zelfs geluid gedempt binnen kwam. Eindelijk hoorde ik hem: ‘Gaat het? Gaat het?’ bleef hij maar vragen. Versuft probeerde ik te voelen of ik oké was. ‘Ik denk het wel’, moet ik hebben gezegd, maar weer: ik herinner het me niet. Ik ben met zijn hulp uit de auto geklauterd, toen kwam de ziekenwagen aangereden. Ik wilde geen check-up, maar de ambulancier drong aan. Soms ben je blijkbaar in shock, waardoor je pijn niet voelt, en hij kon zich bij het zien van het wrak niet voorstellen dat ik niets had.

”De man die me gered had, had foto’s gemaakt van wat er overbleef van mijn auto. Helemaal in elkaar gedeukt, ik kon me zelfs niet voorstellen dat ik daar in had gezeten”

En toch, in het ziekenhuis werd ik doorgelicht, maar alles was oké. Geen schrammetje had ik. De dokters wilden me toch een nacht houden, niemand kon geloven dat me niets scheelde, het wrak van mijn auto was niet om aan te zien. De volgende ochtend, toen mijn zoon me kwam bezoeken met mijn mama, waar hij in het weekend logeerde, drong het pas écht door hoeveel geluk ik had gehad. Mijn ‘redder’ was er immers ook, hij had foto’s gemaakt van wat overbleef van mijn auto. Helemaal in elkaar gedeukt, ik kon me zelfs niet voorstellen dat ik daar had ingezeten!

Koen, de man die me uit het wrak had geholpen, vertelde dat hij echt het ergste vreesde toen hij mijn wagen voor zich zag buitelen. In het lang en breed legde hij uit wat er allemaal was gebeurd de voorbije nacht, en allemaal beseften we wat voor geluk ik had gehad.

Diezelfde dag nog mocht ik het ziekenhuis verlaten, ik heb niets overgehouden aan mijn nachtelijk avontuur. Hoewel… Ik heb mijn leven omgegooid. Ik stopte met het helpen in het café, mijn zoon nam een weekendjob en legde al zijn geld opzij om mee te helpen betalen voor zijn kot het komende jaar. Met tranen in de ogen heb ik gekeken naar hoe knap hij dat deed, zonder zelfs maar een beetje hulp van mij te willen.

En er is nog een bijzonder souvenir aan mijn ongeluk: Koen, mijn redder, werd ook mijn vriend. Het meest romantische ‘hoe hebben jullie elkaar leren kennen’-verhaal, inderdaad. Een echt mirakel, zoveel is zeker…”

Evelien kreeg een hartstilstand, maar hield daar niets aan over

“Mijn man en kinderen dachten dat ik gewoon flauwviel. Mocht mijn oom, die ambulance-chauffeur is, niet meteen zijn beginnen te reanimeren, dan was ik er niet meer”

Evelien: “Achteraf gezien had ik wel een paar vage klachten die konden worden teruggevoerd op een aangeboren hartritmestoornis, maar eigenlijk had ik er nooit iets van gemerkt. Tot mijn man en ik met de kinderen naar de verjaardag van mijn oom en tante gingen. Ik stond net in de inkomhal, toen ik in elkaar zakte. Mijn man, die op het werk een EHBO-cursus kreeg, en mijn dochter, die de lessen op school had, dachten dat ik gewoon was flauwgevallen. Het was mijn oom – ambulance-chauffeur – die meteen doorhad dat er iets veel ernstigers aan de hand was.

Terwijl de ziekenwagen werd gebeld, is hij meteen met reanimatie gestart. Toen de ambulance er eenmaal was, kreeg ik wel vijf keer een shock, ze zijn toch een dik kwartier met me bezig geweest, er waren momenten dat ik totaal geen hartslag had. Mijn kinderen, man, de familie, iedereen was er gewoon bij.

Ik weet er zelf niets meer van. De dag voor het gebeurde, is uit mijn geheugen gewist, de dag zelf ook. De dagen erna werd ik in coma gehouden, om mijn organen zoveel mogelijk te laten rusten en mijn hersenen alle mogelijke zuurstof te gunnen. Want dat is blijkbaar het grootste probleem bij een hartstilstand: het zuurstoftekort. Vier tot zes minuten zonder zuurstof op zo’n moment is voldoende om een blijvend hersenletsel op te lopen. Daarom is wat mij overkwam zo’n mirakel: normaal gezien kom je niet zonder hersenschade uit een hartstilstand.

