Comme chez Koen: “Ik haal diep adem wanneer Kwinten mij vraagt waarom de Pieten eigenlijk zwart zijn”

Comme chez Koen: "Ik haal diep adem wanneer Kwinten mij vraagt waarom de Pieten eigenlijk zwart zijn"

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

“Papa, ik vrees dat ik je hulp nodig heb voor een spreekbeurt!”

“Kwinten komt mijn schrijfkamer binnen, ploft zijn rugzak neer en gaat met een diepe zucht tegenover mij zitten. Omdat hij van nature geen zuchter is en bijna nooit hulp vraagt voor schoolse dingen, begrijp ik dat er meer aan de hand is.

Die van aardrijkskunde begon over typische gebruiken en feesten en iedereen met een vreemd tintje in de klas moest een voorbeeld geven. Dewi had het over de Dag van de Stilte in Indonesië, Kamal over het Suikerfeest en toen ik aan de beurt kwam, ben maar over Sint-Maarten begonnen.’

De Goedheiligmannen Maarten en Nicolaas zijn altijd al zijn favorieten geweest. Omdat Ilse’s familie van Erembodegem komt en ze daar Sint Maarten vieren in plaats van Sinterklaas, terwijl mijn roots eerder bij de goede Nicolaas liggen, heeft hij van kindsbeen af ‘twee keer prijs’ gehad, zoals hij het glunderend noemde. En hoewel hij ondertussen vijftien is, vindt hij op 11 november en 6 december toch nog altijd een bord met letterkoekjes, mandarijntjes en chocoladefiguurtjes op de ontbijttafel.

De echte Sinterklaas-hype uit België heeft Kwinten natuurlijk nooit ‘live’ ondervonden, omdat wij de Sint altijd in Frankrijk vierden, dus hij kent de Goedheiligman en zijn helpers enkel van de televisie.

Vanmorgen was hij dan ook stomverbaasd toen een zichtbaar geërgerde klasgenote hem onderbrak en zei: ‘Ik heb op Instagram een post gezien: dat feest van jou is plat racistisch.’

De blik die hij mij toewerpt terwijl hij het mij vertelt, doet me denken aan de verontwaardiging op zijn gezicht toen hij begon te twijfelen aan de Sint en ik hem vertelde dat het inderdaad om een traditie ging die door ouders voor hun kinderen in stand wordt gehouden. Ik herinner mij nog de opvolging van zijn emoties: eerst een soort kwaadheid à la ‘jullie hebben tegen mij gelogen’, dan een bezorgd besef van ‘is het dan vanaf nu gedaan met de cadeautjes?’ en vervolgens: ‘En de klokken van Rome? Zeg me nu niet dat die ook gewoon een verzinseltje zijn!’ We lachen ons nog elk jaar een kriek bij die anekdote.

Maar nu lacht hij niet. Hij vraagt: ‘Zijn de Pieten inderdaad zwart, omdat wij blanken vonden dat de rol van knecht door een gekleurde medemens moest worden vervuld?’ Ik haal diep adem en graaf in mijn herinnering naar het oorspronkelijk verhaal van Sint-Nicolaas, de heilige man uit Myra in Klein-Azië, en hoe daar later onze Sinterklaasfiguur uit ontstaan is.

“Ik haal diep adem wanneer Kwinten mij vraagt waarom de Pieten eigenlijk zwart zijn”

Dus er is helemaal niks racistisch aan?’ besluit Kwinten. Hij is duidelijk onthutst over de kritiek op een feest dat hij voor altijd met zijn heerlijke kindertijd verbindt. ‘Je moet alles in zijn tijd zien’ zeg ik voorzichtig. ‘Ik denk niet dat er moderne ouders bestaan die bewust racistische gedachten hebben bij de figuur van Zwarte Piet…’

Hij slaakt een zucht van opluchting.

‘… Maar eigenlijk doet dat er de dag van vandaag niet toe’, ga ik verder, ‘eigenlijk moeten wij ons gewoon afvragen of de traditie zoals wij ze tot nu toe kenden absoluut en onveranderd zo moet worden verdergezet.’

Wat bedoel je?’ vraagt hij achterdochtig.

Ik vraag met de glimlach: ‘Hoe belangrijk vond jij zelf de kleur van Zwarte Piet?’

Kwinten haalt zijn schouders op. ‘Ik vond vooral de cadeautjes belangrijk. En Sinterklaas op zijn paard. De Pieten hielpen gewoon.’

‘Dus die mochten wat jou betreft ook groen, geel of blauw zijn?’

Hij lacht: ‘Het zijn natuurlijk geen Smurfen hé papa, maar of ze nu wit, geel, groen of zwart waren, dat zou me koud gelaten hebben.’

En stel dat er nu een zwart kind in je klas gezeten had, dat zich verbijsterd afvroeg waarom de man op het paard wit was en zijn knechten zwart?’

Dan zou ik het uitgelegd hebben dat de kleur er eigenlijk niet toe doet, dat het om het verhaal, de cadeautjes en het lekkers gaat.’ Hij denkt na over zijn eigen woorden en begint te lachen.

Dan denk ik dat je al aardig in de buurt bent van een interessante spreekbeurt’, zeg ik.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)