De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Getty Images

Krachtige vrouwen: Germaine ging na de dood van haar man en moeder in een sociaal verpleegtehuis werken

Door De Redactie

Het leven kan je voor zware beproevingen stellen. Maar het spreekwoord zegt: ‘What doesn’t kill you, makes you stronger.‘ In deze minireeks vertellen vijf lezeressen over hoe ze weer opveerden na hun tegenslag, en waar zij hun kracht uit putten.

Germaine was heel haar leven huisvrouw. Na de dood van haar man en moeder ging ze werken in een sociaal verpleegtehuis.

Groot verlies

“Ik vond het mijn plicht om nog wat van het leven te maken. Zo had mijn moeder me opgevoed: vijf minuten klagen en dan doorgaan”

Germaine (65): “Ik heb mijn man en moeder verloren in hetzelfde jaar, in 2016. Mama was 87 en had baarmoederkanker. Ik ben enig kind, ik deed zo veel mogelijk voor haar. We belden elke dag, ik deed de boodschappen en de laatste maanden, toen ze fel achteruit ging, verzorgde ik haar. Haar dood kwam niet onverwacht, maar dat doet altijd pijn natuurlijk.

Mijn man was al jaren hartpatiënt. Hij was zelf cardioloog, hij wist precies wat er met hem aan de hand was en welke pilletjes hij moest nemen (lacht). Maar toen hij een nieuwe pacemaker kreeg, heeft hij tijdens de operatie een herseninfarct opgelopen. Het was niet dat hij verlamd was of niet meer kon praten, maar de gewone dingen werden heel moeilijk. Zijn fijne motoriek was weggevallen, dus hij werd heel onhandig, mocht niet meer autorijden. Hij had ook erg veel nood aan rust – het geluid van de afwas of geloop om hem heen was storend. Maar hij mopperde niet hoor, hij zat de hele dag achter de computer en hij wist altijd alles. Als ik binnen kwam, legde hij me uit wat er gebeurd was in de wereld (lacht).

Elke dag zei hij: ‘Ik denk dat het mijn laatste dag is’. Hij zelfs zelfs eens zijn tweelingbroer uit Canada laten overkomen omdat hij dacht dat het zover was. Op den duur geloofde niemand hem nog (lacht). Toch heeft hij nog vijf jaar geleefd. Op een avond hoorde ik hem beneden roepen, ik lag al in bed. Hij was heel duizelig, had felle hoofdpijn. Ik heb de ambulance gebeld en ben hem gevolgd naar het ziekenhuis, en ook de kinderen waren snel bij hem. ‘We zijn hier allemaal bij je, het is goed’, heb ik hem gezegd. Ik weet niet of hij ons nog kon horen, maar hij is toen zachtjes gestorven. Je weet nooit van tevoren hoe je gaat reageren, maar ik was heel rustig. Het was mooi, hoe gek het ook klinkt. Ik had me altijd om kleine dingen druk gemaakt, en nu dacht ik: ‘het is maar beter zo’. Hij was 72, ik was elf jaar jonger, en ik had altijd gehoopt dat hij eerder zou gaan. Stel dat mij iets overkwam, wie zou dan voor hem moeten zorgen? Dan had hij ergens opgenomen moeten worden, dat wilde ik niet.

Mama heeft een vakantiejob

Hij is gestorven in oktober, die winter na zijn dood zat ik thuis. Ik heb veel vriendinnen en hobby’s, ik lees veel. Ik vond het niet erg om alleen te zijn, maar toch… op den duur werd het wat doelloos. Ik wilde nog iets maken van mijn leven. Mijn moeder had me zo opgevoed: je mag vijf minuten klagen en dan moet je doorgaan. Ik vond dat vroeger weleens hard, maar het heeft me toch erg vooruit geholpen in het leven. Weet je, iedereen maakt dingen mee, sommige mensen krijgen nog veel zwaardere dingen op hun bord. Ik vond het mijn plicht om nog wat van het leven te maken, voor mezelf maar ook om leuk te blijven voor de kinderen. Bovendien had ik wel een pensioentje, maar ik ging al eens graag shoppen, op citytrip, ik had m’n clubjes. En ik had geen zin om superzuinig te leven.

Ik was heel mijn leven huisvrouw geweest, maar van opleiding was ik verpleegkundige – ik had mijn man daar trouwens leren kennen. Een vriendin van de buikdans die in een zorgcentrum in Kerkrade werkte, sprak me aan: ze hadden handen tekort in de zomer, of ik geen zin had om te komen helpen. Het was een uur rijden van bij mij thuis, ik twijfelde. Maar ik dacht: laat ik het proberen, dan kan ik meteen zien of ik echt zin heb om weer te werken. De kinderen maakten daar grappen over: ‘Moeder heeft een vakantiebaantje op haar 62ste’ (lacht).

Ik heb er een zomer meegedraaid en werk er sindsdien halftijds. Het is een sociaal verpleegtehuis, er zitten veel drugs- en alcoholverslaafden, mensen met een psychische ziekte, mensen die niemand meer hebben ook. De meesten voor lange tijd, sommigen ook in de tijdelijke opvang. Hoe langer ik er werk, hoe meer ik een band krijg met hen. Ze kennen me allemaal bij naam. ‘Ah Germaine is er weer’, zeggen ze dan als ik toekom, en ‘je ziet er weer mooi uit!’ Ik maak ontbijt klaar in de eetzaal, help mensen uit bed, zet ze mee onder de douche… Er komen veel verpleegtaken bij, maar dat vind ik net leuk. En ik maak elke dag tijd voor een praatje met de mensen, dat vinden ze fijn. Of ik daar voldoening uit haal? Goh, daar ben ik eigenlijk niet mee bezig. Wel dat zíj er voldoening uit halen, dat het hen een gelukkig moment bezorgt. Dat is het allerbelangrijkste voor mij.”

Volgende week lees je het verhaal van Nowelle, die haar depressie overwon door te stoppen met zich te verzetten.

Uit: Libelle 20/2020 – Tekst: Annelies Dyck

Meer straffe verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content