De twee dagen dat ik in coma lag, wist niemand hoe ik zou wakker worden. Vooral mijn oom, die door zijn werk veel ervaring heeft en al heel veel zag, was heel bezorgd. Hij wist immers dat het er niet goed uitzag voor mij… Toen ik werd wakker gemaakt, was alles schemerig in mijn hoofd, maar ik was wél meteen mezelf.

Zelf ben ik nooit in paniek geweest, eigenlijk. Ik weet er gewoon nog te weinig van, en vanaf het moment dat ik echt helder was, dacht ik gewoon aan beter worden. Ik kreeg een ICD, een Interne Cardio defibrilator ingeplant. Als er nu storinkjes zijn in mijn hartritme, geeft die een impulsje. En bij een nieuwe hartstilstand krijg ik intern een schok om de boel weer in gang te trekken. Daar hou ik me aan vast: ik heb eigenlijk een ingebouwde beveiliging nu. Omdat de ICD eerder ingrijpt, wordt de kans op een nieuwe hartstilstand kleiner, en in het ergste geval zal hij me ook helpen. Daar ben ik wel een beetje benauwd over, ik kan me niet voorstellen hoe zo’n schok voelt, ook al heb ik er bij mijn reanimantie vijf gekregen. Mijn ribben waren achteraf gekneusd, dat is het enige wat ik me nog herinner…

Na tien dagen ziekenhuis moest ik zes weken platte rust houden thuis. Niet makkelijk voor iemand als ik, die nooit kan stilzitten. Maar het heeft me wél de tijd gegeven om na te denken. Ik heb beseft dat ik een echte geluksvogel ben. Als ik die hartstilstand in de winkel had gekregen, of gewoon op straat, dan had ik het nu niet meer kunnen navertellen. Dat is akelig om bij stil te staan, maar ik zie het liever andersom: ik heb gewoon ongelofelijk veel geluk gehad, en daar wil ik heel erg van genieten in de toekomst.

“Mijn hele visie op het leven is veranderd door wat me is overkomen. Waar maken we ons toch zo druk om?”

Mijn hele visie op het leven is veranderd door wat me is overkomen. De hele ratrace waar we met zijn allen in zitten: waar maken we ons toch zo druk om? Ik heb aan den lijve ondervonden hoe kwetsbaar we uiteindelijk zijn. Als ik nu iemand hoor zeuren over niets, denk ik al snel: ‘Geniet, morgen is het misschien allemaal voorbij‘.

Ik was al vrij nuchter, maar nu maak ik me nog minder druk om dingen. Als het nu niet lukt, dan kan het misschien morgen wel. Dat heb ik moeten leren hoor, het was behoorlijk frustrerend om niets meer te kunnen en nul conditie te hebben opeens. Ik was een vrij sportieve vrouw, maar door de hartstilstand was dat in één klap allemaal weg.

En ook emotioneel moesten we allemaal bekomen van de impact van wat er gebeurde. Als ik me in het begin verslikte, sprongen mijn man en kinderen verschrikt op, bang dat het weer misging. Een keer ging er een alarm af in mijn ICD – achteraf bleek het om vals alarm te gaan. Mijn man vertelde achteraf dat hij ‘s avonds toch even keek of ik nog wel ademde…

Zelf had ik er misschien nog het minste last van. Natuurlijk voelde ik achteraf af en toe angst. De eerste keer dat ik weer met de wagen mocht rijden, bijvoorbeeld. Ik had stoer aan mijn collega’s gezegd dat ik hen zou komen bezoeken als ik groen licht kreeg van de specialist. Maar toen ik ‘s morgens in de auto stapte, kon ik het toch niet laten te denken: ‘Wat als de ICD nu afgaat terwijl ik op de snelweg zit?’ Maar ik heb toch de sleutel van mijn wagen omgedraaid: ik wilde mijn leven niet laten leiden door de angst. Ik heb een tweede kans gekregen, waarom zou ik die dan laten verpesten door angst?

Een mirakel zoals dat van mij gebeurt je niet zo vaak. Dat moet je dankbaar aanvaarden, met beide handen. En er het best mogelijke uithalen, elke dag opnieuw. En dat doe ik!”

Tekst: Frauke Joossen – Libelle 2017 – Coverbeeld: Getty Images

Lees ook deze straffe verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)