mijn verhaal
Getty Images

Mijn verhaal: de ouders van Jolien verhuizen naar Noord-Italië

Joliens ouders dromen al lang van een permanente woonst in Noord-Italië. Nu hun pensioen steeds dichterbij komt, worden die plannen concreter en concreter, maar Jolien voelt zich daar niet goed bij.

Jolien (41): “Mijn ouders wonen in hetzelfde dorp als ik, boven de fotowinkel die ze al zo’n vijfendertig jaar uitbaten. Op maandag is de winkel dicht. Vroeger was dat hun vrije dag, maar sinds de komst van hun eerste kleinkind is het hun vaste oppasdag geworden. Zowel mijn twee dochtertjes als de kinderen van mijn broer gingen als baby en peuter op maandag niet naar de crèche, maar naar oma en opa. Nu zitten ze allemaal op de basisschool, waar ze elke maandag om half vier door hen worden afgehaald.

“Maandag is onze familiedag, een avond met een gouden randje. Maar volgend jaar stopt het”

Het was vanaf het begin de gewoonte dat we blijven mee-eten als we na het werk de kinderen bij hen oppikken. Ik kan enorm genieten van die gezellige avonden met z’n allen rond de tafel: mama en papa, de kleinkinderen, mijn broer en schoonzus, mijn man en ik. Maandag is onze familiedag, een avond met een gouden randje, en ik ging ervan uit dat dat voor altijd was. Maar volgend jaar stopt het, want mijn ouders willen emigreren.

Mama en papa zijn prille zestigers. Ze willen in de zomer van 2023 stoppen met werken en samen met de fotozaak ook hun huis verkopen. Het plan is dat ze tegen die tijd al een ander huis hebben gekocht in het noorden van Italië. Niet als tweede verblijf, maar om er permanent te gaan wonen.

Nu komt dat nieuws niet compleet uit de lucht vallen. Ik heb mama en papa in de loop der jaren dikwijls horen verzuchten dat ze hun oude dag niet willen doorbrengen in dit grauwe Belgenlandje. Dan dacht ik altijd: ach, ze zeggen dat nu wel, maar het komt er vast nooit van. Ik zag het als een wensdroom, iets waar ze over fantaseerden, maar dat vast zou worden ingehaald door de realiteit van alledag. Niet dus.

Ze menen het: als het aan hen ligt, zijn ze volgend jaar weg, richting Italiaanse Dolomieten. Die streek heeft volgens hen alles te bieden waar ze naar verlangen: ongerepte natuur, woeste berglandschappen, schonere lucht, een vleugje mediterrane sfeer én een lekkere keuken. Terug naar de natuur willen ze, in een van die verstilde dorpjes die je daar her en der nog vindt.

Ze zitten nu al vaak online te kijken op immosites, om de markt te verkennen en deze zomer gaan ze tijdens hun vakantie al een aantal panden bezoeken. Ik hou er rekening mee dat bij hun thuiskomst misschien de champagnekurken zullen knallen omdat ze het huis van hun dromen gevonden hebben. Maar of die bubbels mij zullen smaken, durf ik te betwijfelen.

Ik weet het: het is hun leven. Mijn ouders hebben altijd hard gewerkt, zijn allebei nog kerngezond en hebben het volste recht om met de rest van hun leven te doen wat zij willen. Ik zou blij moeten zijn in hun plaats, omdat ze hun droom gaan waarmaken.

Maar ik ben het niet. Ik ben boos, triest en opstandig. Als ik eraan denk dat ze volgend jaar niet meer op tien minuten, maar op minstens tien uur rijden van mij vandaan zullen wonen, krijg ik tranen in mijn ogen. Het was voor mij altijd zo vanzelfsprekend dat mama en papa er voor me waren, dat ik bij hen kon thuiskomen. We hebben zo’n hechte familieband; ik begrijp niet wat hen bezielt om zo ver van hun kinderen en kleinkinderen te gaan wonen.

Mijn broer vindt het ook niet echt leuk dat ze weggaan, merk ik, maar hij gaat er wat laconieker mee om dan ik en verwijt me dat ik egoïstisch reageer. Maar ik vind mama en papa juist egoïstisch. Ze verzaken in mijn ogen aan wat ik als hun ouderlijke verantwoordelijkheid zie: het bij elkaar houden van de familie. Het voelt voor mij alsof ze eenzijdig het lidmaatschap opzeggen van de club die ze zelf gesticht hebben. Soms denk ik zelfs: wat betekenen we eigenlijk voor hen, als ze ons zomaar in de steek kunnen laten?

Natuurlijk heb ik er al met mijn ouders over gepraat en weten ze intussen hoeveel moeite ik heb met het feit dat ze weggaan. Maar ik kan onmogelijk zeggen dat ik me gehoord voel. Ze beginnen voortdurend te benadrukken dat Noord-Italië echt niet zo ver is, en hoeveel tijd we voor elkaar zullen hebben als we op vakantie komen, en dat zij natuurlijk regelmatig naar België zullen afzakken, en dat we tussendoor veel kunnen videobellen.

“ZIjn mijn ouders niet bang dat hun kleinkinderen een stuk van hen zullen vervreemden?”

Dan denk ik: ja, dat zal wel, maar dat is toch niet hetzelfde? Nu spring ik binnen bij mijn ouders als ik zin heb in een babbel of een kop koffie, en ook mijn dochtertjes zijn er kind aan huis. Zijn mijn ouders niet bang dat hun kleinkinderen een stuk van hen zullen vervreemden? Zullen ze het niet missen om hen van dichtbij te zien opgroeien? En hoe gaan we het straks doen met de feestdagen, en met verjaardagen?

Ik besef dat ik me erbij zal moeten neerleggen. Dat ik mijn ouders hun droom en hun geluk moet gunnen, en erop moet rekenen dat onze band niet zal lijden onder de duizend kilometer die ons van elkaar zullen scheiden. Maar het is niet van harte. En mijn maandagavonden zullen nooit meer hetzelfde zijn.”

MEER OPENHARTIGE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."