Mijn verhaal: Flora’s zoon Mark leed zo ondraaglijk dat hij voor euthanasie koos

Mijn verhaal: Flora’s zoon Mark leed zo ondraaglijk dat hij voor euthanasie koos
Getty Images

Vier jaar geleden koos Mark, de broer van Libelle-columnist Marcel, voor euthanasie. In deze ontroerende getuigenis blikt moeder Flora terug op de laatste maanden van zijn leven: “Het is mooi dat het zo kon”.

“Mark was een lief en makkelijk kind, de middelste van drie. Zijn jeugd was fijn en onbezorgd. Niets wees erop dat hij later zo met zichzelf zou worstelen. ‘Hoogsensitief’ heeft een therapeut hem ooit genoemd. Als we nu terugkijken, klopt dat wel. Hij was heel rustig en kon zich urenlang alleen vermaken op zijn kamer. ‘Als ik een klas vol met kinderen als Mark had, was mijn baan heel makkelijk geweest’, zei een leraar ooit. Mark creëerde altijd een eiland van rust om zich heen. Tegen rommel of harde geluiden kon hij niet. Waar zijn oudere broer Marcel graag veel vrienden om zich heen had, was Mark liever dingen aan het doen. Hutten bouwen in de tuin, surfen of muziek maken. Hij was altijd uit op zekerheid, onbekende dingen vond hij eng. Zijn studie vliegtuigtechniek ging hem prima af, maar het was niet de ideale opleiding voor hem. Hij miste de creativiteit.

‘Waarom ga je niet naar een meer creatieve school?’, stelde zijn mentor voor. Mark wilde dat niet. Hij hield niet van veranderingen. Een jaar voor zijn dood heeft hij alsnog een
opleiding gevolgd aan de fotoacademie in Amsterdam. Hij maakte prachtige foto’s en genoot volop. Had hij dit maar eerder gedaan, zijn hart gevolgd. Zo zonde. Nu was het al te laat, zijn lichaam was op.”

Alcohol om de angsten te bezweren

Mark leidde jarenlang een ogenschijnlijk gelukkig en succesvol leven. Na zijn opleiding belandde hij via het uitzendbureau bij een zaak voor hoortoestellen en daarin is hij verder gegaan. Samen met een compagnon opende hij zelfs vier zaken. Mijn man Ton en ik waren trots, de winkels waren prachtig. Het was bijzonder om Mark in zijn mooie pak in de winkel te zien staan. Hij was geen makkelijke prater. Zijn broer had ooit aangeboden dat Mark zijn zaterdagbaantje in een cd-winkel mocht overnemen, maar dat wilde Mark niet. Dan moest hij met mensen praten en dat vond hij moeilijk. Nu deed hij niets anders. Privé zag alles er ook goed uit. Hij trouwde, kreeg twee zonen en woonde in een mooi, groot huis. Maar vanbinnen werd hij steeds stiller en angstiger. Hij was niet gelukkig op zijn werk, had stress, wist niet wat hij wilde met het leven en was bang voor verandering. Het leven viel hem zwaar, zonder dat wij iets in de gaten hadden. Zijn angsten namen toe, hij werd depressief. Met alcohol probeerde hij zijn demonen te bezweren.

Lang heb ik niet gezien wat er aan de hand was, achteraf pas vielen de puzzelstukjes op hun plek. Waarom hij tijdens verjaardagen vaak even een rondje ging wandelen, bijvoorbeeld. Of die keer dat we samen naar het theater waren geweest. Hij stond te tollen op z’n benen. Mijn vriendin zei nog: ‘Het lijkt wel of hij gedronken heeft.’ ‘Mark drinken? Nee. Dat past helemaal niet bij hem. Hij voelt zich gewoon niet zo lekker’, reageerde ik. Maar steeds vaker gebeurden er ongelukjes. Dan was hij weer gevallen op straat of hij was zijn telefoon kwijt. Een keer vonden we hem thuis, bewusteloos naast zijn bed. Een verschrikkelijk gezicht.

Mark werd meteen opgenomen in de crisisopvang. Langzaam maar zeker begon hij de grip op zijn leven te verliezen. Zijn huwelijk sneuvelde, voor zijn kinderen kon hij amper nog zorgen en ook zijn bedrijf raakte hij kwijt.”

