Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

Mijn verhaal: de man van Kaat is het slachtoffer van racisme

Door De Redactie

Toon en Kaat wonen samen in het dorp waar Kaat is opgegroeid. Ze dacht dat Toon er best gelukkig was, tot hij op een dag vertelde met welke racistische opmerkingen en incidenten hij regelmatig te maken kreeg.

Kaat (37): “Mijn man Toon werd geadopteerd toen hij drie jaar oud was. Hij groeide op in een multiculturele stad waar iedereen wel een vriend, buur of familielid had met niet-Vlaamse roots. Een man met een bruine huidskleur, daar keek niemand van op, het was er niet meer dan normaal. In het dorp waar we nu wonen, en waar hij omwille van mij naartoe is verhuisd, wonen amper mensen met een andere huidskleur. Zo’n oer-Vlaams dorp, met een echte dorpsmentaliteit. Naar mijn gevoel was Toon er best gelukkig, tot hij die ene ochtend vertelde hoe hij zich écht voelde.

We stonden in de badkamer onze tanden te poetsen. ‘We moeten eens praten’, zei Toon ernstig. Een maand eerder was een van zijn beste vrienden totaal onverwacht gestorven, vijf dagen later was ik geopereerd omdat ik vruchtbaarheidsproblemen heb. We stonden allebei behoorlijk wankel op onze benen na zo’n maand vol emoties.

Met een gebroken stem vertelde hij dat hij iets had verzwegen voor mij. Al lang. Ik slikte, en wist dat wat ging komen niet goed zou zijn. En toen begon hij zijn verhaal. Dat er in die drie jaar dat hij in ons dorp woonde, behoorlijk wat incidenten waren geweest. Racistische incidenten. Ik kon mijn oren niet geloven. Hij vertelde over de kapper zonder afspraak waar hij drie zogezegd ‘vaste’ klanten had moeten laten voorgaan. Over de wildvreemde man die op hem was afgestapt tijdens een lokaal festivalletje en hem had toegesnauwd dat hij met zijn fikken van de kinderen moest blijven of hij zou hem kapot maken – alleen maar omdat het buurmeisje enthousiast dag was komen zeggen. Over de kerel die hem ‘vuile neger’ had toegesist toen hij voorbij wandelde. Over de uitstap met de collega’s waar hij door de security werd gevraagd het gebouw te verlaten, want er was een privérondleiding aan de gang. Dat hij bij die privérondleiding hoorde, dat wilde de man niet eens geloven. De lijst incidenten die hij opsomde, leek oneindig. Waarom hij zo lang had gezwegen? Omdat hij zich had geschaamd. Híj had zich geschaamd, terwijl hij er niet eens iets aan kon doen!

“Het racisme had diepe wonden geslagen bij Toon. Dat zag ik aan hoe hij het vertelde, aan hoe hij liep te piekeren, aan hoe hij ’s nachts lag te woelen.”

Voordien had ik er nooit bij stilgestaan dat er ook in mijn dorp racisme zou leven. Waarom zou het ook? Hier wonen amper kleurlingen. Ik ben zelf nooit in aanraking gekomen met racisme, dus ik was daar ook behoorlijk naïef in. Misschien ook omdat ik in mijn job als leerkracht wél elke dag in aanraking kom met kinderen wier ouders, grootouders of zijzelf van over de hele wereld komen. Ik zie zo vaak hoe zij, met al hun verschillende achtergronden, culturen en geloven, zo vriendschappelijk kunnen samenleven in een klas. Onbewust was ik ervan uitgegaan dat ook de rest van ons land zo is. Niet dus, zo bleek.

Het racisme had diepe wonden geslagen bij Toon. Dat zag ik aan hoe hij het vertelde, aan hoe hij liep te piekeren, aan hoe hij ’s nachts lag te woelen. Het had hem zo hard geraakt en gekraakt dat het ook zijn kinderwens had aangetast. Hij wilde niet langer kinderen. Niet in dit dorp, niet in deze maatschappij. Hij kon niet leven met de idee dat iemand zijn kinderen zou aandoen wat hem wordt aangedaan. Ik begreep hem. Maar mijn lijf en hoofd verzetten zich op alle mogelijke manieren. Ik lag te schokken, te rillen en te beven in bed. Ik huilde, jankte. Ik was boos. Niet op hem, maar op ons dorp, op extremisten, op racisten, op de wereld. We waren al een jaar bezig om kinderen te krijgen, en ik zag al helemaal voor mij hoe onze zoon of dochter zijn donkerbruine ogen en zwarte haar zou hebben. We hadden er al talloze mopjes over gemaakt: dat Toon zijn looks mocht doorgeven, en ik mijn zachtaardigheid en optimisme. Maar door de vooroordelen van één groep mensen werd nu dat hele toekomstbeeld onderuit gehaald.

Vooral het feit dat ik niets aan het probleem kan doen, maakt me moedeloos. Racisme is zo groot, zo immens. Ik kán dat de wereld niet uit helpen. Ook onze vrienden en familie reageerden verbijsterd. Ineens kreeg ‘racisme’ een gezicht. Het was niet langer een vaag probleem ergens in de wereld, maar óns probleem, dat een concrete impact heeft op echte levens. Niemand die ooit had gedacht dat het mijn man zou overkomen.

Hoe meer we ons verhaal vertellen, hoe meer boze, gefrustreerde, verdrietige reacties we krijgen, en hoe meer mijn man en ik beseffen dat we niet alleen staan. Net daarom wil ik niet langer zwijgen. Maakt iemand een flauwe, racistische mop op Facebook, dan reageer ik. Lees ik een post van Dalilla Hermans die recht door mijn hart gaat, dan deel ik die. Want dat heb ik geleerd: als we allemaal zwijgen, als iedereen – net als ik vroeger – zijn mond houdt en denkt: ach, domme racisten, ze weten niet beter, zonder te reageren, dan zal er nooit iets veranderen. En dat moet, want dat ben ik verschuldigd aan Toon, en aan mijn toekomstige kinderen. Want die zullen er komen, daar zijn we intussen uit. De racisten hebben ons misschien heel even doen twijfelen aan onze droom, onze toekomst nemen ze ons niet af.”

Uit: Libelle 02/2019

Meer lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes! seconden