Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Comme chez Koen: “Die avond krijg ik te horen dat mijn zoon blijkbaar een soort van held is”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Eek, er zit een schorpioen in mijn kamer!” De kreet van de dertienjarige Jill, dochter van een bevriend koppel dat op bezoek is, galmt door heel het huis. Ik loop naar haar kamer, pak met een papiertje de schorpioen van de muur en werp hem door het raam naar buiten. Jill kijkt mij aan met een mengeling van doodsangst en bewondering. “Ben jij dan niet bang dat hij je bijt?”

“Schorpioenen bijten niet, ze steken”, antwoord ik.

Het onvermijdelijke ‘duh’ valt, en het meisje vraagt: “Maar als zo’n beest je steekt, moet je dan niet meteen naar het ziekenhuis?” Ik begin te lachen. “Natuurlijk niet, een prik van een schorpioen is niet pijnlijker of gevaarlijker dan die van een wesp.”

“Maar ik heb gehoord…”, zegt het meisje, zonder haar zin af te maken.

Jij hebt waarschijnlijk iets te vaak naar ‘Animal Planet’ gekeken”, grap ik. “Misschien zijn er in verre woestijnlanden wel schorpioenen die gevaarlijk zijn, maar hier niet. Je mag op beide oren slapen.”

Ondertussen is Jills papa erbij gekomen. Als hij hoort wat er gebeurd is, neemt hij zijn dochter in de armen en probeert haar gerust te stellen. “Maar papa, ik doe deze nacht geen oog dicht. Wie weet wat er hier in het donker nog allemaal over de muren kruipt”, jammert Jill.

“Misschien zijn er in verre woestijnlanden wel schorpioenen die gevaarlijk zijn, maar hier niet. Onze gasten mogen op beide oren slapen”

Wanneer wij wat later buiten op het terras zitten te aperitieven en ik een fles bubbels open, neemt zoon Kwinten het meisje op sleeptouw naar ons petanquepaadje in de tuin. Papa Marc en mama Els lachen wat ongemakkelijk als het schorpioenincident opnieuw ter sprake komt: “Bij ons thuis is Jill al doodsbang als er een spin onder haar bed zit.” Het bevriende koppel is op de terugreis van Spanje en rijdt morgen door naar België.

“Nu het buiten kouder wordt, gaan de beestjes op zoek naar een veilig plekje voor de winter”, zeg ik. “Maar het gebeurt niet vaak dat ze binnen in huis geraken. Natuurlijk moet dat net nu gebeuren, en net in de kamer van Jill…”

“Ach, anders moet ze maar bij ons in bed slapen”, stelt Els voor. Maar dat is buiten Marc gerekend. “Niks van, daar gaan wij niet in mee. Ze gaat verdomme elk weekend naar de scouts, dus moet ze maar eventjes door de zure appel bijten.”

Ik laat de kurk luid ploffen, in de hoop het gesprek van onderwerp te doen veranderen. Met de steun van Ilse, die er net met hapjes aankomt en honderduit vragen begint te stellen over de Spaanse vakantie van onze vrienden, lijkt dat te lukken. Het koppel loopt nog over van de voorbije vakantieromantiek en haalt de gsm’s boven om ons een rij zalige foto’s te tonen. Terwijl zij aan het vertellen zijn, druipt de spijt van hun gezicht dat de vakantie zo snel voorbij is gegaan en dat morgen de terugtocht naar huis weer begint. Het leed van Jill verdwijnt naar de achtergrond.

Maar een luide gil achter in de tuin, weer van Jill, die dit keer niet bang is maar blij, dat ze bij het petanquen een mooie worp heeft gescoord, leidt de aandacht opnieuw naar dochterlief. “Ons meisje moet vannacht wel goed kunnen slapen”, neemt Els de draad weer op. “Want morgen moeten we duizend kilometer rijden.” Ik zie aan Marcs verveelde blik dat hij het niet ziet zitten om met z’n drieën in een tweepersoonsbed te slapen. Hij zucht: “Dan moet ze maar bij jou slapen en dan slaap ik in haar kamer.”

Net op dat ogenblik komen Jill en Kwinten bij ons op het terras zitten. Jill heeft die laatste opmerking van haar vader gehoord en heeft blijkbaar besloten dat ze bij de twee jaar oudere jongen niet als een doetje wil overkomen, want ze zegt moedig: “Oh, praten jullie nog altijd over dat schorpioentje? Dat ben ik allang vergeten hoor!”

Ik zie aan Kwintens ogen dat hij binnenpret heeft, en als we wat later allebei in de keuken zijn, vraag ik hem wat er gebeurd is.

“Je weet wel, die grote keien langs de petanquebaan, waaronder graag schorpioenen zitten? Ik heb er een opgetild, heb een schorpioen over mijn hand laten kruipen en haar getoond dat hij jou niets doet als jij hem niets doet.”

Als Marc Jill die avond naar bed brengt en weer bij Els en ons komt zitten, knipoogt hij naar mij: “Jouw zoon is blijkbaar een soort van held.”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!