Schaamte, verdriet en onmacht

“Ik sprak er met niemand over. Mijn man vond dat onze vrienden het moesten weten, maar dat wilde ik niet. Ik schaamde me kapot. Mijn zoon alcoholist, dat vond ik zoiets armoedigs. Met het hele gezin deden we er alles aan om hem te redden. Iedere dag, jarenlang. Mark wílde ook echt geholpen worden. Hij liet zich steeds weer opnemen, 21 keer in totaal. In de kliniek was hij de beste leerling van de klas. Als ik hem tijdens zo’n opname sprak, klonk hij helder. Na elke opname hadden we hoop, maar altijd begon het drinken weer – soms al op de avond dat hij thuiskwam. De situatie was onomkeerbaar. Ik werd gek. Het is afgrijselijk om je kind zo te zien. Kon ik mijn volwassen zoon weer zat van zijn bed tillen en hem in de auto zetten, op naar een volgende kliniek.

“Op een alcoholist krijg je geen grip, hoe kwaad je ook wordt. Dus deed ik het enige wat ik kon doen: Mark helpen en steunen”

Ik was boos, natuurlijk. Waarom moest het steeds zo? Maar ik voelde vooral veel onmacht. Op een alcoholist krijg je geen grip, hoe kwaad je ook wordt. Dus deed ik het enige wat ik kon doen: hem helpen en steunen. Op een gegeven moment was ik elke minuut van de dag met Mark bezig. Het waren rampjaren. Ook voor mijn relatie was het heftig. Elk gesprek ging over Mark: wat gaat er nu weer komen? Hoe regelen we het deze keer? Wie vangt de kleinkinderen op? Wéér een nieuw huis schilderen en inrichten. We hadden alle tijd nodig om dingen voor Mark te organiseren en voor onze emoties was amper tijd.  Misschien maar goed ook, want het is heel vernederend om je kind zo te zien.

De telefoon werd een obsessie. Dan was het de cafébaas die belde, of iemand van een kliniek, de politie of Mark zelf. Het eerste wat we deden als we thuiskwamen was naar de telefoon kijken. Als het lampje knipperde, stond mijn hart stil. We namen de telefoon zelfs mee naar bed, bang voor het nieuws dat hij zichzelf iets had aangedaan. Nog steeds is het eerste wat ik doe als ik thuiskom naar de telefoon lopen. Dat is er zo ingesleten. Na Marks overlijden hebben we meteen een andere ringtone genomen.”

Een kwestie van weken

Een paar weken voor zijn dood kwam Mark weer bij ons in huis wonen. Hij was lichamelijk op, moest verzorgd worden en was door zijn huisgenoot, ook een alcoholist, in elkaar geslagen. Hij moest daar weg. Mark vertelde dat hij al een jaar bezig was met het regelen van euthanasie en dat zijn verklaring bijna rond was. We schrokken ontzettend, en tegelijkertijd hadden we rekening gehouden met zijn dood. Zijn huisarts had ons daar in het begin al voor gewaarschuwd: ‘De meeste alcoholisten zijn binnen tien jaar dood.’ Hij kreeg gelijk.

Onze grootste angst was altijd dat Mark zichzelf iets zou aandoen. Hij wilde niet meer leven. Voor hem was er niets meer aan. Zijn lichaam was op. Zijn kinderen vond hij prachtig, maar hij kon er niet voor ze zijn. De alcohol won van alles. Dat hij voor een trein zou springen of in de gang zou hangen, is ons bespaard gebleven. Euthanasie was van alle rampscenario’s de meest milde, humane dood.

14 juli 2016, om 16.00 uur. Dat leek Mark een mooi moment om te sterven. We hadden nog een maand samen. Iedere ochtend gaf ik hem zijn angstremmer met een glas wodka. Hij knapte per dag op. Al snel zag je niet meer dat Mark ziek was, dat zijn dood naderde. Hij liep weer goed en zag er verzorgd en zongebruind uit. Ik zie hem nog bij ons in de stad op het terras zitten, alsof er niets aan de hand was. ‘Kijk nou’, zei ik tegen mijn andere zoon Marcel toen wij even een rondje gingen lopen. ‘Over een paar weken is hij gewoon dood.’ Die setting was zo onwerkelijk, als een foute film. Vanbinnen schreeuwde ik voortdurend: stop, doe het niet! Maar dat deed ik niet, voor hem. Dat maakt het alleen maar moeilijker. Hij vond het al zo verschrikkelijk voor ons. We moesten accepteren dat we alles hadden gedaan wat we konden. We zouden hem niet meer in leven kunnen houden.”

