Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Comme chez Koen: “Plots merk je dat het leven van tieners nu een stuk complexer is dan het leven tijdens onze eigen schooltijd”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Ilse komt thuis van school en ik zie meteen dat er iets scheelt. Zij begeleidt er kinderen met leermoeilijkheden en een van die kinderen heeft het hard te verduren.

“De ouders van Louis waren vandaag op school” zucht zij. “Ze zijn ten einde raad, zijn moeder huilde aan een stuk door.”

Ilse heeft mij al over Louis verteld. Het is een lieve, attente dertienjarige, maar door zijn concentratieproblemen valt hij natuurlijk op in de klas, en sommige kinderen noemen hem ‘achterlijk’.

Het Franse schoolsysteem verschilt van het Belgische, in die zin dat ‘probleemkinderen’ niet zomaar afvloeien naar bijzondere onderwijsinstellingen, maar individuele hulp krijgen in een gewone school. Zo’n kind zit dus met een coach naast zich in de klas. Enerzijds is dat fantastisch, anderzijds zet dat de gebreken van het kind ook voortdurend in de kijker. Ik kan me Ilses frustratie voorstellen.

“Kijk” zegt Ilse, “je hebt van dat pestgedrag dat heel duidelijk is en waar je relatief makkelijk iets aan kan doen, maar Louis wordt niet gepest, hij wordt gewoon de hele tijd gemeden en voelt zich helemaal alleen.”

“En de klastitularis?” vraag ik.

“Die heeft wel al met de klas gepraat, maar dat heeft niet geholpen. Er was zelfs een meisje dat zei dat haar ouders bezorgd waren om háár, omdat iemand als Louis het niveau van de klas naar beneden haalt. Dat vat het zowat samen.”

Kwinten is klaar met zijn huiswerk en komt erbij zitten. Als hij hoort waar ons gesprek over gaat, zegt hij dat hij zijn mama helemaal begrijpt. Vorig jaar zat er in zijn klas ook een leerling met speciale begeleiding.

“En hoe verliep dat dan?” vraag ik. “Werd die jongen ook uitgesloten door de rest van de klas?”

Kwinten haalt zijn schouders op. “Hij had inderdaad maar weinig contact met ons” knikt hij, “maar dat kwam ook omdat hij sommige vakken niet met ons mee volgde en één dag per week zelfs helemaal afwezig was.”

“Ja, dat is zo” zegt Ilse, “soms volgen ze een dag per week gedragstherapie of zo in een gespecialiseerde instelling.”

“En je hebt natuurlijk ook niet te kiezen” zegt Kwinten.

Ilse en ik kijken hem verbaasd aan. “Wat bedoel je daarmee?”

Plots volgt er een verhaal waarover hij het in al die jaren niet heeft gehad. Hoewel hij op school nog nooit gepest werd, is er wel altijd de druk van enkele haantje-de-voorstes in de klas. In élke klas, élk jaar. “Tegen hen kan je je maar beter gedeisd houden” zegt hij. “Ik heb gevallen gezien van jongens of meisjes die tegen de wind in gingen: voor ze het goed en wel beseften, lagen ze uit de groep…”

“Dus jij bedoelt: als zo’n chefje van de klas beslist dat er met een ‘speciale’ leerling geen contact wordt gemaakt, dan volgt iedereen?”

Zijn opmerking blaast me natuurlijk niet van mijn sokken, we zijn immers allemaal ooit vijftien jaar geweest. “Maar in mijn tijd durfden we toch wel meer voor onze eigen mening uitkomen hoor” zeg ik.

Kwinten rolt met zijn ogen. “In jouw tijd was het leven ook een stuk makkelijker.”

“Dat vind ik nu net niet” zeg ik. “Wij moesten onze boontjes vaker zelf doppen, de school greep veel minder in als er problemen waren.”

Kwinten schudt stil zijn hoofd.

“Wat?” vraag ik.

“De school heeft enkel zicht op wat er in de klas gebeurt, papa. In jouw tijd ging je na school naar huis en liet je schoolproblemen achter je. Nu pak je via je sociale appjes op je gsm alles mee naar huis. Diezelfde gasten die in je klas bepalen uit welke richting de wind waait, doen dat ook op Instagram en consoorten. Voor je het weet lig je uit die groepjes, en dat wil je niet meemaken.”

“Daar sta je dan als ouders. Al van in de lagere school ben je waakzaam en pols je regelmatig of hij wel gelukkig is op school”

Daar sta je dan als ouders. Al van in de lagere school ben je waakzaam en pols je regelmatig of hij wel gelukkig is op school. Pesten is immers hét codewoord waarover je overal leest en hoort. En je bent opgelucht wanneer hij je vertelt dat alles oké is.

Tot je op een dag als vandaag merkt dat ‘oké’ een relatief begrip geworden is en dat de wereld van de tieners van nu, in tegenstelling tot wat je al die jaren al dacht, een stuk complexer is dan het leven tijdens onze eigen schooltijd.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!