Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Mijn verhaal: door een verkeersongeval durft Myriam niet meer met de auto te rijden

Twee jaar geleden raakte Myriam betrokken bij een auto-ongeluk. Tot die tijd reed ze graag én goed met de wagen, maar sindsdien kruipt ze liever niet meer zelf achter het stuur.

Myriam (69): “Op mijn vierentwintigste kocht ik mijn eerste autootje. Die vrijheid om te gaan en staan waar ik wilde: fantastisch! Sindsdien heb ik altijd mijn eigen wagen gehad, ook toen mijn man nog leefde. Ik kon me geen leven zonder auto voorstellen, ik reed goed én graag. Als we samen ergens naartoe gingen, zat ik meestal aan het stuur. Ik ben ook nooit bang geweest in het verkeer, ik dook fluitend in het spitsuur op de Antwerpse ring of reed in het weekend even over en weer naar familie in Duitsland.

“Het angstzweet breekt me uit als ik nog maar aan autorijden dénk”

Dat is intussen verleden tijd. Sinds mijn ongeval, nu bijna twee jaar geleden, heb ik niet meer achter het stuur van een auto gezeten. Het gebeurde op een kruispunt op een drukke driebaansweg. Ik stond voorgesorteerd om links af te slaan toen ik in mijn achteruitkijkspiegel een auto in vliegende vaart op me zag afkomen. Ik was verlamd van angst. Links kwamen er voortdurend tegenliggers aan, rechts raasde het verkeer langs me door.

Als ik eraan terugdenk, lijkt het een filmscène in slow motion, terwijl die auto al na amper een paar seconden met een enorme klap op me is ingereden. Dat ik heelhuids uit het ongeval ben gekomen, met alleen wat schaafwonden en een verzwikte pols, is een wonder. Mijn zo goed als nieuwe auto was total loss. Dat was erg, maar lang niet zo erg als de schrik die ik aan het ongeval heb overgehouden.

Mijn kinderen hebben me nog gestimuleerd om een andere wagen te kopen en me opnieuw in het verkeer te begeven, maar ik durf niet meer. Het angstzweet breekt me uit als ik nog maar aan autorijden dénk. Als passagier meerijden terwijl iemand anders aan het stuur zit, dat lukt wél nog. Dan doe ik gewoon mijn ogen dicht als het verkeer wat te druk of chaotisch is. Blijkbaar vertrouw ik mijn eigen reflexen niet genoeg meer.

In het begin vond ik het wrang en moeilijk dat mijn wereld plots een heel stuk kleiner werd door de schuld van één onvoorzichtige chauffeur. Want als je niet in de wagen durft te stappen, hoe moet dat met boodschappen doen? Met bezoekjes aan vrienden en familieleden die verder weg wonen? Met vakanties of weekendjes weg? Met avondjes uit naar de cinema of het theater? De eerste maanden wist ik echt niet hoe ik dat alles voor elkaar moest krijgen zonder auto.

Ik was boos en ongelukkig. Het heeft even geduurd voor ik besefte dat ik de knop moest omdraaien en er het beste van moest maken. Ik woon in een grote gemeente met goede busverbindingen naar alle richtingen. In het naburige dorp is een treinstation. Dat ik op het vlak van openbaar vervoer niets te klagen heb, heb ik overigens pas ontdekt na mijn ongeval. In de 45 jaar dat ik hier woon, had ik nog nooit de bus genomen en het station kende ik alleen aan de buitenkant.

Toen ik de eerste keer aan de halte hier in de straat op de bus stond te wachten, was ik niet alleen bloednerveus, maar ook wat gegeneerd. Van een zelfstandige vrouw die overal naartoe reed in haar autootje, was ik iemand geworden die afhankelijk was van dienstroosters, hopend dat de bus effectief reed en min of meer op tijd was. Intussen weet ik dat dit best meevalt: je hoort vaak andere verhalen, maar ik heb vooral positieve ervaringen met het openbaar vervoer.

Het enige wat ik heb moeten leren incalculeren: het kost veel meer tijd om ergens naartoe te gaan. Met de wagen deed ik er een halfuurtje over om naar mijn zoon te gaan, met het openbaar vervoer ben ik drie keer zo lang onderweg, ook omdat het nog een eind stappen is van het station naar zijn huis. Maar ach, ik ben gepensioneerd en heb alle tijd van de wereld.

Ik probeer nu anders naar de dingen te kijken en te genieten van een kleine wandeling of een gesprekje met een onbekende op de trein. En ik hou het weerbericht in de gaten, want als je een eind moet wandelen, kun je er er maar beter op gekleed zijn als het regent of koud is. Sinds ik een goede elektrische fiets heb gekocht, heb ik trouwens ook de pluspunten van het fietsen ontdekt. Bij verplaatsingen tot pakweg vijftien kilometer neem ik liever de fiets dan de bus als het weer wat meezit.

“Het heeft even geduurd voor de knop kon omdraaien, maar nu neem ik met plezier het openbaar vervoer of de fiets”

Als ik er nu aan denk dat ik vroeger altijd de auto nam, ook voor boodschappen hier in het dorp, schaam ik me een beetje. Dat vele wandelen en fietsen is bovendien goed voor mijn gezondheid: ik ben fitter dan ooit. En natuurlijk voel ik het ook in mijn portemonnee. Nu ik er geen meer heb, besef ik pas goed wat een financiële slokop een auto is en hoeveel geld ik nu uitspaar. Dus trakteer ik mezelf nu af en toe op een mooie reis. Zo heb ik vorig jaar een groepsreis naar Peru gemaakt en dit jaar ga ik naar Thailand en Cambodja.

Dat ik door dat ongeval schrik heb gekregen om met de auto te rijden, daar kan ik soms nog serieus van balen. Maar mijn leven is er zeker niet minder leuk op geworden.

MEER OPENHARTIGE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!