Een laatste keer vis eten

Het is bizar en onwerkelijk om de dag en het tijdstip te weten waarop je kind zal sterven, maar heel zwaar en verdrietig waren die laatste weken gek genoeg niet. Alleen het afscheid van zijn kinderen was hartverscheurend. Het idee dat hij die jongens niet groot zou zien worden, is afschuwelijk. Hij wilde niets liever dan dat. Die laatste maand samen heb ik vooral als heel mooi ervaren. Daar ben ik zo dankbaar voor. We hebben alles nog kunnen bespreken, eindeloos herinneringen opgehaald en veel foto’s bekeken. Maar ook gewoon samen gelachen om programma’s op tv. Iedere avond gingen we pas om één uur naar bed en om zes uur waren we alweer op. We hebben heel bewust genoten van elk uur samen. Tussendoor sliep ik goed.

“We hebben alles kunnen bespreken, eindeloos herinneringen opgehaald en veel foto’s bekeken. Maar ook gewoon samen gelachen”

Tien dagen voor zijn dood hebben we nog een boottocht gemaakt in De Weerribben, samen met zijn kinderen. De foto’s van Mark, trots achter het roer met zijn zoons naast hem, zijn prachtig. Hij lacht, oogt gelukkig. Die herinnering zal ik altijd bewaren. Net als vis eten in Urk, samen met zijn zus Angela. ‘Nog 48 uur’, zei hij op de terugweg in de auto.

Mark heeft zijn eigen kist uitgezocht. ‘Dat is toch weer eens wat anders dan een auto, hè’, grapte hij. Een ‘instapmodel’, dat leek hem wel wat. En als de koeling van de kist na zijn dood aan zou staan, konden we daar mooi ons bier in koelen. Zwarte humor, daar was Mark goed in. Het hielp ons erdoorheen. Voor hemzelf was dat niet nodig, hij hoefde nergens doorheen, voelde geen enkele wanhoop of angst. De laatste nacht lag hij hard te snurken, in diepe slaap. Als je zo lang hebt gestreden, is het een zegen als je mag gaan.”

Een mooie, gezellige zomerdag

“De dag van zijn dood was een mooie, gezellige zomerdag. We hebben gedronken, lekker gegeten in de tuin en gelachen. Pas op het moment van de euthanasie kwamen bij mij de eerste tranen. We hielen hem samen vast terwijl hij insliep. ‘Het is goed zo’, zei ik tegen hem. Mark ging vredig, met een glimlach op zijn gezicht.

“Samen met zijn vader, broer en zus hield ik hem vast. ‘Het is goed zo’, zei ik tegen hem. Mark ging vredig, met een glimlach op zijn gezicht”

Als ik de film terugspoel en die emoties toelaat, ga ik tegen de vlakte. Dus schakel ik de herinnering af en toe bewust uit. Een paar keer diep ademhalen en door. Zijn huisarts vertelde ons dat wat wij gedaan hebben, ons gaat helpen deze grote klap te boven te komen. Het verdriet gaat nooit meer weg, maar het offer dat wij hebben gebracht zal ons verder helpen. Ik geloof haar. De angst die jarenlang ons leven beheerste, is weg. De rust is terug. Dat voorspelde Mark al: ‘Het wordt straks eindelijk stil.’ Maar ik ben mijn kind kwijtgeraakt, het gemis is adembenemend.

Toch merk ik wel dat het leven doorgaat. We genieten van de kinderen en de kleinkinderen. Ton en ik kunnen samen gelukkig goed praten over dit verlies. Rouwen doen we allebei op onze eigen manier en dat is prima. Ton schrijft, ik zing. Het klassieke kamerkoor waarin ik zing werkt helend, geeft lucht. De urn met de as van Mark staat bij ons in de tuin, onder een kapelletje dat hij zelf ooit heeft gemetseld. In de zomer van 2016 zaten we vaak samen in de tuin, het is een fijne, vertrouwde plek. Hier in de woonkamer is Mark gestorven. Even heb ik gedacht dat ik die plek daarna misschien vervelend zou vinden, maar dat is niet zo.

Alles is beter dan waar we altijd bang voor waren. Ik heb mijn kind geboren zien worden en hem met mijn handen vastgehouden terwijl hij stierf. Het is afschuwelijk dat het zover gekomen is, maar het is mooi dat het zo kon.”

Meer lezen? Flora’s zoon Marcel schreef op vraag van Mark een boek over het leven van zijn alcoholverslaafde broer en zijn zelfgekozen dood. ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’, uitgeverij Q, € 17,99 bij Standaard Boekhandel.

Uit: Libelle 18/2018 – Tekst: Marieke Ordelmans

Meer pakkende verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)