Mijn verhaal: Karine werd als kind verwaarloosd en uit huis geplaatst

Mijn verhaal: Karine werd als kind verwaarloosd en uit huis geplaatst
Getty Images

Karine (50): “Eén ding had ik mezelf beloofd: als ik ooit mama zou worden, dan wilde ik álles zijn wat mama niet was. Maar zover is het nooit gekomen, want ik heb nooit kinderen gekregen uit schrik dat ik hen dezelfde vreselijke jeugd zou bezorgen die ik zelf heb gekend. Nee, ik heb geen enkele mooie herinnering aan mijn kindertijd. Op school was ik een buitenbeentje: mijn kleren werden nooit gewassen, en thuis was er nooit warm water om me op te frissen. Dat merkten de andere kinderen natuurlijk op. Vaak had ik zelfs geen schone onderbroek, dus zocht ik de properste uit de stapel vuile was. Ook eten kregen we nauwelijks. Als ik echt vreselijke honger had, dan durfde ik thuis wel eens geld te stelen om stiekem frietjes te gaan halen. Mijn ouders merkten er toch niets van. Mama zat van ’s morgens tot ’s avonds op café, en als ze thuiskwam, was ze zo dronken dat ze me niet eens opmerkte. Papa werkte dag in dag uit, maar na zijn uren verkwistte hij net als mijn moeder het geld aan alcohol. Ik mocht als zevenjarige het huishouden draaiende houden. Poetsen, afwassen, boodschappen doen, al van kleins af aan kende ik niets anders.

“Ik heb nooit kinderen gekregen uit angst dat ze net zo’n vreselijke jeugd zouden hebben als ik”

Toen ik ouder werd, ik moet zo’n veertien zijn geweest, begon ik te beseffen dat het zo niet verder kon. Op een dag wandelde ik langs de Schelde, ten einde raad. Een man die daar toevallig geparkeerd stond, moet gezien hebben dat het niet goed met me ging. Zijn ogen volgden me, zonder ook maar één keer weg te kijken. Hij dacht waarschijnlijk dat ik mezelf iets wilde aandoen. En toen kreeg ik een idee: als ik sprong, dan zou hij de politie bellen. En inderdaad. Ik liet me vallen in het water, en een paar tellen later hoorde ik de sirenes al. De politie hielp me uit het water. ‘Gaat het met je?’ Zonder ook maar één keer naar adem te happen, vertelde ik dat mijn ouders niet naar me omkeken. Dat ze altijd dronken thuis kwamen, en een gigantische berg schulden hadden. Voor ik het goed en wel besefte zat ik in de politiewagen, op weg naar huis om mijn spullen te pakken. Niet dat ik veel had, maar toch. Ik herinner me nog goed dat mijn vader op dat moment thuis was, dronken. Het kon hem geen barst schelen dat ik weg ging. Zonder ook maar één woord te wisselen, ben ik vertrokken.

De politie vond meteen een plek in een tehuis, waar nog vier andere meisjes onder de vleugels van vijf nonnen woonden. Ik kreeg meteen een warm gevoel. De nonnen lieten me onmiddellijk mijn kamer zien. Ik kreeg er één voor mij alleen. Er stond tot mijn grote verbazing een bed waar fris beddengoed op lag. En in de badkamer lag een tandenborstel klaar. Ik kon niet wachten om mijn tanden te poetsen, want een tandenborstel, dat had ik nooit gehad. Voor het eerst in mijn leven kreeg ik snoep voor Sinterklaas, en had ik de meest gezellige kerstdagen ooit. En mijn familie? Die zijn me niet één keer komen opzoeken. De rechter heeft wel geprobeerd om het contact te herstellen met mama en papa, maar ze zijn nooit komen opdagen. Dat was hard. Uren zat ik te wachten op het bankje in de gang. Telkens als er iemand binnenkwam, keek ik hoopvol op. Maar ik heb ze nooit meer gezien.

Mijn 21ste verjaardag was er een met gemengde gevoelens. Ik kon en mocht niet langer in het tehuis blijven, wat me zwaar viel. Maar tegelijk kon ik niet wachten om op eigen benen te staan. Eigenlijk werd me toen pas duidelijk wat mijn vader en mijn moeder me hadden aangedaan. In het tehuis was ik altijd omringd door warme, lieve mensen, en nu stond ik er plots alleen voor. Zonder familie, zonder vrienden. Mijn broers en zussen zijn me nooit komen opzoeken, omdat ze niet herinnerd wilden worden aan het verleden. Zij hebben niet in een instelling gezeten, maar liefde hadden ze net als ik nooit gekend. En vrienden maken, dat lukte me niet. Ik zette wel regelmatig een stapje in de wereld, en had lieve collega’s op het werk. Maar omdat ik gewoon niet wist hoe ik me moest gedragen, hoe ik een gesprek moest aanknopen, bleef elk contact heel oppervlakkig. Zelfs toen ik een lieve man leerde kennen, slaagde ik er niet in om me helemaal bloot te geven. Ik was afstandelijk, naar hem én zijn familie. Uit angst om alles weer kwijt te raken, en omdat ik gewoon niet wist wat liefde was.

Onlangs werd ik vijftig, en ik ben nog altijd alleen. Dat ik kinderloos ben gebleven, is de schuld van mijn ouders. Dat ik geen vrienden heb kunnen maken, geen familie meer heb om op terug te vallen, evengoed. Maar ik koester geen wrok of haat. Mama en papa zijn een paar jaar geleden overleden. Van mijn vader heb ik nooit afscheid genomen, maar naar de begrafenis van mijn moeder ben ik wel geweest. Dat was het moment dat ik definitief een streep kon trekken onder het verleden. Nu ben ik zo trots op de vrouw die ik ben geworden. Want ook al blijft mijn jeugd een impact hebben op mijn leven nu, ik ben wel gelukkig. En het klinkt onnozel, maar ik heb een wasmachine, een bed, elke dag een verse maaltijd op tafel. De dingen die mijn ouders nooit hebben gehad. Bovendien heb ik geen schulden, het enige wat mijn ouders wél hadden. Het perfecte bewijs dat een kind van het gerecht – want dat is wat ik ben – niet altijd een crimineel is, of gedoemd is om te mislukken.”

Uit: Libelle 45/2019

Ook deze lezeressen doen hun verhaal:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)