Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Mijn verhaal: de vrouw van Didier zat dronken achter het stuur toen ze iemand aanreed

Door De Redactie

Iedereen weet dat dronken achter het stuur kruipen not done is. Toch deed Didiers vrouw het: ze keek te diep in het glas en veroorzaakte een auto-ongeval.

Didier (52): “Het gebeurde op een druilerige avond in de herfst van 2017. Ik was alleen thuis, zat wat tv te kijken. Mijn vrouw Anne was rechtstreeks van haar werk naar haar wekelijkse kookcursus gegaan. Op een gegeven moment viel het me op dat ze nog altijd niet thuis was. Ongerust was ik niet meteen, want ze ging na de kookles soms nog iets drinken met een paar medecursisten. ‘Hopelijk houdt Anne het bij thee’, schoot het door me heen. We hadden er al vaker woorden over gehad dat ze soms met een glaasje te veel op achter het stuur durfde plaats te nemen. Zij wuifde dat altijd weg, zei dat ik er te zwaar aan tilde en dat ze dan heus niet dronken was en nog perfect wist wat ze deed.

Rond middernacht ging de telefoon. Het was Anne, huilend en stotterend, met een verward en onsamenhangend verhaal. Over de regen, een kat, een jongen, een fiets, een ziekenwagen. Ze had een ongeval gehad. Nee, ze was niet in het ziekenhuis, maar op het politiebureau. Kon ik haar komen ophalen? Ik was verbazend kalm toen ik naar de politie reed en heb daar rustig zitten luisteren naar wat er die avond gebeurd was. Anne was op weg naar huis moeten uitwijken voor een kat die plotseling de weg overstak. Haar wagen was beginnen te slippen op het natte wegdek. Ze had een jongen op een fiets aangereden. Anne had gedronken, zo bleek uit de ademtest en daarna ook uit de ademanalyse. Stevig gedronken: ze had maar liefst 1,6 promille alcohol in haar bloed. Haar rijbewijs werd onmiddellijk ingetrokken.

Toen we weer thuis waren, ging Anne in de zetel zitten en staarde voor zich uit. Ik weet nog dat ik dacht: ik zou haar nu in mijn armen moeten nemen en zeggen dat het allemaal wel goed komt. Maar ik kon het niet. Ergens in een ziekenhuis lag een jongen, misschien wel zwaargewond. Hoe kon ik dan over mijn lippen krijgen dat het allemaal in orde zou komen? ‘Hoeveel had je precies gedronken?’, was het enige wat ik kon uitbrengen. Anne vertelde dat ze op het werk al een paar glazen wijn had gedronken, op een drink van een jarige collega. Tijdens de kookles was er ook een fles ontkurkt. En na afloop waren ze nog een afzakkertje gaan drinken. ‘Ik voel me zo schuldig’, snikte ze. ‘Daar is het te laat voor’, zei ik, waarna ik me omdraaide en naar boven ging. Ik wilde haar even niet meer zien.

Zelf heb ik nooit veel gedronken. Niet eens uit principe, ik vind alcohol gewoon niet lekker. Dat Anne wél graag een glaasje drinkt, vind ik prima, maar niet als ze nog moet rijden. Ik had er al vaak op aangedrongen dat ze een taxi naar huis zou nemen als ze wat op had, of naar mij zou bellen om haar te komen ophalen. Anne beloofde telkens om dat te doen, en ik denk ook echt dat ze dat meende. Maar op een of andere manier was ze dat de volgende keer, na een paar glazen, alweer vergeten.

“Bij een ‘gewoon’ ongeval zou ik haar getroost hebben, gezegd hebben dat alles goed zou komen. Nu was ik alleen maar woest op haar”

Bij een ‘gewoon’ ongeval zou ik medelijden met mijn vrouw hebben gehad. Ik zou haar gesteund hebben, maar nu was de afstand tussen ons te groot. Ik ben wel met haar meegegaan toen ze voor de politierechtbank moest verschijnen. De boete was niet mals en haar rijbewijs werd voor een hele tijd ingetrokken. Maar Anne gaf toen al aan dat ze niet van plan was om ooit nog achter het stuur van een auto te gaan zitten. En welke straf mijn vrouw ook gekregen zou hebben, de allerzwaarste straf was ontegensprekelijk voor die jongen.

Hij was zeventien jaar en fietste van een vriend terug naar huis toen Anne hem heeft aangereden. Hij had zware letsels aan één been, is een paar keer geopereerd en heeft maandenlang moeten revalideren. Zijn laatste jaar middelbare school heeft hij moeten overdoen, omdat hij te veel lessen gemist had. Gelukkig is hij intussen helemaal hersteld. Het had veel en veel erger kunnen aflopen.

Anne heeft vrij snel na het ongeval een brief geschreven naar de ouders. En een paar maanden later is ze op bezoek gegaan, om haar spijt te betuigen en haar verontschuldigingen aan te bieden. Ik ben niet met haar meegegaan, nee. Dit was haar verantwoordelijkheid, vond ik, en Anne vond zelf ook dat ze dit in haar eentje moest doen. Maar dat bezoek was wel een keerpunt, voor ons allebei. Rond die tijd ben ik een stuk milder geworden voor mijn vrouw, nadat ik maandenlang alleen maar woest op haar was geweest. Er zijn zelfs momenten geweest dat ik me heb afgevraagd hoe het verder moest met onze relatie als ik in Anne alleen maar de vrouw kon blijven zien die in dronken toestand een jonge mens had aangereden. Anne heeft zelf ook ooit aangegeven dat ze het niet meer kon verdragen om almaar die verwijtende blik in mijn ogen te zien. Maar we zijn bij elkaar gebleven en op de een of andere manier heeft de tijd zijn werk gedaan. Al is ons leven na die ene herfstavond drastisch veranderd en zal vooral Anne nooit meer dezelfde zijn.

Of ik haar vergeven heb? Ja, ik denk het wel. Ze heeft sinds het ongeval trouwens geen druppel alcohol meer gedronken en is niet van plan om ooit nog auto te rijden. En als ik haar niet kan vergeven, hoe kan ze dan ooit zichzelf vergeven?”

Uit: Libelle 16/2020 – Tekst: Carine Stevens

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!